Naar de top van IJsland klimmen in een dag

In 1 dag naar de top van IJsland klimmen en weer afdalen
In 1 dag naar de top van IJsland klimmen en weer afdalen

We zijn altijd te vinden voor een uitdaging. Zoals: op één dag naar de top van IJsland klimmen (2120 meter) en weer afdalen. Vanaf zeeniveau. IJsbijl in de hand, crampons onder de schoenen en we zijn vertrokken voor een partijtje gletsjerklimmen van vijftien uur naar het dak van de Hvannadalshnúkur.

Onlangs zag ik op televisie beelden van onze 4 x 400 meter mannenestafetteploeg op teambuilding in IJsland. Jonathan en Kevin Borlée helemaal vooraan – de gidsen konden hen niet volgen – hun slee meesleurend door een eindeloos sneeuwlandschap. “Ik denk niet dat ik ooit dieper ben gegaan”, bekende Kevin Borlée in de reportage. Mijn respect steeg bij elke stap van de jongens door het desolate gebied, mijlenver van de bewoonde wereld. Ineens drong tot me door dat ik een paar maanden eerder zélf door de IJslandse sneeuw liep te ploeteren, met diezelfde blik op oneindig.

Jake Gyllenhaal achterna

Men zegt wel eens ‘Coming to Iceland, is like coming to the moon’, en dat blijkt niet overdreven wanneer ons vliegtuig na een vlucht van vier uur de landing inzet. De troosteloze, moerasachtige hoop bruine aarde onder ons nodigt niet meteen uit tot een bezoek. Zo ziet het einde van de wereld er dus uit.

Omdat de beklimming van de Hvannadalshnúkur pas overmorgen plaatsvindt, hebben we tijd om Reykjavík, ‘s werelds meest noordelijke hoofdstad, te verkennen. Samen met een paar gidsen van Bike Company (www.bikecompany.is) gooien we de vliegtuigbenen los tijdens een mountainbiketocht rond de stad. De jongens weten te vertellen dat Jake Gyllenhaal onlangs in buurt is gespot voor de opnames van de tv-reeks Man vs. Wild. Als het meevalt, rijd ik misschien wel tegen de acteur aan!

Helaas valt het niet mee. Geen Jake en de volgende dag staat een bustrip van 400 kilometer op het programma, naar de voet van de Vatnajökullgletsjer. We bollen oostwaarts over de Hringevur, de 1350 kilometer lange hoofdbaan die in één lange lus rond het eiland loopt. Het desolate maanlandschap ziet er hier een stuk frisser uit. Schapen rennen door weilanden, watervallen tuimelen van rotswanden af en basaltrotsen steken uit de aarde. Tijdens een tussenstop aan zee merkt mijn compagnon een halo op, een grote donkere kring rond de zon, gevormd door ijskristallen die in het zonlicht weerkaatsen. We zijn nog maar twee uur op baan en ik ben al getuige van een natuurfenomeen!

Behalve de asfaltweg en een dozijn huizen om de vijftig kilometer duiden weinig elementen op menselijke bewoning. Het gevoel alleen op de wereld te zijn, op een eiland ver van alles en iedereen… het heeft wel iets. Opvallend ook hoe ontzettend snel het landschap verandert. In het zuidoosten kronkelen gigantische gletsjertongen uit de bergen. Allemaal uitlopers van de Vatnajökullgletsjer, met een oppervlakte van 8100 km² de tweede grootste gletsjer van Europa, na de Austfonna op Spitsbergen. De kilometers brede joekels zijn zo imposant dat elk perspectief ontbreekt. Maar de klimaatopwarming laat wel duidelijk sporen na. Palen in de grond duiden aan tot waar de gletsjers in de loop der jaren kwamen. Tegenover vorig jaar zijn ze al enkele honderden meters teruggetrokken.

Topjubileum

Ons hotel ligt tussen enkele gletsjertongen, aan de voet van de Hvannadalshnúkur, de berg die we morgen zullen beklimmen. Wanneer ik de gordijnen van mijn kamer sluit – de zon gaat maar een paar uur onder deze tijd van het jaar – tuur ik nog even naar de witte bergtop, die 2120 meter hoger afsteekt tegen een schemerblauwe hemel. Naar de top van IJsland klimmen… wie kwam ook weer op het idee?

In hetzelfde schemerblauw verschijnen we om vijf uur ’s morgens aan de voet van het bergpad, samen met 150 kwetterende IJslanders. Omdat een vorige beklimming werd afgelast door slecht weer, wagen de deelnemers vandaag opnieuw hun kans. We zullen samen met deze bende de berg op moeten, als Hannibal die met zijn legers over de Alpen trekt.

Gelukkig worden we per niveau onderverdeeld in kleine groepjes, want niets zo frustrerend als 22 kilometer en 4000 hoogtemeters overbruggen met een groep die te traag of te snel gaat. In een lange sliert bestijgen we de berg over een rotsig zigzagpad, maar eens in de sneeuw ontstaat al snel een kloof tussen de snellere en tragere teams. Daar krijgen we ook allemaal een harnas om de heupen en worden we met een touw aan elkaar vastgebonden. Moest iemand onverwacht in een gletsjerspleet glijden, dan hangt hij tenminste aan de rest. Al doet niets vermoeden dat we over een gletsjer lopen. Het lijkt eerder een gigantische, rechte skipiste.

Ongeveer driekwart van de 2000 hoogtemeters lopen we rechtdoor en valt er weinig meer te zien dan sneeuw en de persoon voor je. In mijn geval de gids. Ze is in haar nopjes: de weersomstandigheden zijn uitstekend. Het is koud genoeg, zodat de sneeuw niet smelt onder onze voeten, en tegelijkertijd zorgen een stralende zon en een blauwe hemel voor een goede moreel.

Uren en uren gaat het gewoon rechtdoor. Er komt geen einde aan de helling en doordat we in ganzenpas achter elkaar lopen, kunnen we niet echt met elkaar praten. Er is geen boomgeruis en geen vogelgetjilp. Het enige wat ik hoor, is het gekraak van de sneeuw onder onze voeten. Deze plek is écht far out. Links en rechts van ons, zo ver je kan zien: sneeuw. Achter ons: witte, wollige wolken, als toefjes slagroom op een witte vlakte. Voor ons: de ronde top van de Hvannadalshnúkur, net een gigantische sneeuwbal middenin het landschap. We hebben hem al een hele tijd in het vizier, maar na acht uur is de top echt binnen handbereik.

Het laatste stuk binden we de crampons aan en nemen we een ijsbijl ter hand om op te steunen in de diepsneeuw. De teams voor ons hebben met hun voetstappen een natuurlijke trap gecreëerd, waardoor we relatief gemakkelijk naar boven geraken. Daar wacht ons een panorama van…. grijze mist. De hele dag was er geen wolkje aan de hemel, maar een uur geleden begon de lucht te betrekken. Het kan de pret niet bederven: we zijn al meer dan blij dat we zonder problemen zijn boven geraakt én we hebben iets te vieren. Het is namelijk de veertigste huwelijksverjaardag van een IJslands koppel uit de groep. Veertig jaar lief en lied delen, en dan zonder morren samen naar de top van je land klimmen. Respect!

Naar de top van IJsland klimmen en weer terug

Wat doe je als je op de hoogste top van een eiland staat? Weer naar beneden stappen. Daarheen en weer terug, zoals Bilbo Baggings het zo mooi verwoordde in The Hobbit. De weg terug verloopt jammer genoeg over hetzelfde pad en over dezelfde eindeloze sneeuwvlakte. Een gure wind snijdt in onze huid en we kunnen nog maar moeilijk zien waar de sneeuw eindigt en de wolken beginnen. De hele dag was het weer fantastisch, maar de zon heeft ook serieus op de sneeuw ingewerkt. Konden we bij het stijgen nog perfect over een harde sneeuwlaag wandelen, zakken we er nu bij elke stap doorheen. Maar in tegenstelling tot de heenweg, hebben we nu wel een uitzicht. En wat voor één. Waar de sneeuwlijn eindigt, kijk je uit tot aan de oceaan, met daartussen een schilderachtig pallet van blauw, groen, grijs en bruin, doorkliefd door meanderende gletsjerriviertjes. Alsof je de aarde van hoog uit de hemel bekijkt. Het is adembenemend.

Ook de grassen langs het rotspad zien er nu helemaal anders uit. Ze vormen een goudachtig, fluogroen deken tussen het vulkanische gesteente. Ik verwacht dat er elk moment een kikker uit een van de bergbeekjes springt, maar die kans is onbestaande. In IJsland leven namelijk geen kikkers. En ook geen reptielen of inheemse zoogdieren, zo blijkt. De gids wandelt naast me en vertelt honderduit over de fauna en flora van zijn land, de geologie en de mensen. Of ik wist dat het eiland ooit de grootste bananenexporteur van Europa was? Dat er nauwelijks bomen groeien? Dat veel IJslanders wegtrekken om in wereldsteden te gaan werken, maar bijna altijd terugkeren naar hun roots in de ongerepte natuur? Voor ik er erg in heb, staan we weer onderaan het pad.

Met een gezonde blos kruipen we ’s avonds de bar in, benen omhoog voor hét kitschfestival van het jaar: het Eurovisie Songfestival. Voor IJsland is dit een speciale editie. Tijdens de nationale voorronde stierf een van de geselecteerde zangers. Het nummer waarmee hij aan de preselectie zou deelnemen, wordt vanavond voor heel Europa vertolkt door een groep bevriende zangers. Benieuwd hoe hoog IJsland zal scoren met deze emotionele ballade.

Van mij krijgen ze: douze points!

Icelandic Mountain Guides en 66°North

Samen naar de top van IJsland klimmen

De enthousiaste gidsen van Icelandic Mountain Guides bieden gletsjertochten en andere wandelingen aan vanuit hun hoofdzetel in Reykjavik (het hele jaar door) en hun basiskamp aan de voet van de Vatnajökullgletsjer (van mei tot september). Sinds 2008 werken de gidsen samen met buitensportmerk 66°North voor het project Reach the Top, dat iedereen de kans wil bieden om de hoogste top van IJsland (2110 m) te beklimmen. Deelnemers kunnen een voorafgaand trainingsschema volgen, waarin zowel fysieke oefeningen als theorie rond bergwandelen en gletsjers aan bod komen.

66°North is de outdoortrots van IJsland. Het merk ontstond in 1926 in een stadje op de 66ste breedtegraad. Oorspronkelijk maakte 66°North werkkledij voor vissers en werklieden. Dat doet het vandaag nog steeds, maar het gamma is uitgebreid met algemene buitensportkledij. “IJsland is het ideale laboratorium om kleren te testen”, aldus CEO Runar Oskarsson. “Het weer is wisselvallig en de regen gaat hier soms horizontaal.”

Tekst: An Kokken

Meer info: www.mountainguides.is, www.66north.com/hvannadalshnjukur