Vier seizoenen met… Cas in Canada

Vier seizoenen met… Cas in Canada

Ze zijn niet schaars in België. Die rare snuiters die om een onverklaarbare reden de lokroep van het Canadese eland horen, al dan niet bereden door een typische ‘mountie’ in een rood hemd en bijgestaan door het gebrul van twee grizzly’s. Ook ik ben een van die vreemde Belgen en gooi er met m’n baard en geruite hemd zelfs een heuse lumberjack-look bij. Het verbaast dan ook weinig mensen in mijn omgeving wanneer de Canadaplannen werkelijkheid worden en ik met mijn trouwe viervoeter Vega richting mijn Walhalla vlieg.

Bekijk ook de foto’s van Cas in Canada.

Tekst & foto’s: Roel Goris

Het is januari. ‘Putteke winter’ dus, zoals ze dat in Vlaanderenland zeggen. In België zou dat betekenen dat het koud is, rond het nulpunt, en oh wee als een lading sneeuw het land in staat van chaos brengt. In Canada… wel, daar is het andere koek. Een winterse Canadees lijkt pas tot leven te komen wanneer alle lijnen op de baan onder een laag sneeuw verdwijnen, de kano plaatsmaakt voor ijsschaatsen en ze de quads kunnen omruilen voor de ’s zomers gestockeerde sneeuwscooters. Toch schrikken deze condities me niet af. Ik besluit om van Whitehorse, Yukon, de eerste stop te maken van mijn gigantische Canadatrip, in een bejaard kampeerbusje nota bene. In ‘The Yukon’ hoor ik dat eland nog het hardste roepen. Het noorderlicht spreekt al van jongs af tot mijn verbeelding, dus dat wordt het eerste doel. Dat dit prachtig stuk natuur de belichaming blijkt van alle droombeelden die ik me bij ‘mijn Canada’ had voorgesteld, zal ik later nog ontdekken.

Het noorderlicht wacht

Mijn kampeerbusje wacht me op in Calgary. De vorige eigenaars hebben er hun Canadese roadtrip net mee afgerond en je ziet aan de enthousiaste pinkers en de trappelende banden dat het busje staat te popelen om terug op avontuur te trekken. Vega en ik beginnen aan onze trip noordwaarts door het beroemde Banff National Park. Wat is de winterse ijsvlakte een fenomenaal verschil met het zomerse azuurblauwe meer dat ik enkele jaren voordien kon aanschouwen! Toch houdt dit toeristenplekje ons niet al te lang in de ban en met een lichte afbuiging om in Edmonton bij familie van vrienden te passeren, gaat onze trip voort. Het noorderlicht wacht ons op, dus treuzelen en talmen is niet toegelaten! Onderweg besluit ik om mijn oude scoutstotem te gebruiken wanneer ik me aan nieuwe mensen voorstel, want Cas of Castor is toch iets gemakkelijker uit te spreken dan de ‘Wrowel’ of ‘Rowélle’ waarmee Engelstaligen mijn mooie ouderlijke naam ‘Roel’ verwoesten. ‘Cas in Canada’ is geboren.

Relaxte roadtrips

Al gauw kom ik tot de eerste Canadese realisatie: afstanden zijn hier fenomenaal. Waarom een Canadees niet over het aantal kilometers spreekt, maar over het aantal uren rijden? Omdat 100 kilometer in België betekent dat je twee grote steden bent gepasseerd, in drie files hebt vastgestaan, je reistijd drie keer langer is dan wat Google je vertelde en je met een danige portie verkeersstress op je bestemming aankomt. Dit terwijl alles in Canada een fijne roadtrip wordt, want 100 kilometer rijden, betekent dat je anderhalf uur vrolijk van de natuur, het uitzicht en oh, wie weet, het vriendelijk handgezwaai vanuit een tiental andere auto’s kan genieten. Elk tankstation – om de honderden kilometers – wordt dan ook een vrolijke tussenstop, voor benzine, een koffie en een babbel, en om stiekem te polsen naar het beste plekje om de camper ’s nachts uit het oog te parkeren.

We spenderen een prachtige namiddag in het warme water van de Liard River Hot Springs. ’s Zomers is dit een populaire bestemming voor dagjestoeristen die er een trip van zes uur rijden voor over hebben. ’s Winters is het hier zo goed als uitgestorven. Onze enige metgezellen zijn vier vrolijke, vriendelijke, licht dronken jongeren die met hun biertje voor het bord ‘no liquor and no dogs’ van het water hangen te genieten. Er komt dan ook een samenzweerderige knipoog in onze richting wanneer Vega zich naast hen en naast datzelfde bordje in het heerlijk warme water waagt.

Welcome to The Yukon

Watson Lake, we hebben The Yukon bereikt! Dit stadje is bekend vanwege het kleurrijke park dat overladen is met alle mogelijke nummerplaten, straatborden en soms zelfs een verkeersbord in de wildvreemdste taal. Hoe groter het bord, hoe impressionanter het feit dat de toerist in kwestie dit bord vanuit zijn thuisland heeft meegesleurd om het hier achter te laten.

De weg ernaartoe? Laat me daar even een intermezzo maken. Wil je met de auto vanuit British Columbia of Alberta naar Yukon? Dan zijn er welgeteld twee opties. Twee mogelijke wegen, zonder vertakkingen of kruispunten, die je ongeveer tien keer België hoger brengen. Verkeerd rijden, kan niet. De weg die ik neem, speelt even met de grens tussen BC en YT om bij Tagish terug naar boven te kronkelen en ons in een laatste sprint van enkele uren tot in de hoofdstad van The Yukon te brengen. Denk aan een ruimtelijk gebied ter grootte van een Belgische provincie, maar met slechts 26 000 inwoners, in de zomer. ’s Winters trekt pakweg een derde daarvan naar warmere oorden. Coyotes, vossen en ja, zelfs beren binnen de stadsgrenzen tegenkomen, is vrij waarschijnlijk. Een zandpaadje voor 15 kilometer volgen om aan een prachtig meer ‘binnen de stadsgrenzen’ te komen, evenzeer. Zo kom ik dus terecht bij Fish Lake, een fenomenaal stuk natuur, en mijn nieuwe uitvalsbasis.

Aurora alert!

Fish Lake is een populair meer voor winterse activiteiten. Elke dag komt er wel iemand opdagen voor een winterse hike tot het gekende uitzichtpunt, om vervolgens een gat in het ijs te boren om te vissen, of om met ski’s, skates of een fatbike over het ijs te cruisen en de ’s zomers onbereikbare locaties te ontdekken. ’s Nachts is het er echter heerlijk eenzaam en stil. Tot ik op een avond plots enkele auto’s hoor aankomen en er gezelligheid binnensijpelt waar tien minuten eerder nog complete stilte heerste. Het meer blijkt eveneens het ideale punt te zijn om van het noorderlicht te genieten, aangezien de omringende bergen en heuvels al het licht van de stad tegenhouden. Dus als de app ‘Aurora Alerts’ bij de locals begint te piepen, springen de enthousiastelingen in hun wagen en komen ze hier het natuurschoon aanschouwen.

Dus oh, wat word ik reeds verliefd op The Yukon, zelfs nog gehuld in een wintertapijt. Een uitstapje naar Alaska is van hieruit slechts drie uur rijden via één slingerende highway door Whitepass, de lokale Alpen. Deze highway is bovendien voorzien van enkele perfecte parkeerplaatsen voor een- of meerdaagse toerskitrips in het fenomenale berglandschap. Meermaals, voornamelijk in deze prachtige natuur, merkt een Yukonner mijn glunderende blik op en lijken ze al door te hebben hoe laat het is. “You already love it here? Then stay for summer. I guarantee you’ll never leave.

Wanneer het Canadese wild ontwaakt

The Yukon had me al veroverd toen de wit-groenratio ongeveer 90-10 was. Wat moet dat worden nu de sneeuw begint te smelten, de rivieren opnieuw stromen, het groen, geel en zelfs roze bovenkomt, de gigantische bossen terug hun wandel- en fietspaden tonen, arenden boven mijn hoofd zweven, zwanen en de kano’s terug op de meren verschijnen en de beren en elanden aan hun schavuiten tonen hoe dicht ze bij de snelweg mogen komen? Wanneer mijn partner me in mei en juni voor enkele weken komt opzoeken, verkennen we alle uithoeken van The Yukon en Alaska om er de mooiste wandelpaden te ontdekken. Hier drie van onze hoogtepunten.

Een voorruit vol barsten

Dawson City is een historisch goudzoekersstadje dat vooral vanwege haar culturele achtergrond interessant is om een dagje rond te flaneren. Doe je er de avond zelfs nog bij, waag je dan aan de Sourtoe Cocktail in het Downtown Hotel. Je krijgt niet elke dag de kans om een gemummificeerde teen tegen je lippen te laten tikken.

Wat zuidelijker dan Dawson City vertakt de Klondike Highway in een veel ruigere en befaamde highway: de Dempster Highway. Een rit over deze highway garandeert je een ‘Yukon Windshield’, oftewel een voorruit vol barsten. Een interessante optie om in je verzekering op te nemen als je met een huurwagen rondtoert. De Dempster leidt uiteindelijk tot het noordelijkste punt van de Northwest Territories en de Arctische Oceaan. Staat deze uitdaging niet op jouw bucketlist, dan is de highway alsnog een aanrader tot in het Tombstone Provincial Park. Een centraal gelegen kampeerplek staat je toe te overnachten in de prachtige vallei. Je kan nog verder in het park genieten tot wanneer je benzinetank halverwege is, want dan moet je beslissen of je voortrijdt en aan de arctische trip begint of terug naar Dawson City keert.

Haines, Haines Pass

Het Chilkat National Park in Haines, Alaska, is de uitzondering in de lijst van Canadese hoogtepunten, maar zeker het overbruggen van de nationale grens waard. Een lang, slingerend wandelpad leidt je helemaal van aan je kampeerplek, door het immense groene woud, langs de prachtige baaien die niet onbezwommen kunnen blijven, tot helemaal in het puntje van het schiereiland. Onderweg in de Haines Pass vind je al even adembenemende wandelingen, vooral zodra je Canada binnenrijdt. Charlotte’s Lake, bijvoorbeeld. Een reeds zeer mooi meer wanneer je aan de oever staat, zal je sprakeloos laten als je de stevige wandeling tot aan King’s Throne aandurft en van daaruit het meer in al haar glorie aanschouwt.

Whitehorse en Atlin

Whitehorse, de hoofdstad van de Yukon, is inderdaad de grootste stad die je in de Yukon vindt, al zou een Belg het nog steeds meer een ambitieus dorp vinden. Hun slogan ‘The Wilderness City’ is gelukkig niet minder waar. De stad wordt omringd door enkele bergen die bezaaid zijn met wandelpaden. Een uitstap naar Grey Mountain is een prachtige dagbesteding. Boven aangekomen heb je zicht op de drie meren: Fish Lake, Marsh Lake en Lake Laberge. Met wat lokale tips leidt de afdaling je langs een schattige, verstopte grot, waar je een boodschap kan achterlaten in het bezoekerslogboek.

Atlin is een dorpje dat enkel via de Yukon te bereiken is, maar toch net over de grens met Brits-Columbia ligt. Iets wat menig locals frustreert, vooral wanneer een postorderbedrijf wel verzending naar Atlin (BC) aanbiedt, maar niet naar Whitehorse (YT). Een postbus in dit dorpje zou echter niemand zich betreuren. De lange highway loopt langs het prachtige gelijknamige meer tot in het dorp, van waaruit nog zoveel meer mooie wandelpaden vertrekken en waar verborgen kampeerplaatsen aan de kleinere meertjes een écht Canadees gevoel opwekken.

In de Ibex Valley – vanuit Whitehorse richting Haines Junction – mag een bezoek aan Kusawa Lake niet ontbreken. Met twee kampeerplekken langs de 23 kilometer lange grindweg, ben je zeker van een stopplaats in alle rust aan dit uitgestrekte meer. Vanuit de verste kampeerplaats loopt een verborgen schapenpad tot aan het hoogste punt. Het ietwat Zweedse uitzicht over Kusawa Lake en de omringende bergen, inhammen en valleien, maakt de tocht zeker de moeite waard.

Koop lokaal