Er zijn avonturiers over wie je gewoon graag leest. En er zijn avontuurlijke verhalen waar je op een bepaald moment zó diep in kruipt dat lezen alleen niet meer volstaat. Voor fietsjournalist Tom Ysewijn, acteur Titus De Voogdt en verslaggever Jeroen Franssens is het relaas van Kazimierz Nowak zo’n verhaal, over de Poolse journalist die in de jaren 1930 in zijn eentje Afrika doorkruiste.
Tekst: Sandra Gyles / Foto’s: Tom Ysewijn, Titus De Voogdt en Jeroen Franssens, tenzij anders vermeld
Eerst was er de fascinatie voor Kazimierz zelf, die als onafhankelijke reiziger, met een fiets, een notitieboek en een koppigheid die vandaag nog altijd tot de verbeelding spreekt, 40 000 km aflegde dwars door het Afrikaanse continent. Tom schreef er het boek Alleen door Afrika over. Daarna ontstond het idee om samen met Titus en Jeroen te werken aan een podcastreeks ‘Weg van Nowak’ die op 6 juni 2026 start. Wat een comfortabel studioverhaal had kunnen worden, mondde echter uit in iets veel concreters: zelf vertrekken. Zelf fietsen. Zelf ondervinden wat er gebeurt als je comfort en controle inruilt voor hitte, stof en lange dagen in het zadel.
De lus sluiten, voor Nowak
“We zochten naar een manier om zijn verhaal zo goed mogelijk te brengen”, vertelt Tom. “Gaandeweg ontstond het onzalige idee om het gewoon zelf te doen, met name het ontbrekende stuk dat Nowak nooit heeft kunnen fietsen.” Dat ‘ontbrekende stuk’ lag in Namibië en Angola. In de buurt van Windhoek begaf Nowaks fiets het finaal, waarna hij noodgedwongen te paard verder moest. Uit de brieven die hij tijdens zijn reis naar zijn vrouw stuurde – brieven die Ysewijn, De Voogdt en Franssens in Polen konden inkijken – bleek dat dat hem altijd is blijven frustreren. “Dat de cirkel niet echt rond was”, zegt Titus. Precies daar zag het trio een missie weggelegd: de Afrikaanse lus sluiten, voor Nowak. En zo geschiedde: in oktober 2025 fietste het trio zo’n 2000 kilometer door Namibië en Angola. Daarvan legden ze ongeveer 1600 kilometer effectief op de fiets af.
Traag en kwetsbaar
De tocht was zeker geen nostalgisch pretreisje. “We waren volledig op onszelf aangewezen”, aldus Titus. “We sliepen in tenten, hadden onze volledige watervoorraad mee en een robuuste setup: aluminium gravelbikes, tubeless banden, zo weinig mogelijk overbodige ballast.” Het zwoegen en zweten onderweg bracht hen ook dichter bij Nowak dan ze hadden verwacht. “Op een fiets voel je elke kilometer en elk zuchtje tegenwind”, benadrukt Tom. “Je rijdt niet door een landschap, je zit erin. En als er dan tachtig kilometer lang niets is – geen bereik, water, winkels of hulp onderweg – dan is zelfs een ogenschijnlijk eenvoudige etappe een onderneming.” En toch is hun avontuur in niets te vergelijken met dat van Nowak. Titus is daar opvallend helder in: “Kan je vandaag eigenlijk nog echt op avontuur? Er is bijna overal verbinding, er zijn ambassades, er wordt voor je gezorgd. Nowak daarentegen trok echt zonder hulp naar het onbekende.”
De blik van een witte man
Voor Tom is Nowak eigenlijk ‘de eerste Afrika-fietser’, of op zijn minst een van de allereersten. Een bikepacker avant la lettre wiens tocht ook nog eens uitzonderlijk goed is gedocumenteerd. “Zijn perspectief is uniek. Omdat je iets te weten komt over Afrika in de jaren 1930, maar ook over de blik van de witte man op Afrika…” Onderweg was Tom de Nowak-kenner en de navigator. Jeroen de geluidstechnicus, regisseur en tegelijk de minst ervaren fietser. En nam Titus vaak het koken, het kamp en de logistiek op zich. “Natuurlijk waren er soms spanningen”, geeft Tom toe. “Over het tempo, over vertrekken of nog een rustdag nemen… Maar we hebben maar een paar keer eens ‘echt’ moeten praten.” De eerste weken waren wel een schok. Hitte, lange wegen, een klimaat waar je niet zomaar in glijdt. Titus noemt Jeroen ‘echt een beer’, maar ook iemand die in het begin hard afzag. Pas na een week of drie begon alles vlotter te lopen.
La Vache qui rit
Voor vertrek werd het trio vooral gewaarschuwd voor Angola: diefstal, corruptie, criminaliteit, ontvoeringen, wilde dieren… De realiteit bleek anders. “We gingen met een bang hart de grens over”, geeft Tom toe. “Maar Angola is een van de meest relaxte landen waar ik ooit ben geweest. We hebben er niets dan vriendelijkheid ontmoet. Het is jammer dat het land er niet in slaagt om het imago van die burgeroorlog af te schudden, terwijl dat al bijna 25 jaar geleden is.” De grote misrekening zat elders: in de leegte. Titus: “Als iemand tegen je zegt dat er niets is, dan denk je: ‘Ja ja, er zal wel ergens iets zijn. Een barretje, een kruispunt, een dorp.’ Maar er was dus echt niets.” Maar juist dat maakt kleine dingen groots. Een doosje La Vache qui rit bijvoorbeeld. “Er lag één doosje in die winkel, dus ik maar hopen dat de man voor me het niet zou kopen.” Alsof dat nog niet absurd genoeg was, kregen ze in Angola geregeld een politie-escorte achter zich aan; surveillance en bescherming tegelijk. Pogingen om aan de escorte te ontsnappen mislukten, en uiteindelijk kwamen ze met een pragmatische oplossing: de agenten een biertje aanbieden, bagage mee in de laadbak. “We maakten van de nood een deugd”, grijnst Titus.
Het geluk van kleine dingen
Wat het meest blijft nazinderen, zijn niet de grote heroïsche momenten, maar de kleine dingen. “Dat doosje La Vache qui rit?” herinnert Titus zich. “Dat smeerden we op crackers op een van de mooiste plekken die je in Angola kan vinden, op een rots, bij een rivier waar we onze kleren konden wassen en uiteindelijk twee dagen bleven. Voor mij was dat het summum en de samenvatting van onze hele reis. Puur geluk.” Tom herinnert zich dan weer koude cola’s in een barretje midden in het bos en het liedje Wind of Change, dat er door de boxen schalde. “In de context van stof, hitte en leegte was dat zo speciaal, dat we gelijk voor iedereen een cola kochten.” In dezelfde adem noemt Tom het einde van een zware dag in de Kalahari: “Als je het dan ’s avonds gehaald hebt en je zit voor je tent je zak eten leeg te eten, ja, dat is een schoon moment.” Ook bijzonder waren de plekken waar Nowak voelbaar aanwezig was. “Het kerkje in Gobabis, waar hij zijn laatste uren in de stad doorbracht. Een politiekantoor waar hij een nachtje mocht slapen, de missiepost waar hij was geweest, een stukje grasland met heuvels op de achtergrond dat hij met kleurpotloden in zijn dagboek had geschetst…”
Terug thuis
Uiteindelijk leerde het trio gedijen in Afrika. Titus: “We leerden leven met het feit dat een trein misschien alleen op vrijdag komt – als hij komt. Accepteerden dat er niet altijd een douche, winkel of een oplossing is. En dat een simpele plastieken bal voor kinderen in een dorp tien keer zo veel waard is als eender welke gadget. Uren spelen ze daar met een zelfgemaakte prop van plastic tasjes, stof of kranten. De volgende keer neem ik een zak vol plastieken ballen mee.” De terugkeer? Die was moeilijker dan het vertrek. “De ergernis die je in de eerste week in Afrika hebt, valt in het niets wanneer je terug in Europa bent. Dan denk je: waarom crossen wij hier in hemelsnaam de benen van onder ons lijf?” Wat we van de podcast mogen verwachten, vragen we nog snel aan Tom. “Twee parallelle verhalen, als spiegels naast elkaar, waarin je ziet wat er in honderd jaar is veranderd. Het gaat over onze reis, maar ook over zijn reis en zijn blik, dus eigenlijk twee reizen voor de prijs van één.” De podcastreeks verschijnt in juni 2026.
De opzienbarende reis van Kazimierz Nowak
Kazimierz Nowak was een Poolse correspondent, fotograaf en reiziger die tussen 1931 en 1936 solo Afrika doorkruiste. In totaal legde hij ongeveer 40 000 kilometer af, te voet, per fiets en ook deels te paard, per kano en per trein. Wat zijn reis zo bijzonder maakt, is niet alleen de afstand, maar ook de manier waarop. Hij documenteerde zijn tocht in detail, maakte veel foto’s en stuurde brieven naar zijn vrouw. Een jaar na zijn terugkeer stierf hij al. Tijdens zijn reis had hij malaria opgelopen en zijn lichaam was zo verzwakt dat een longontsteking hem fataal werd. Nowak werd slechts 40 jaar. kazimierznowak.be/bestellen
