Wandelen in Nieuw-Zeeland
Wandelen in Nieuw-Zeeland

Te Araroa, goed voor 3000 kilometer wandelen in Nieuw-Zeeland, is een van de jongste langeafstandsroutes en loopt langs de meest spectaculaire landschappen van Nieuw-Zeeland. Eef De Boeck en haar Noorse vriend Per Jonas legden de 3000 kilometer al wandelend af, van het noordelijkste puntje in Cape Reinga tot de plek waar de Zuidelijke Oceaan wild op de kliffen van het schiereiland bij Bluff beukt.

Tekst en foto’s: Eef De Boeck & Per Jonas Strand

3000 km wandelen in Nieuw-Zeeland, het verslag

3 november, Cape Reinga
Een moeilijk begin

Vol enthousiasme schieten PJ en ik uit de startblokken aan Cape Reinga, het meeste noordelijkste punt van Nieuw-Zeeland. We zijn ietwat geïntimideerd telkens we richting zuiden kijken en ons realiseren welke afstand nog tussen ons en het eindpunt ligt. Maar dat kan de pret niet bederven: de zon schijnt en de eerste kilometers zijn meteen adembenemend. Helaas komt al snel de eerste realiteitscheck. Na vier dagen wandelen in Nieuw-Zeeland over hard zand, onder een schroeiende zon en doorheen een lentestorm zijn onze lichamen gebroken. We slepen ons vanuit Ahipara naar de bossen van Northland, om daar de wanhoop tegemoet te gaan. Na vier dagen aan een slakkentempo – het pad vinden, kost ons evenveel tijd als het obstakelparcours op het pad zelf – staan we op de top van de Raetea, waar we uitgeput ons kamp opzetten.

“Het al onbestaande pad is weggespoeld, de – soms kniediepe – modder
alomtegenwoordig en elke meter gaat moeizaam.”

Tegen de avond valt de regen met bakken uit de lucht. De sluizen staan de hele nacht open en ook ’s morgens komt er geen einde aan. Maar we zitten vast op een kam, zonder water of stroom in de buurt en dus moeten we verder. Te kort nadat we al onze natte spullen bij elkaar hebben gepakt, beginnen we te beven. We zijn doornat en hebben het koud: onze warmste uitrusting hebben we namelijk al naar het volgende postpunt opgestuurd, omdat we ervan uitgingen dat we door subtropisch bos zouden wandelen. Een kapitale inschattingsfout. Het al onbestaande pad is weggespoeld, de – soms kniediepe – modder alomtegenwoordig en elke meter gaat moeizaam. Zes kilometer moeten we afleggen, eindeloos steil op en neer. Pas tien uur later staan we aan de rand van het bos, fysiek verpletterd en mentaal ontredderd. PJ kijkt naar mij en zegt: “If this is how it will be all the way down to Bluff, I’m quitting.”

23 december, Tongariro Alpine Crossing
Kerstmis op de vulkaan

Wandelen in Nieuw-Zeeland kost wat tijd. Goed anderhalve maand na onze start komen we aan bij de vulkaan Tongariro, een van de hoogtepunten voor iedere outdoorliefhebber die naar Nieuw-Zeeland trekt. En al helemaal voor ons, na meer dan 1200 lange kilometers, met veel regen, kou en vermoeide benen. Net voor de 1000 kilometer-kaap gooiden we zelfs bijna de handdoek in de ring. De beloning bleef uit, maar was het wachten meer dan waard. Net vandaag is de lucht boven de vulkaan eindelijk opgeklaard. De zon breekt door en het vulkanisch plateau laat zich van zijn mooiste kant zien. We wandelen tegen de stroom, van noord naar zuid, terwijl men toeristen aanraadt om het omgekeerde te doen. Met onze grote rugzakken en in de verkeerde richting vallen we op tussen de dagtrekkers. “You’re going the wrong way!” roept er één. Kijkend naar de stroom toeristen antwoord ik: “No, we’re going exactly the right way!”

“Onder de sterren vertrekken we naar de top van Mount Doom – de mythische berg
uit Lord of the Rings – voor een zonsopgang over het plateau.”

19 kilometer en vele fotopauzes later valt onze mond nog steeds open en besluiten we er een tweede dag aan te breien. Gelukkig kunnen we nog net een tentplekje versieren bij de Mangatepopo Hut, de enige toegelaten kampeerplaats. Om de massa te ontwijken, kruipen we al om halfvier ’s nachts uit onze slaapzak voor een snel ontbijt onder een kristalheldere hemel met een gigantische Melkweg. Onder de sterren vertrekken we terug naar de top van Mount Doom – de mythische berg uit Lord of the Rings – voor een zonsopgang over het plateau. De kraters onderweg kleuren goud onder het eerste zonlicht. Ruapehu, de andere grote piek, blijft in de wolken hangen, maar het uitzicht is desalniettemin buitenaards. Vol verwondering nemen we onze tijd om de krater en de verschillende uitzichtpunten te verkennen, tot ook de stroom van mensen de top begint te bereiken. Beroofd van onze ochtendstilte banen we ons overgelukkig een weg terug, en wensen alle klimmers een meer dan vrolijk kerstfeest.

Langeafstandsroute in Nieuw-Zeeland
Te Araroa Herekino, Raetea and Puketi Forests

19 januari, Wellington
Eerste eiland afgewerkt

Aan het zuidelijkste punt van het Noordereiland staan, is surreëel, ongelooflijk. Voor ons ligt geen land meer om te bewandelen. Lange tijd zitten we stil naast elkaar op de laatste heuvel van het eiland, starend naar de zeestraat Cook Strait en de contouren van het zuideiland. Ik ben sprakeloos. Ook al hebben we nog maar één van de twee eilanden afgevinkt, het gevoel is al fantastisch. Wellington binnenwandelen, voelt aan als een overwinning. Drie maanden voorheen zijn we in Wellinton geland en begon onze reis. Vandaag staan we hier terug, na 1690 kilometer wandelen in Nieuw-Zeeland.

“Ook al hebben we nog maar één van de twee eilanden afgevinkt,
het gevoel is al fantastisch. Wandelen in Nieuw-Zeeland en dan Wellington binnenwandelen
voelt aan als een overwinning.”

De voorbije dagen bekeken we de foto’s uit het begin van onze reis herbekeken. Wie waren die mensen, op die foto’s? We kunnen onszelf nog maar moeilijk herkennen. Een tocht als deze laat niemand onaangeroerd en Te Araroa heeft onze kijk op dingen, onze levensvisie nu al voorgoed veranderd. We denken terug aan de kiwi’s die op onze moeilijkste momenten met ons kwamen praten: op straat, op hun oprit, in het park. We denken terug aan alle gastvrije complete vreemdelingen die ons een glas water, een douche, een lift, een bed aanboden, die ons in huis namen en in de watten legden. Soms waren er zo veel aanbiedingen dat we de helft moesten afslaan. Soms werd het moeilijk om nee te zeggen na het vijfde aanbod voor een lift. Meer dan wat ook hebben mensen van deze reis er nu al een onvergetelijke van gemaakt.

17 maart, Breast Hill
Rillen in een hutje

Te Araroa heeft ons al ontelbare hallucinante uitzichten geboden, en eenmaal voorbij het meer van Tekapo gingen we er eigenlijk van uit dat we het leeuwendeel wel zouden hebben gehad. Veel verder hebben we in onze trail notes ook niet meer gelezen. 2400 kilometer, dat leek ons tijdens de voorbereiding nog heel ver weg. Ondertussen liggen die trail notes al diep begraven. We zijn al zo lang op weg, dat het voelt alsof de tijd heeft stilgestaan. Wandelen in Nieuw-Zeeland door desolate stukken, waar niemand komt en niemand woont, met amper paden. ‘Ongeveer naar het zuiden’ was onze richtlijn. Dan kwamen we altijd wel in de juiste richting uit. Van Breast Hill, een berg in de vorm van een borst, hebben we maar weinig verwachtingen. De naam klinkt niet bekend en stilaan begeven onze knieën het onder de hoogteverschillen. 1000 meter op en neer, elke dag, dat laat zich voelen.

“We zwierven door desolate stukken Nieuw-Zeeland, waar niemand komt en
met amper paden. ‘Ongeveer naar het zuiden’ was onze enige richtlijn.”

De dag voor de top is een van de zwaarste op het zuidereiland, maar bij aankomst in Stody’s Hut staat ons een verassing te wachten. Patrick?! Patrick vergezelt ons al af en toe sinds dag drie, maar ligt inmiddels al een tijdje voorop. Maar hier zit hij dus aan een klein tafeltje met alle kleren aan die hij bezit, met thee op ons te wachten sinds hij van een andere hiker hoorde dat wij eraan kwamen. “I thought you could all use a tea, after that climb.” De volgende ochtend beginnen we aan de rest van de klim. Na een goede 400 meter klimmen, zakt mijn motivatie weg. Hijgend denk ik bij mezelf: “Waarom. Moeten. We. Over. Élke. Heuvel. In. Dit. Land!?” PJ en Patrick staan al op de top te staren. “Eef! Get up here!” Onder ons ligt een fantastisch uitzicht over Lake Hawea, begrenst door scherpe kammen en steile pieken. Op een van die scherpe kammen zullen we later duizend meter afdalen. PJ schiet er als een Noorse berggeit vandoor, Patrick en ik nemen rustig onze tijd en lachen. Een steilere helling, een smaller pad en zo’n uitzicht heb ik tijdens het wandelen in Nieuw-Zeeland zelden gezien.

11 april 2015, Bluff
Tranen van geluk en weemoed

Ondertussen zijn we al 600 kilometer met z’n viertjes onderweg over het Zuid Eiland: PJ, Patrick, Marylène en ik. We zijn echt een team geworden. En dat team doet het langzaam. Want we moeten niet per se snel in Bluff, het allerlaatste punt, geraken. Uiteindelijk komt toch onvermijdelijk die laatste dag. Om acht uur ’s morgens vertrekken we samen uit ons hotel in Invercargill, naar de eindstreep in Bluff. Het miezert, maar de zon breekt door en een gigantische regenboog kleurt de lucht. De weersomstandigheden die ons nu naar het einde brengen, zijn dezelfde als degene die ons zes maanden lang achtervolgd hebben: zonnig, met buien. We lachen. Ik denk aan de keren dat ik bijna gestopt was, maar toch bleef doorgaan. Hier sta ik nu, in de laatste rechte lijn naar Bluff. Een ijzeren wil, een groot gevoel van trots en beenspieren als een paard hebben ons allemaal hier gebracht.

“Een ijzeren wil, een groot gevoel van trots en beenspieren
als een paard hebben ons allemaal hier gebracht.”

De laatste kilometers word ik nerveus. Terwijl we Bluff naderen, weet ik mezelf geen houding te geven. Blij? Triest? We wandelen op het asfalt en staan ineens voor het bord. Ik strekt mijn arm uit. Tranen beginnen te stromen, tranen van puur geluk en tranen van rouw omdat de reis ten einde is. We geven elkaar een knuffel en staan lang stil. De humeuren wisselen, meer tranen rollen. We nemen onze overwinningsfoto’s en roepen: “We did it! We did it!” Terug in het hotel is niemand echt extatisch. Er hangt eerder een sfeer van gemis, van weemoed naar het simpele leven dat we de laatste zes maanden hebben geleefd. De volgende ochtend zeggen PJ en ik dat er onder ons nog een eiland ligt, Stewart Island, en dat we daar naartoe gaan. “Because we’re not in the very south, yet!“ Patrick volgt. Marylène ook. En zo vertrekken we twee dagen later voor onze bonusronde op het beruchte Northwest Circuit. Weer of geen weer, het kan ons niet schelen tijdens het wandelen in Nieuw-Zeeland. Onwards and southwards!

Eef De Boeck & Per Jonas Strand verzamelden alvast ook praktische informatie over de langeafstandsroute Te Ararroa voor je.

Hun blog crossingaotearoa.com

 

Bewaren

Bewaren