Lien en Annelies fietsen 11.000 km door 20 landen in 10 maanden

#FITZproject - Lies en Annelies fietsen van Belgie naar Sint-Petersburg
Foto Stefan en Lena van ‘Alles in 12 taschen'

Na de afgrijselijke aanval van enkele weken geleden op de wereldfietsers in Tadzjikistan, beslissen Annelies en Lien, na veel wikken en wegen, om dit artikel over hun tijd in de Stans toch te publiceren. Annelies en Lien ontmoetten de Amerikaanse Jay en Lauren in april dit jaar aan de grens van Kroatië met Montenegro. Annelies: “Ze keken ontzettend uit naar hun Pamir-avontuur. We houden een erg warm gevoel aan jullie over. Jullie blijven ons bij als enthousiaste, jonge mensen met veel levenslust en openheid. Al ons medeleven gaat uit naar de families en vrienden van de slachtoffers.”

Een verslag van de eerste vier maanden van hun reis

Tekst: Annelies Baeten / Foto’s: Lien Verschooten, tenzij anders vermeld

Drie maanden waren we een koppel toen in augustus 2016 het idee ontsproot om samen lang op reis te gaan. We droomden over onze eerste grote fietsreis en beslisten om in juli 2017 te vertrekken. Wat aanvankelijk een reis van vier maanden zou worden, groeide uiteindelijk uit tot tien maanden onderweg. Voor fietsreisrookies als wij was dit een groot avontuur. Fietsen was voorheen eerder iets functioneels geweest, een manier om ons van en naar het werk te verplaatsen. Een lange tocht hadden we beiden nog nooit gedaan, op een weekendje en een vijfdaagse na. Maar we springen graag in het diepe, zoals we zijn. De vrijheid en het simpele, avontuurlijke leven tegemoet!

Van België naar Sint-Petersburg

In december trokken we er een weekend op uit naar een huisje in Noord Frankrijk om te brainstormen over dit wilde idee. We trokken ons terug in de zetel, achter de warme houtstoof, gewapend met thee, koekjes en laptops met fietsersblogs en gespecialiseerde webpagina’s. Ideeën over routes, materiaal, het kostenplaatje, visa, vaccinaties… kregen stilaan vorm. De reis werd concreet toen we ons eerste vliegtuigticket boekten, fietsbanden vergeleken, twee testweekendjes gingen trappen en fietsbeurzen afschuimden. Kristof, een ervaren wereldfietser en dorpsgenoot, wist ons nog extra te inspireren tijdens een Chinees etentje en vermaakte ons met foto’s en verhalen.

De globale route voor de eerste maanden lag vast. Het plan was om in zeven weken naar Sint-Petersburg te fietsen. Daarna zouden we vliegen naar Oezbekistan, waar we onze toer door Centraal-Azië zouden starten. Kristof overtuigde ons om doorheen het Pamirgebergte te fietsen en Tadzjikistan mee in de planning te nemen. Naast Kirgizië lonkten ook China en Zuid-Oost Azië. Eindigen in Bali, Indonesië, was het idee. Tegelijkertijd voelden we dat het ons na Centraal-Azië niet zoveel uitmaakte welke richting we uitgingen. We wilden dat laten afhangen van administratief geregel, goesting en onze fysieke toestand.

We trapten (stevig) in…

De eerste zeven weken naar Sint-Petersburg legden we in een stevig tempo af. Het was een periode waarin we er nog van overtuigd waren dat we onszelf en de fietsbroek nog elke dag moesten wassen. Wat waren we nog onzeker en proper. We maakten kennis met ‘warmshowers’, dé fietsers-community, waardoor we over de hele wereld bij mensen thuis verbleven. We zijn erg dankbaar dat we door deze groep gezinslevens aan de andere kant van de wereld mochten ervaren en zoveel fietsfanaten konden ontmoeten. Onderweg naar Sint-Petersburg volgden we de R1-fietsbordjes en sliepen we meestal op campings. Aan de Baltische zee sloegen we de tent op het strand op en in Rusland achter wat bomen in een veld, om toch een beetje gewoon te worden aan dat wildkamperen. We moesten een drempeltje over, maar eens dat gebeurd was, konden we er geen genoeg van krijgen!

We leerden zoveel in deze periode. We leerden naast wildkamperen dat de Harzmountains in Duitsland pittige bergjes zijn, dat GoogleMaps je meestal de modder in stuurt in Polen, dat de gastvrije Poolse Alicija de beste ‘duifjes’ maakt en dat de ‘Kabanos’ de beste worst is die je in Polen kan vinden. Klaipeida zal ons bijblijven als de havenstad in Litouwen die de TallShiprace ontving in 2017, een internationaal evenement dat we op het Belgische zeilschip ‘de Rupel’ van dichtbij konden meemaken. Wat een heerlijke avond! Estland had een knap uitgewerkt lange afstands-fietsnetwerk waardoor we genoten van comfortabel fietsen. Overdag groeiden onze creatieve kookideeën en gelukkig was er aan winkels geen gebrek in Europa. We toverden dus bijna dagelijks originele en voedzame gerechtjes op onze borden zodat we steeds met veel energie weer de volgende fietsdag konden aanvatten. De aankomst in Sint Petersburg was memorabel, wat een grootse stad! En wat een eerste groot fietssucces van ons! Onvergetelijk! We hadden de smaak stevig te pakken.

Naar de Zijderoute: crossroads van culturen

Nerveus stonden we die zondagochtend, de ochtend van ons vertrek naar Tashkent, op. We hadden immers nog nooit onze fietsen en de bagage vliegtuigklaar gemaakt. Later deze reis zouden we er zowat professionals in worden, maar voor toen was het, licht uitgedrukt, een huzarenstukje. Fietsdozen hadden we gemakkelijk gevonden, op aanraden van een andere fietser, bij een fietsspeciaalzaak die meteen ook een gemakkelijk af te stellen Chinese stuurpen plaatste op Annelies’ fiets. Zo, deze was ook klaar om het hooggebergte in te gaan. We kregen de fietsen na een halve dag ploeteren in de dozen. Nat van het zweet begonnen we aan onze bagage en kregen we onze twaalf fietstassen met wat gepuzzel in twee grote geruite plastiek draagtassen die we dan lieten wrappen op de luchthaven. ‘Finally, that FITZ!’

Na een comfortabele vlucht kwamen we om zes uur ’s ochtends aan in de hoofdstad van het cultureel rijke Oezbekistan. Om ons in zijderoute-sferen te brengen volgden we de historische fictiereeks ‘Marco Polo’. We voelden ons beiden aangetrokken door het nomadische leven van volkeren op de zijderoute en de handel die er door de eeuwen heen gedreven werd. In Tashkent acclimatiseerden we enkele dagen en leerden we een Franse wereldfietser kennen die ons hielp met de fietsen weer op te bouwen en af te stellen. Samarkand werd onze volgende halte. We namen de trein naar de stad met de prachtige madrasas en snoven al backpackend de cultuur op. Daarna bezochten we Buchara; onze favoriete stad in dit land omwille van de meer authentieke hoekjes, gebouwen, tafereeltjes. Na twee weken niet op de fiets keken we positief gespannen uit naar het volgende avontuur binnen dit avontuur: fietsen in Centraal-Azië.

Samarkand – Dushanbe

De eerste dag terug op de fiets navigeerde Annelies ons uit de stad. Nog geen vijf kilometer verder werden we verrast door een auto die stopte en ons heerlijke blauwe druiven toestopte en een beetje later kregen we aan een kraampje onderweg een sappige watermeloen. Het was er heet; 45 graden en meer. We sleepten toen al dagelijks tien liter water mee. Aan het einde van de eerste dag, tijdens de eerste serieuze beklimming, kwamen we bij toeval Shakri tegen, een meisje van late puberleeftijd. Ze sprak vlot Engels. We vroegen of we onze tent konden opslaan in de tuin. Shakri en haar familie waren zelf op vakantie in hun vakantiehuis. We moesten en zouden binnen slapen en mee aanschuiven voor een heerlijke Plov, een typische rijstschotel. De eerste woordjes en zinnetjes Oezbeeks leerden we van deze familie, waardoor we fijne korte contacten konden leggen. Joligheid alom toen we de inhoud van onze stuurtassen lieten zien. Dat hadden ze hier nog niet gezien: twee vrouwen uit België op een fiets bepakt als twee kamelen. Wat een hartelijke ontvangst.

Op een ochtend leerden we twee Zwitserse fietsers kennen die in hetzelfde hotel als wij, tevens het enige in het kleine stadje, verbleven. We fietsten enkele dagen samen. Ons eerste fietsdoel na Samarkand was Dushanbe, de hoofdstad van Tadzjikistan. Lien en ik konden er niet aan ontkomen en werden allebei ziek van de hitte in combinatie met de zware fysieke inspanning en het voedsel waar ons lijf nog aan moest wennen. De gesprekken tussen de fietsers gingen meestal eerst over de fysieke ontberingen en pas daarna over iets anders. Onze tocht door dit deel van de wereld was toen al een echte beproeving en het Pamirgebergte was nog ver weg. Enkele Oezbeekse soldaten probeerden ons die avond vriendelijk doch iets te opdringerig te verdrijven van onze kampeerplek aan een huis. Of het uit bescherming of wantrouwen was, zullen we nooit weten. We bleven echter koppig op ons plekje staan en zagen ’s ochtends dat één soldaat post had gevat bij het huis. Hij rekte zichzelf goed uit en leek een rustige controlewacht te hebben gehad.

Maar eerst de Oezbeekse woestijn

Onder de indruk van de imposante landschappen reden we die eerste fietsweek in Oezbekistan door de woestijn. Beiden hadden we vooraf al veel gereisd maar de natuurlijke ruigheid en een menselijke vrijgevigheid hadden we nog niet ervaren. De manier van reizen zat daar wel voor iets tussen. Fietsend zie je meer en is het contact met de bevolking veel dichter. Een fietsreis is bovendien intens, door de telkens veranderende omgeving waartegen je je verhoudt en de nieuwe contacten die je aangaat. Verandering is de enige constante. Loslaten, onzekerheid toelaten en vertrouwen is de boodschap. Je bent kwetsbaar op de fiets. Wij hadden geluk, en veel pret en steun aan elkaar, ook in de moeilijke momenten.

We staken de grens met Tadzjikistan over. Klaargestoomd door de verhalen van andere fietsreizigers waren we wat op onze hoede voor de douaniers. Na wat gepalaver en machtsvertoon konden we doorgaan. Eindelijk! Lien had koorts en verlangde naar een bed. We reden naar een pension dat op de opensourcemap ‘MapsMe’ stond gemarkeerd en keken erg uit naar een comfortabel verblijf voor de nacht. Eénmaal aangekomen in een op het eerste zicht wat vreemde achterbuurt van een dorp waar vermoedelijk nog nooit een fietsreiziger was gepasseerd, bleek er geen pension te bestaan. Een groepje mannen snelden ons nieuwsgierig ter hulp. Na enkele seconden werd er een gastenkamer georganiseerd in het gezin van één van de mannen. We kregen er een heerlijk maal samen en een goed openluchtbed. De volgende ochtend reed de man des huizes ons via een binnenweg naar de hoofdbaan richting Dushanbe waar we later op de namiddag aankwamen. Wat een prachtige, onverwachte wending zulke ontmoetingen soms in petto hebben!

Een trapje hoger en een tandje bij…

We vatten, weer opgeladen, de route M41 aan vanuit Dushanbe. En we waren niet alleen. De voorbije dagen hadden we fietsers zien toekomen en vertrekken, zowel mensen die tijdens een vakantie van een maand hier fietsten als doorwinterde fietsers met getaande huid die al jaren onderweg waren. We kozen ervoor de noordelijke fietsroute te nemen naar Kalaikhum over voornamelijk slechte gravel. Het was het afzien meer dan waard om de tafereeltjes in de bergdorpen te zien en de herders, hun geiten en schapen te ontmoeten op dit indrukwekkende stuk van de planeet. De eerste col reden we op in twee dagen en we leerden onszelf de mantra aan: ‘Eén meter verder kijken en blijven focussen’. Als we de concentratie verloren op deze gravel, konden we afstappen of lagen we op de grond. De tweede dag van de col pauzeerden we elke kilometers en waren we mooi tegen de middag boven. Klaar voor zo’n 30 kilometer ‘downhill’ richting de helderblauwe rivier en het grensdorpje Kalaikhum.

We fietsten vervolgens vier dagen langs de Panj, de rivier die de grens vormt tussen Tadzjikistan en Afghanistan, richting Khorog. We lieten andere fietsers achter en kwamen ze weer tegen. Dat was de dagelijkse trend: ontmoeten en afscheid nemen. De vriendelijkheid en de gastvrijheid van de Tadzjik maakten het zwoegen op deze ondergrond lichter. In Rushon konden we in een comfortabele homestay heerlijk dineren, slapen en ontbijten (ja, zelfs met pannenkoeken!). In Khorog was eindelijk weer meer lekkers verkrijgbaar. We gingen zelfs twee keer naar de plaatselijke Indiër. De fiets kreeg een uitgebreid nazicht en onderhoud. Lena, Stefan en Jan, die we leerden kennen in Dushanbe, kwamen eveneens aan in de befaamde Pamir Lodge waar we enkele dagen rust namen.

Het Pamirgebergte in… ‘on top of the world’

We waren erg nieuwsgierig om de échte Pamirhighway te fietsen, de M41 tussen Khorog en Osh, een – voor het grootste deel – ‘mooie’ asfaltbaan in het hooggebergte. We vertrokken met Lena en Stephan die hun drone als metgezel mee hadden gebracht. Op de eerste dag werden Lien en ik ‘s middags uitgenodigd bij een gezin om te lunchen. We leerden de vrouw des huizes kennen toen we brood kochten. Ze was de juf Engels van het dorp en zoals vele jonge Tadjik studeerde ze in de stad en keerde ze daarna terug naar haar geboortedorp om Engels te onderwijzen. We vonden gemakkelijk plekjes om te kamperen ’s avonds. Met onze geringe woordenschat Russisch en veel handgebaren maakten we met ‘palatka’ (tent) en ‘odin noch’ (één nacht) duidelijk wat onze vraag was.

In drie dagen reden we naar Jelondi, een wat bevreemdende plek in het desolate hooggebergte met heel hete natuurlijke warmwaterbronnen. Daar waren we aan toe. Na Jelondi gingen we nog een niveau hoger en overschreden we de kaap van de 4000 meter. We kwamen soms enkel een herder en een kudde schapen tegen in dit verlaten landschap. Verder is het er koud en staat er veel wind. Noedels zijn de ideale opwarmer. Water tapten we aan de weinige riviertjes en met een beetje ‘hadex’ erin waren we weer voorzien tot de volgende ochtend. We genoten van deze bezigheden. We vonden een winderige, doch adembenemend mooie slaapplek aan de weg naar het Bulunkulmeer. Een ‘ommetje’ dat ons bijblijft door de zandwegen, de eerste authentieke yurt onderweg en de roze zoutmeertjes waar geen water was te bespeuren (en de weg evenmin). Na elke heuvel volgde weer een nieuwe… Plots zagen we terug beschaving en kwamen we aan in het dorpje Alichur, waar we verbleven in een homestay met een bed, de ondertussen vertrouwde groentensoep met macaroni en een saunadouche (een warm gestookt hok met emmers koud en warm water). Za-lig!

Snickers… en vodka

In Alichur namen we een rustdag. Meestal lieten we de fiets dan helemaal aan kant staan en namen we onze tijd om te schrijven, contact te leggen met het thuisfront, te lezen en foto’s te verwerken. We ontmoetten drie Deense vrouwen en een Maleisiër die elkaar leerden kennen in Kazachstan en de Pamirs fietsten van Oost naar West, tegen de wind in. De dag naar Murghab ‘vlogen’ we 108 km op onze fiets; wij hadden gelukkig rugwind. Murghab dook in de verte op en het was nog maar drie uur in de namiddag. Nog tijd genoeg dus om slaapplaats te zoeken en inkopen te doen in de bazaar waar containers met voeding, kleding en chinese hebbedingetjes uitgestald stonden. We keerden terug met noedels, havermout, snickers en vodka. Snickers kon je in deze contreien overal vinden en gaf telkens dat beetje extra energie en vodka was de ideale lokale virus- en bacteriënkiller, lieten we ons aanpraten.

Ak-Baital 4655 mWe stonden de volgende dagen nog voor een grote en hoge uitdaging: De Ak Baital op 4700 meter. De dag voor de beklimming van de col hadden we onze tent onder een brug opgeslagen voor een koude, winderige nacht tot min elf graden. De volgende ochtend kwamen we het tandemkoppel Daniel en Antonia terug tegen. Samen gingen we naar adem happend en goed ingeduffeld de laatste acht kilometer omhoog. De yaks, de mysterieuze dieren waar we moeilijk hoogte van kregen, stonden toekijkend versperd over de weg. Een beetje voorzichtig passeerden we deze oerdieren. Afwisselend klimmen, pauze nemen, rusten, thee drinken, klimmen… Met de fiets aan de hand onszelf omhoog duwend, voor de laatste vijftig meter, kwamen we boven op de berg. De Ak Baital, het hoogste hoogtepunt van onze reis, was bedwongen! Wat waren we trots!

Op een wasbord richting Kirgizië

Eerlijk: we hadden ons verwacht aan een makkelijkere afdaling als beloning. Door de washbords, korte opeenvolgende golfjes in de gravelondergrond, was het bijna zwaarder dan de klim. We kwamen toch nog diezelfde dag enthousiast aan bij het meer van Karakol. Doorzettingsvermogen hadden we inmiddels ook gekweekt. Het tandemkoppel had ons gewaarschuwd om geen rustdag te nemen in Karakol, er was immers een sneeuwstorm op komst. Als we zouden rusten bestond de kans dat we er midden in zouden zitten tijdens de rit naar de grensovergang met Kirgizië. We vertrouwden op hun advies en startten de dag erna weer.

Sari Tash, het eerste grensdorp in Kirgizië, leek aanvankelijk te ver voor deze dag, maar voor de zoveelste keer overtroffen we onszelf, zelfs met aanzienlijke pech onderweg (Lien’s voordrager brak af tijdens een snelle afdaling). De schade bleef gelukkig beperkt tot wat materiële brokstukken. Wat het weer betreft, hadden we met veel zon meer geluk dan onze achtervolgers. De fietsers die de dag na ons op de grensovergang stonden, gingen ofwel in de vroege namiddag de tent in omwille van de sneeuwstorm of fietsten door en werden ziek van oververmoeidheid. Eens Tadzjikistan verlaten aan de steenbok in ‘niemandsland’, gingen we bergaf, richting de grenspost van Kirgizië. In Sari Tash kwamen we na wat omzwervingenterecht in de warme comfortabele ‘guesthouse Mirbek’ waar we konden landen, opnieuw uitzieken en aansterken, en bekomen van ons legendarisch ‘Pamir-avontuur’, dat nog niet gedaan was…

Nog enkele cols te gaan

Na vier dagen vertrokken we weer, deze keer richting de eeuwenoude Zijderoutestad Osh. Nog enkele cols gingen we over om daarna lang, heel lang, af te dalen en Osh binnen te rijden. Een ervaring en een succes van jewelste! We aten sinds lang terug fruit en dronken latte machiatto in het Brio-cafe. We streken voor een week neer in Osh en gaven onze plannen voor het komend half jaar fietsreizen verder vorm.

Het was een onvergetelijk avontuur door de zware fysieke inspanning op die hoogte en door de voordien ongeziene spectaculaire landschappen. De gastvrije en vriendelijke mensen die we onderweg tegenkwamen maakten deze ervaring mee memorabel. Mede-fietsreizigers zijn onderweg kameraden geworden. Wij ervoeren de Stans als veilig. We fietsten er met een houding van gezonde voorzichtigheid en argwaan zoals in andere streken, goed onze intuïtie volgend over waar wildkamperen, met wie meegaan,… en stemden daarrond voortdurend met elkaar af. De slachtoffers van de IS-aanval hadden de brute pech om op het slechte moment, op de slechte plaats te zijn. Onvoorstelbaar. Het voelt hartverscheurend. Maar aan angst toegeven blijft geen optie…

Meer foto’s www.facebook.com/theFITZproject en Instagram (FITZ-project).