Wandelvakantie met kinderen in Polen: magisch bijzonder

Wandelvakantie met kinderen in Polen: magisch bijzonder

Er zijn maar weinig landen met een geschiedenis zo turbulent, een culturele erfenis zo rijk en een natuur zo divers als die van Polen. Alledrie zijn ze onlosmakelijk met elkaar verbonden, getuige de vervallen Joodse graven, militaire overblijfselen, houten kerkjes en kastelen tijdens onze wandelvakantie met kinderen in Polen. Verhalen en indrukken te over voor ons en onze achtjarige tweeling.

Keuzes maken, is eigenlijk het enige waar we deze reis tegenaan lopen. Polen is groter dan je denkt en er valt enorm veel te beleven. Er zijn 23 nationale parken, plus de talloze natuurparken, berggebieden en eindeloze wandelmogelijkheden op het platteland. We besluiten ons te concentreren op de driehoek rechtsonder Warschau, tot aan de grens met Wit-Rusland, Oekraïne en Slovakije.

Op de dool door het platteland

We starten onze rondreis gemoedelijk, op de weide van een boerderijtje in Wola Krakowianska, nabij Mlochow. De buurvrouw is net aardbeien aan het plukken. Voor vijf euro kopen we een bak van vier kilo en eten de rest van de week de zoetste vruchten. Wandelen doen we in de buurt. Achteraan de wei loopt een lieflijk beekje, waar de kinderen hun eigen blotevoetenpad uitzetten, legomannetjes in het buitenavontuur betrekken en kikkers achterna springen. Via het natuurreservaat Młochowski Grąd lopen we door het bos naar het lokale park, Pałacowy.

Niet de wandeling, noch het schattige eekhoorntje of het oude paleis is volgens onze achtjarigen het hoogtepunt, maar wel het openluchtfitnesspark aan de rand van het dorp, vervallen en overgroeid, maar de toestellen doen het prima. Voor het beloofd ijsje moeten we drie kilometer om. Waar voor je geld, zeggen ze dan. Rond valavond keren we huiswaarts. Vogelkijkhutten staan her en der verspreid (tof om op te klimmen) en aan de bosrand spotten de kinderen enkele herten. Die denken ze achterna te kunnen sluipen, tevergeefs. Misschien hebben we morgen in Kampinos, het grootste bos van het woiwodschap Mazovië, meer geluk.

Houten windmolens en lommerrijke tuinen

Onderweg naar Kielce, Krakow en vervolgens de Karpaten, stoppen we in het openluchtmuseumpark van Radom. Een onverwacht leuke verrassing. Het weer is wisselvallig en de schoolvakantie nog net niet begonnen, wat maakt dat we vrijwel alleen door deze skansen dwalen. Het bos is in een lichte nevel gehuld, sprookjesachtig en groener dan groen. Met hun rode regenjasjes aan lijken de kinderen wel Roodkapje.

De boerdijgebouwen geven inzicht in het plattelandsleven van begin 20ste eeuw, terwijl de vier verdiepingen tellende beltoren nog een eeuw verder teruggaat en de eerste houten windmolen zelfs terugblikken op de 14de eeuw. Een wandelende geschiedenisles waar we dankzij de tweetalige bordjes (Engels en Pools) veel van leren. Skansen vind je trouwens overal in Polen. Een van de mooiste die we nog zullen bezoeken is het indrukwekkende openluchtmuseum in Sanok. Maar ook de kleinere skansen, bijvoorbeeld in Chocholow en Pszczyna, zijn een belevenis.

Een rondje door de Tatra

De eerste twee weken komen we in de meeste bossen en natuurparken weinig andere mensen tegen. Dat is in Zakopane, de belangrijkste uitvalbasis voor wie vanuit Polen het Tatragebergte wil verkennen, wel even anders. De schoolvakantie is begonnen, het stadje barst uit zijn voegen en op de weg naar het klooster van de zusters Ursulinnen lopen we in stoet het hobbelige pad op. Richting Giewont (1895 m) haakt het ene na het andere groepje af. Niet alleen het klim- en klauterwerk, maar ook de temperatuur heeft daar zeker iets mee te maken; die daalt namelijk zienderogen. Een uurtje van de top hangen de ijspegels aan de bordjes. Dochterlief heeft het nog nooit zo koud gehad. Vanuit Slovakije drijven ook donkere wolken binnen. Een mooi gezicht, maar met twee kinderen en geen winteruitrusting in onze rugzak is de beslissing snel gemaakt: we gaan terug naar beneden. Daar geeft de Health-app 22,5 km, 31 578 stappen en 240 verdiepingen aan. Toch een behoorlijke prestatie voor beentjes van acht. De dag erna struinen we door de lager gelegen Strążyskavallei, in de hoop op beter weer de volgende dagen. We willen de sterattractie in het bergmerengebied, Morskie Oko, en misschien Czarny Staw nog bezoeken.


De bergen van Bieszczady

Wandelen in de bergen maakt de buikjes van groeiende achtjarigen hongerig. Onderweg naar mijn favoriete uithoekje van Polen, Bieszczady, kopen we kettingen met kleine bagels eraan (weetje: bagels zijn door Joodse immigranten uit Polen in de VS geïntroduceerd). Onze zoon hangt de ketting om zijn nek, en pakt na elke stap ene hapje. We grenshoppen van Polen naar Slovakije en glijden via het Poloniny nationaal park Bieszczady binnen. De langgerekte bergkammen, kilometerslange weiden en weelderige bloemenvelden zijn uniek. Net als de enorme soortenrijkdom: zowel bruine beren, wolven, lynxen, wisenten, wilde zwijnen en edelherten lopen in dit grensgebied rond. Een wandeling naar de top van de Tarnica (1346 m) en het drielandenpunt Polen-Oekraine-Slovakije op de Kremenets (1221 m) mogen niet ontbreken. En hetzelfde geldt voor een kanotocht over de San. Wie wil kan zelfs helemaal naar Przemyśl varen.

’s Avonds genieten we naast een kampvuurtje van de rust en magie die je alleen tegenkomt op uitzonderlijke plekken als deze. De volgende dag glinstert het meer van Solina ons goedgemutst aan. Het is toeristisch, maar een leuke tussenstop. We gaan waterfietsen, volgen een bomenparcours in het avonturenpark langs de weg en plukken de lekkerste wilde bramen.

Het grootste oerbos van Europa

We rijden langzaam terug naar boven via het kasteel van Sandomierski, Lublin en Chelm, en steken door naar het nationaal park Bialowieza, 200 kilometer ten Oosten van Warsaw. Het is bijna niet voor te stellen dat zo dichtbij deze miljoenenstad het grootste oerbos van Europa ligt. De flora en fauna zijn van een ongekende diversiteit en onze gids is wildenthousiast. Grote stukken van het bos zijn vrij toegankelijk, maar het strikt beschermd reservaat (tevens Unesco-Werelderfgoed) kun je alleen met een erkende gids bezoeken. Deze kan je boeken in het bezoekerscentrum. Zeventig procent van de bomen is hier blijkbaar ouder dan honderd jaar. Ze zijn er in alle soorten en maten, en liggen, staan of hangen, dood of levend. Sommige eiken hebben een eigen naam; dat mag wel voor een boom van 40 meter hoog en met een doorsnede van twee meter… Grote dieren komen we niet tegen, maar we zien wel veel dierensporen, de mooiste vogels en een beverdam. Of we meer kans maken op groot wild vroeg in de ochtend? Meestal wel, maar in deze tijd van het jaar laten de wisenten zich niet snel zien. Voor een wolf of lynx moet Moeder Natuur je erg goed gezind zijn, maar je weet het nooit. Nog een tip: neem voldoende insectenwerend middel mee; de muggen en paardenvliegen zijn genadeloos.

Polen weetjes

  • Polen betalen niet met de euro, maar met zloty. € 1 is ongeveer 4,30 zloty.
  • Het hoofdwegennetwerk is grotendeels uitstekend. Er worden (dankzij de EU) veel nieuwe snelwegen gebouwd.
  • De levensstandaard in de steden is enorm omhoog gegaan. Aan de grensgebieden met Wit-Rusland en Oekraïne wisselt dit.
  • Zelfs in de zomer kun je in de hoger gelegen delen van het land te maken krijgen met temperaturen onder nul. Hoog in de Tatra vriest het 200 dagen per jaar.