Sommige avonturen beginnen met een strak plan. Andere met een verhaal. Voor Manu, Katrien en hun zonen Aske en Wietse (toen zeven en zes) begon het met de vraag: “Bestaat Nessie echt?” Drie weken lang rolden ze met twee zwaarbeladen Omnium-cargofietsen de Schotse Hooglanden in, met 500 kilometer voor de wielen en regen in de lucht. En met meren, modder en machtige uitzichten als leidraad.
Tekst: Sandra Gyles / Foto’s: Manu Cattrysse & Katrien De Smet
De route volgde delen van de Highland Trail 550, de West Highland Way en de GBDURO. Geen klassieke familie-fietsroute. Wel: stenige paden, zompige stukken, lange klimmen en op sommige dagen eindeloze regen. Maar ook: lege valleien, zalige singletrails, spiegelende lochs en een landschap dat je als het ware omhelst.
Hun natuurlijke habitat
Wie de Schotse Hooglanden een beetje kent, vraagt zich waarschijnlijk af: hoe doe je dat, met twee kinderen? Vooraf kregen ze ook heel wat bedenkingen te horen. “Beseffen jullie dat er veel midges zijn? In Schotland regent het altijd. Daar neem je kinderen toch niet mee naartoe?” Zelfs mede-avonturiers fronsten de wenkbrauwen. “Dat soort opmerkingen zorgt er vooral voor dat je goed voorbereid vertrekt”, vertelt Katrien. “Muskietennetten voor over de helm, degelijke regenkledij, donsjassen en zelfs een poncho om onder te schuilen. Op die manier hadden ze het nooit koud.”
.
En het terrein? Dat was inderdaad pittig. “Maar ook daar draait alles om perspectief. Je plant minder kilometers dan je denkt nodig te hebben. En je laat het idee van controle los. Want als je wil dat je kinderen zo’n uitdaging leuk vinden, dan moet het ook leuk blijven.” En dat betekent dus niet noodzakelijk de hele dag fietsen. “Als fietsen niet lukte, dan wandelden we, en dat gaf de kinderen onderweg net meer kans om te spelen, terwijl wij de cargofietsen de berg op duwden. Wat onze jongens zich uiteindelijk vooral herinneren, zijn de ijskoude riviertjes waarin ze plonsden, de stenen die ze in het water lieten ketsen, ergens stoppen voor een ijsje…”
Zoeken naar Nessie
Aan de startplaats van hun fietstocht, in Fort Augustus, namen ze nog even de tijd om te zwemmen in het meer van Loch Ness zelf. “Best spannend”, lacht Manu. “Want wie weet wat zich onder dat donkere wateroppervlak bevindt.” Het idee om Nessie als thema te kiezen, was de wortel om de kinderen helemaal mee aan boord te krijgen. “Als voorbereiding voor de reis leenden we alle boeken over het monster die we konden vinden. Eenmaal aan de oever van het meer daagden de jongens elkaar meteen uit. Het water spatte in het rond, maar opmerkelijk genoeg bleven ze dicht bij de oever…”
.
Uiteindelijk vertrok het viertal pas in de namiddag en deden ze de eerste dag maar een klein stukje. De eerste kampeerplek lag midden in een klein dorp. “We genoten meteen van het feit dat je bijna overal mag wildkamperen, zolang je maar voldoende afstand houdt van huizen. Niemand kijkt raar op van een tentje op het dorpsplein. Die mentaliteit is exact wat ons zo aantrekt aan Schotland (en aan de Scandinavische landen).” Ook onderweg bleef de zoektocht leven. Elke loch werd gescand, elke uitstekende rots was potentieel een monster. Soms namen de kinderen zelfs foto’s om er later op in te zoomen en het ‘gespotte’ detail beter te bestuderen.
Shortcuts bestaan niet
Aske en Wietse reden stukken zelf, stapten soms op de cargofiets en bouwden dammen in beekjes terwijl hun ouders de tent opzetten. Het tempo was traag. En precies daarom juist. “De kinderen gaan al van jongs af aan met ons mee”, legt Katrien uit. “Eerst op korte tripjes natuurlijk en altijd aangepast aan hun tempo. Buiten zijn ze gelukkig; het is hun natuurlijke habitat. En nu ze wat groter zijn, kunnen en willen ze meer zelf. Deze bikepackingtrip voelde dus heel natuurlijk.”
.
Wat Manu en Katrien zochten in Schotland waren plekken waar ze eindeloos offroad konden rijden tussen de dorpen in, en met wat geluk een bothy in plaats van een tent voor de nacht. Plekken waar de natuur bepaalt hoe de dag eruitziet en je het avontuur neemt zoals het komt. En ja, dat betekent dat sommige dagen zwaarder zijn dan gepland. “Neem onze ‘shortcut’ naar Kinlochewee, met een bosbessenijsje in het verschiet”, herinnert Manu zich. “De offroad ‘weg’ die we kozen werd steeds smaller, steiler en lag bezaaid met rotsen. Na een tijdje dacht ik ‘Het kan me niet schelen of het pad steil is of niet, ik ben al gelukkig als er een trail is’. Want met deze fietsen voelt een helling van tien graden als een van twintig graden!”
Opvoeden met minder grenzen
Van tijd tot tijd waren ze meer aan het hiken dan aan het fietsen. Maar het maakte niet uit, want ze hadden geen haast. Wietse: “Op sommige stukken moest ik stappen, omdat het te moeilijk was om te fietsen. En als mama ‘Ahoo’ riep, dan moesten we helpen duwen.” Om de fiets over een grote rots of uit een beek te krijgen, bijvoorbeeld. “En er waren ook veel poortjes”, vervolgt Aske. “Soms hadden we de code, maar soms moest papa de fietsen over de poortjes heffen. Dat was voor papa heel moeilijk.”
.
Moeilijke momenten en onverwachte obstakels samen als familie overwinnen, daar draaide het voor Katrien vooral om. “Mentaal zijn kinderen veel sterker dan je denkt. Ze hebben niet de grenzen in hun hoofd die wij hebben. Het is leuk om daar invloed op te hebben en hen te tonen dat alles mogelijk is als je erin gelooft en doorzet, als je je grenzen beetje bij beetje verlegt. Eigenlijk is dat wat Manu en ik proberen te doen: onze kinderen opvoeden met minder grenzen.”
Het echte Schotland
De laatste dag kregen ze, na onderweg vrij veel geluk te hebben gehad met het weer, dan toch de ‘full Scottish treatment’. “Regen, modder, wind, noem maar op”, grijnst Manu. “Uiteindelijk hebben we vroeg ons kamp opgeruimd en zijn we maar vertrokken, in de hoop enigszins droger aan te komen in The Real Food Cafe in Tyndrum, onze allerlaatste halte. Toen we het dorp binnenrolden, brak de zon weer door.”

Wat ze anders zouden doen? “Meer tijd nemen”, beamen Manu en Katrien zonder aarzelen. Drie weken voor 500 kilometer was stevig. Met extra dagen waren ze langer op bepaalde plekken gebleven. En of ze Nessie uiteindelijk hebben gezien? Dat antwoord blijft in de mist hangen. Maar ze vonden iets anders. Dat traag reizen rijker is. Dat avontuur niet per se ver of extreem moet zijn, maar wel gedeeld. En dat een goed verhaal soms belangrijker is dan een strak plan. “Sometimes the hunt is better than the catch,” besluit Katrien.
+ Materiaaltips van Manu & Katrien
Onmisbaar:
- EarPods voor muziek en luisterverhalen, de ideale afleiding op lange dagen.
- Muskietennet voor over de helm, tijdens de zomermaanden kan je niet zonder.
- Uno, het kaartspel dat van elke regenachtige avond in de tent een feest maakt.
Niet nodig (maar gelukkig wel mee):
- EHBO-kit, het item dat je altijd mee moet hebben, maar hoopt niet te moeten gebruiken.
Wat misten ze?
- Een verrekijker om Nessie beter te spotten vanaf de cargofiets.
Voor de volgende trip (naar Kirgistan):
- Lichtere en compactere tent om gewicht te besparen tijdens het klimwerk.