Home Bestemmingen Van alm naar alm over de Salzburger Almenweg rond Filzmoos

Van alm naar alm over de Salzburger Almenweg rond Filzmoos

0
Van alm naar alm over de Salzburger Almenweg rond Filzmoos

350 kilometer, 25 etappes en onderweg zo’n 120 almen: de Salzburger Almenweg viert dit jaar zijn twintigste verjaardag. Wij trokken in SalzburgerLand onze wandelschoenen aan voor twee dagen op de route rond Filzmoos. De hitte gooide onze oorspronkelijke plannen overhoop, maar dat bleek helemaal niet erg. En eenmaal aan het wandelen, bleek stoppen verrassend moeilijk.

Tekst & foto’s: Sandra Gyles

Het is ongewoon warm in Filzmoos, zelfs voor de zomer. Zo warm zelfs dat we ons oorspronkelijke wandelplan meteen bijstellen. In plaats van vanuit het dal eerst een paar uur stevig hoogte te winnen, nemen we de gondel naar boven. Geen heroïsche start dus, maar wel een verstandige. En eerlijk: niemand die daar rouwig om is.

Zodra we uitstappen, zitten we meteen midden in het landschap waarvoor we gekomen zijn. Groene bergflanken, koeien in de wei, houten almen en daarachter de grillige toppen van het Dachsteinmassief. De Salzburger Almenweg heeft duidelijk geen lange aanloop nodig om indruk te maken.

Van alm naar alm

De Salzburger Almenweg slingert over 350 km door de Salzburger Pongau. De volledige langeafstandswandeling telt 25 etappes en verbindt zo’n 120 traditionele almen. Dit jaar bestaat de route twintig jaar. Je hoeft hem gelukkig niet in één ruk af te werken. De verschillende etappes laten zich combineren tot kortere meerdaagse tochten.

Onze uitvalsbasis is Filzmoos, een compact bergdorp tussen het Dachsteinmassief en de markante Bischofsmütze. In en rond het dorp ligt meer dan 250 kilometer aan gemarkeerde wandelpaden, met ruim twintig bemande almen en hutten om onderweg neer te strijken. Onze route? Die passen we aan de omstandigheden aan: de eerste dag komen we uiteindelijk uit op net geen 10 km en 763 hoogtemeters.

Bergweides in technicolor

In het begin is het landschap bijna overdreven Oostenrijks. Koeien grazen op groene hellingen, hier en daar staat een houten hut en boven alles torenen de bergen uit. Je zou er spontaan een jodelsoundtrack bij verzinnen. Maar het zijn vooral de bloemen die de aandacht trekken: sommige hellingen lijken wel in technicolor geschilderd, met superintense kleuren geel, wit, roze en paars. Overal staat wel iets in bloei. En niet hier en daar een verdwaalde bloem, maar hele tapijten.

Filzmoos staat dan ook bekend om zijn bloemenrijkdom. Niet toevallig loopt hier de Königinnenrunde, een wandelroute die de bijzondere alpenflora centraal stelt. Het landschap is tegelijk natuur- én cultuurlandschap. Al eeuwen trekken koeien, schapen en geiten in de zomer naar de almen. Die begrazing hielp mee het open landschap te vormen waarin vandaag zoveel verschillende planten groeien. Het levert onderweg prachtige taferelen op. Wij op een smal bergpad, koeien die zich weinig van onze aanwezigheid aantrekken en rondom een bloemenweide die zich tot aan de bergflanken uitstrekt.

Het wordt rotsiger

Hoe verder we wandelen, hoe meer het landschap van karakter verandert. De groene almen maken geleidelijk plaats voor rotsen en het pad wordt smaller. Op het stuk van de Linzerweg, wandelpad 601, richting Hofpürglhütte begint het echte hoogalpiene werk. Dit is voor mij een van de mooiste stukken van de tocht. Het pad kronkelt over en tussen de rotsen, met telkens nieuwe uitzichten op de omliggende bergen. Hier voelt de Almenweg ineens een stuk ruiger dan zijn naam misschien doet vermoeden. Geen wandeling van terras naar terras, maar een echt bergpad waarop je moet kijken waar je je voeten zet.

De zon staat hoog, schaduw is schaars en onze watervoorraad begint gevaarlijk licht te worden. We weten dat de Hofpürglhütte dichterbij komt, maar eerst wacht nog een laatste stuk omhoog. Tot we water horen. Tussen de rotsen stroomt ijskoud bergwater naar beneden. Rugzak af, flessen open en vullen maar. Het is zo’n klein moment dat op papier weinig voorstelt, maar na uren wandelen in de warmte voelt het als pure luxe. Koud, fris en precies op het juiste moment. Daarna voelen de laatste kilometers weer even lichter.

Een nacht in de bergen

Op 1705 meter hoogte bereiken we de Hofpürglhütte, aan de voet van de Gosaukamm. Rugzak neer, schoenen uit en benen onder tafel voor een stevig bord pasta (tip: vraag een halve portie, die is meer dan groot genoeg!). Veel ingewikkelder hoeft een geslaagde wandelavond niet te zijn. De douche is al even simpel: koud, tenzij een jeton hebt waarmee je welgeteld drie minuten warm kan douchen.

Een nacht in een berghut geeft een meerdaagse tocht bovendien iets wat je bij dagwandelingen mist. Je hoeft nergens meer heen. Geen transfer naar het hotel, geen rit terug naar het dal. De bergen waar je overdag doorheen wandelde, blijven gewoon buiten het raam staan. Wanneer de laatste dagwandelaars vertrekken, keert de rust terug. Eten, napraten, slapen. En de volgende ochtend begint de wandeling zodra we de deur uitstappen.

Dag twee: vooral naar beneden

Na het ontbijt trekken we opnieuw onze wandelschoenen aan. Ook vandaag wijken we af van het oorspronkelijke programma. Uiteindelijk leggen we 12,24 kilometer af. Strava registreert slechts 196 hoogtemeters omhoog, en dat klopt met het gevoel in de benen: vandaag gaat het vooral bergaf. Onderweg passeren we ook de Bachlalm, een plek die bekendstaat om haar marmotten. We kijken. We wachten. We turen naar de hellingen. Niets. Het is ondertussen alweer behoorlijk warm en de marmotten hebben kennelijk besloten dat onder de grond blijven een beter plan is. Geef ze eens ongelijk.

We wandelen verder. En net wanneer niemand nog met marmotten bezig is, klinkt ergens langs de helling een scherp gefluit. Een vogel? Nee dus. Dit keer zien we ze wél: een paar marmotten tussen het groen. Het is een klein moment onderweg, maar vooral het geluid blijft hangen. Zo’n stevig, aaibaar uitziend bergdier en dan dat schelle alarmsignaal. Niet meteen wat je verwacht…

Koeien, water en steeds meer bomen

De route blijft dalen. We passeren koeien die zich weinig aantrekken van wandelaars en komen langs een heerlijke alm waar opnieuw water voor verkoeling zorgt. Precies het soort plek waar een pauze automatisch langer duurt dan gepland. Daarna sluiten de bomen zich steeds meer rond het pad. Na de open bergflanken van de voorbije anderhalve dag voelt het bos bijna als een andere wereld. Het zonlicht valt gefilterd door de kruinen, de temperatuur zakt merkbaar en onder onze voeten maken stenen plaats voor aarde en boomwortels.

Op deze warme dag is de schaduw heerlijk. En er verandert nog iets. Hoger in de bergen waren we vaak alleen met onze eigen groep, de koeien en uiteindelijk toch een paar marmotten. Dichter bij Filzmoos komen we steeds meer wandelaars tegen. Mensen die vanuit het dorp een kortere tocht maken, gezinnen, dagwandelaars.Het toont meteen hoe toegankelijk het wandelgebied is. Je hoeft hier niet noodzakelijk met een rugzak voor meerdere dagen op pad. Je kunt net zo makkelijk vanuit Filzmoos een paar uur wandelen, lunchen op een alm en weer afdalen.

Filzmoos als uitvalsbasis

Dat maakt Filzmoos een handige plek om de Salzburger Almenweg te ontdekken zonder meteen alle 350 kilometer op je planning te zetten. Veel wandelingen beginnen in of rond het dorp en de bergen liggen letterlijk aan alle kanten.

Wij verblijven voor en na onze hutovernachting in Aparthotel Jagdhof, centraal in Filzmoos. Dat blijkt ideaal voor onze korte meerdaagse tocht. Alles wat we voor de nacht in de Hofpürglhütte niet nodig hebben, kan gewoon achterblijven. Een dag later staan onze spullen weer klaar en lonken het zwembad (waar je met de Salzburg Card die je bij je accommodatie krijgt gratis gebruik van kan maken), het hotelrestaurant en een gewoon bed.

Blijven wandelen

Na twee wandeldagen zit onze trip erop. Tenminste, dat is de bedoeling. Ik besluit mijn verblijf nog wat te verlengen en reis door naar Salzburg. Toevallig ben ik in Salzburg wanneer het Salzburger Stadtfest plaatsvindt. De binnenstad bruist: muziek, podia, eten, drinken en overal mensen. Na twee dagen in de bergen is het contrast behoorlijk groot. En toch blijkt stilte verrassend dichtbij. Vanaf de oude stad trek ik de Mönchsberg op. Een paar minuten klimmen en het geluid van de straten verdwijnt achter me.

Bomen nemen de plaats in van gevels en plots wandel ik langs oude stadsmuren en verdedigingswerken. Wat me vooral verbaast: ik kom bijna niemand tegen. Beneden zit de stad vol festivalgangers, boven wandel ik alleen. Af en toe opent het groen zich en verschijnt Salzburg beneden, met zijn kerktorens, en koepels, de Salzachrivier en in de verte opnieuw de bergen. Ik ben duidelijk nog niet uitgewandeld…

 

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Vul alstublieft uw commentaar in!
Vul hier uw naam in

zestien − negen =