Sea to Summit test zijn materiaal niet alleen in een labo. Nieuwe producten worden in Australië mee de wildernis in genomen, onder meer naar de behoorlijk onverbiddelijke Kimberley. Dat verhaal brachten we eerder al op Far Out. Maar uiteindelijk telt ook nog een andere test: hoe doet diezelfde gear het tijdens een gewone kampeertrip? We trokken daarom zelf de West-Australische bush in. Twee weekends, twee totaal verschillende landschappen en koude winternachten inbegrepen.
Tekst & foto’s: Sandra Gyles
Australische winter en kamperen: het klinkt voor een Belg misschien als een vreemde combinatie. Overdag valt het inderdaad best mee. Tijdens onze weekends in juli en augustus tikte de thermometer bij een stralend blauwe hemel vlot 17 à 19°C aan. Zodra de zon verdween, was het een ander verhaal. ’s Nachts zakte de temperatuur tot ongeveer 3 à 5°C.
Ideale omstandigheden dus om een aantal nieuwe Sea to Summit-producten uit te proberen. Centraal in onze test stonden de Women’s Spark donzen slaapzak en de nieuwe Ultralight XR Insulated-mat. Daarnaast namen we bewust ook ouder Sea to Summit-materiaal mee. Want hoe merkbaar is het verschil? En vooral: hoeveel comfort heb je eigenlijk nodig om goed buiten te slapen?
Van graniet naar eucalyptusbos
Voor de eerste test reden we in juli naar Elachbutting Rock, diep in de Wheatbelt van West-Australië. De enorme granietformatie ligt ten noordoosten van Mukinbudin en steekt als een eiland boven het vlakke landschap uit. Je vindt er een natuurlijke ‘wave’, grotten en Monty’s Pass, een ongeveer 30 meter lange tunnel die ontstond toen een gigantisch stuk rots loskwam.
Onze tweede kampeerplek kon nauwelijks meer verschillen. Dryandra Woodland ligt zo’n 170 kilometer ten zuidoosten van Perth en bestaat uit open eucalyptusbossen, met onder meer wandoo en mallet. Het is een belangrijk natuurgebied en leefgebied van typische West-Australische soorten zoals de numbat, woylie en tammarwallaby.
Rode aarde en enorme granietplaten tijdens het ene weekend, een beschut eucalyptusbos tijdens het andere. Wat beide gemeen hadden? Zodra het donker werd, ging de temperatuur behoorlijk snel naar beneden.
Lichtgewicht versus lekker warm
Mijn belangrijkste testcombinatie was de Women’s Spark -1°C met de Ultralight XR Insulated Air Sleeping Mat. Op papier een heel interessante set voor wie licht wil trekken.
De Spark gebruikt 850+ fillpower ganzendons en de Women’s -1°C-versie heeft een ISO comfort rating van -1°C. De Ultralight XR combineert een dikte van 6,5 centimeter met een R-waarde van 3,6. In maat Small weegt de mat slechts 390 gram en meet hij 168 bij 55 centimeter. Een indrukwekkend kleine slaapset dus voor in de rugzak.
En toch werd ik ’s nachts wakker van de kou. Niet één keer, maar verschillende keren. Ik lag op mijn geïsoleerde mat, in de Spark, met een liner, merino ondergoed, sokken, handschoenen én een muts. En nog had ik het koud. Ligt dat dan aan de slaapzak of mat? Niet noodzakelijk.
Mijn testmaatje Mercedes lag enkele meters verderop namelijk heerlijk te slapen. Zij gebruikte mijn oudere, bredere Sea to Summit Camp Self Inflating-mat in combinatie met de Women’s Hamelin synthetische slaapzak en sliep naar eigen zeggen als een roos.
De volgende nacht deden we dus wat iedere zichzelf respecterende materiaaltester zou doen: wisselen. Resultaat? Mercedes sliep opnieuw prima. Ik had het opnieuw koud. Case closed. Misschien ligt het probleem gewoon bij mij.
Een temperatuurcijfer vertelt niet alles
Het experiment illustreert vooral hoe persoonlijk een slaapsysteem is. Een temperatuurwaarde op een slaapzak is geen garantie dat iedereen zich bij die temperatuur hetzelfde voelt. Slaapzakratings worden onder gestandaardiseerde omstandigheden bepaald, terwijl je eigen warmteproductie, kleding, mat, wind, vochtigheid en zelfs hoe moe of hongerig je bent mee bepalen hoe warm een nacht aanvoelt.
Voor mij is de conclusie daarom vrij duidelijk. Ook al kampeer ik ‘maar’ tijdens een West-Australische winter met temperaturen enkele graden boven nul, de volgende keer zou ik voor de warmere Women’s Spark -9°C kiezen. Niet omdat de -1°C-versie niet doet wat hij belooft, maar omdat ik blijkbaar een koude slaper ben en liever wat thermische reserve meeneem.
Daar staat natuurlijk gewicht en pakvolume tegenover. En precies daar blinkt de Spark uit: voor de warmte die hij biedt, verdwijnt hij verbazingwekkend klein in je rugzak. Wie lange afstanden loopt en iedere gram telt, zal daar anders naar kijken dan iemand die zoals wij de kampeerplek met de auto kan bereiken.
Small is ook echt small
Met de Ultralight XR kwam ik tot een vergelijkbare conclusie. Technisch gezien paste de Small: hij is 168 centimeter lang en ik ben zelf eveneens 1,68 meter. Maar daarmee is ook alles gezegd.
Ik slaap meestal op mijn zij, draai veel en hou ervan mijn benen wat te bewegen. Op koude grond wil ik bovendien niet wakker worden omdat een voet of onderbeen naast mijn geïsoleerde mat is beland. De taps toelopende vorm en lengte zijn voor mij daarom nét te minimalistisch. Voor Mercedes, ongeveer tien centimeter kleiner, rugslaper en veel minder beweeglijk, werkte dezelfde mat prima.
En daar zit opnieuw de les. De Small is een uitstekende keuze als elke gram en centimeter in je rugzak telt en je lichaamslengte en slaapstijl erbij passen. Voor mezelf zou ik voor koudere trips minstens de Regular kiezen. En als comfort zwaarder weegt dan een paar honderd gram, vind ik een rechthoekige mat met meer ruimte aan de voeten nog prettiger.
Grappig genoeg kwamen we daarmee ongeveer tot dezelfde conclusie als Sea to Summit-tester Tim Miller, die ons eerder vertelde dat hij zelf liever wat meer mat meeneemt dan ultralight te gaan. Na een paar koude nachten begrijp ik hem beter.
Mummie of bewegingsvrijheid?
Ook bij de slaapzak speelt lichaamsbouw en slaapstijl mee. Een mummiemodel zoals de Spark houdt het gewicht laag en beperkt de hoeveelheid lucht die je lichaam moet opwarmen. Dat is efficiënt. Tegelijk hou ik persoonlijk van wat bewegingsruimte rond mijn benen.
De Women’s Spark Regular is bedoeld voor gebruikers tot ongeveer 1,70 meter. Met mijn 1,68 meter en gemiddelde lichaamsbouw pas ik er dus officieel prima in. Toch voelde hij voor mij compact. Niet verkeerd of te klein, maar ik merkte dat ik ’s nachts meer ruimte zou appreciëren. Mercedes had daar opnieuw veel minder last van.
Wie een slaapzak koopt, doet er daarom goed aan hem niet alleen op lengte, gewicht en temperatuur te beoordelen. Ga er eens in liggen. Draai op je zij. Trek één been op. Beweeg zoals je ’s nachts ook beweegt. De slaapzak die theoretisch perfect bij je lengte past, hoeft niet degene te zijn waarin jij het liefst acht uur doorbrengt.
Zijde of merino?
We namen ook twee generaties liners mee. Mijn oude merinoliner voelt merkbaar warmer, iets wat tijdens deze koude nachten absoluut welkom was. De nieuwe Silk Blend Sleeping Bag Liner won voor mij dan weer op gevoel.
Hij bestaat uit 72% Thermolite EcoMade en 28% zijde en is zacht, licht en veel aangenamer als je niet van het iets zwaardere gevoel van merino houdt. De nieuwe liner voegt eveneens isolatie toe, maar Sea to Summit positioneert hem in de eerste plaats rond comfort en een laag gewicht; wie vooral een stevige thermische boost zoekt, kijkt beter naar een warmere liner.
Mijn keuze? Silk Blend voor mildere nachten en wanneer gewicht en gevoel primeren. Merino wanneer ik weet dat het écht koud wordt.
Een tent met een gebruiksaanwijzing – letterlijk!
Ook de Telos TR2 ging beide weekends mee. En daar leerde ik bij de eerste opzet meteen iets belangrijks: soms moet je gewoon de handleiding lezen. Ik deed dat uiteraard niet…
De Telos gebruikt Sea to Summit’s opvallende Tension Ridge-constructie. De uiteinden van de dwarsliggende ridge pole moeten daarbij omhoog wijzen. Dat druist enigszins in tegen wat je intuïtief doet wanneer je al jaren klassieke trekkingtenten opzet. Bij Elachbutting Rock wees onze Tension Ridge dus vrolijk de verkeerde kant op. De tent stond. Maar niet zoals de ontwerpers het bedoeld hadden.
Tijdens het tweede weekend in Dryandra deden we het wél goed en plots viel alles op zijn plaats. De omhooggebogen constructie creëert extra ruimte rond hoofd en schouders en maakt de zij-ingangen hoger. De tent is bovendien bijzonder eenvoudig op te zetten dankzij kleurcodes en slimme bevestigingspunten.
Een van mijn favoriete details is het FairShare-systeem: de tent wordt verdeeld over drie zakken, zodat je hem makkelijk over verschillende rugzakken kunt verdelen. Die zakken zijn bovendien ruim genoeg. Een klein detail misschien, maar iedereen die ooit ’s ochtends heeft geprobeerd een natte tent terug in een veel te krap hoesje te proppen, weet hoe prettig dat is.
Twee personen betekent twee personen
De keerzijde van het lage gewicht merk je binnenin. Met twee slaapmatten naast elkaar is de vloer van de TR2 voor mijn gevoel behoorlijk gevuld. In vergelijking met mijn stokoude Nordisk tweepersoonstrekkingtent heb ik minder vrije binnenruimte voor losse spullen.
Daar staat tegenover dat de Telos aan beide zijden een ingang en vestibule heeft. Je hoeft dus niet over elkaar heen te kruipen om ’s nachts naar buiten te gaan en beide kampeerders hebben buiten de binnentent eigen bergruimte voor schoenen en rugzak.
Voor slecht weer zou ik zelf wel een footprint meenemen. Sea to Summit geeft aan dat die niet noodzakelijk is voor de waterdichtheid van de vloer, maar raadt hem aan om het relatief lichte grondzeil tegen slijtage en beschadiging te beschermen. Op de harde, soms scherpe West-Australische ondergrond lijkt me dat geen overbodige luxe.
Kleine luxe: een echt kussen
En dan is er nog de Aeros Down Pillow. Objectief gezien heb je natuurlijk geen donzen kussen nodig om buiten te overnachten. Maar wat extra comfort is echt heel welkom, zeker als het zo compact in je rugzak past!
De constructie combineert een opblaasbare kern met een zachte donzen bovenlaag. Daardoor blijft het kussen extreem compact – de Regular weegt ongeveer 70 gram – maar voelt het minder als een klassiek opblaaskussen. Je kunt bovendien zelf bepalen hoe hard je het oppompt. Het is precies het soort product waarbij ultralight en comfort elkaar niet noodzakelijk in de weg zitten. Voor 70 gram hoef ik in ieder geval niet lang na te denken.
De beste slaapset bestaat niet
Na twee weekends testen kwam er dus geen duidelijke winnaar uit de bus. En eigenlijk is dat precies de interessantste conclusie.
De Women’s Spark en Ultralight XR vormen samen een indrukwekkend lichte en compacte combinatie. Voor een trekker die kilometers maakt, weinig wil dragen en van nature warm slaapt, is dat een groot voordeel. Maar een kleine mat is alleen ideaal wanneer jij ook daadwerkelijk comfortabel op die kleine mat blijft liggen. En een slaapzak met een comfort rating van -1°C betekent niet automatisch dat iedere kampeerder bij 3°C heerlijk warm doorslaapt.
Mercedes en ik sliepen in dezelfde Australische winter, op dezelfde kampeerplek en met vergelijkbaar materiaal. Zij sliep als een baby. Ik lag met muts, handschoenen en sokken aan te bedenken hoeveel warmer de -9°C-versie zou zijn.
Dat is geen mislukte materiaaltest. Integendeel. Het bewijst vooral dat je een slaapsysteem als systeem moet bekijken: slaapzak, mat, liner, kleding en kussen werken samen, maar lichaamsbouw, slaapstijl en persoonlijke koudegevoeligheid zijn minstens zo belangrijk.
Laat je daarom in een gespecialiseerde outdoorwinkel adviseren, probeer verschillende maten en vormen uit en wees eerlijk over het soort kampeerder dat je bent. Ultralight is fantastisch als je alles op je rug draagt. Een paar honderd gram extra is fantastisch als je daardoor acht uur slaapt in plaats van vijf. En ik? Ik heb inmiddels geaccepteerd dat ik misschien gewoon een tiencentimetermat-en–9°C-slaapzak-type ben.