De Lycian Way wandelen in Turkije: 3000 jaar geschiedenis in 508 km

De Lycian Way wandelen in Turkije (c) Juergen Skaa
De Lycian Way wandelen in Turkije (c) Juergen Skaa

Turkije staat bij ons als vakantiebestemming vooral bekend onder de zonnekloppers en pakkettoeristen, en niet zonder reden. Maar de Lycian Way wandelen in Turkije geeft een heel ander beeld. Redacteur Kris Achten liep de 508 km lange route langs verlaten baaien en verzonken ruïnes, waar een eeuwenoude cultuur en een schitterende natuur naadloos in elkaar overvloeien.

De Lycian Way wandelen in Turkije? Het zei me voor vertrek niet heel veel. Ik herinner me uit mijn schooltijd dat Arcadië, het mythologische werkgebied van Pan en zijn nimfen, ergens diep in het binnenland van Griekenland moet liggen. Maar de gelijkenis met dit stukje paradijs is verdacht groot: de blakende zon, een klaterend beekje, hoge rotswanden, een paar adelaars die boven me cirkelen en, naast het geruis van de wind in de olijfbomen, enkel het gemekker van een paar geitjes en het gesjok van mijn schoenen op het wandelpad. En natuurlijk het gehijg van die hond die me al een halve dag volgt, van bij die laatste voorpost van beschaving waar ik een broodje kebab in mijn rugzak stak.

De Lycian Way wandelen in Turkije

Stranden en ruïnes

Ik ben op pad tussen Fethye en Antalya, twee van de meest ontwikkelde resortsteden van de Turkse Rivièra, waar kreeftrode Engelsen mekaar overdag verdringen voor een plaatsje bij het zwembad en ‘s avonds voor eentje op het terras van de Irish pub. Maar tussen de twee steden in kronkelt de kustlijn kilometers lang doorheen verlaten baaien, verzonken ruïnes en heel veel natuurschoon. Nergens een toerist in zicht. De reden: je geraakt er alleen te voet. Niet dat je jezelf met een machete een weg moet banen door de eindeloze struiken… Neen, er is een pad. En wat voor één.

De Britse Kate Clow, schrijfster en wandelaarster, stippelde tien jaar geleden een route van meer dan 500 km uit tussen de twee steden voor wie de Lycian Way wil wandelen in Turkije. Hiervoor maakte ze vooral gebruik van de voetpaden die de Lyciërs meer dan 2.500 jaar geleden gebruikten om zich in hun netwerk van steden te verplaatsen. Ze doopte het dan ook toepasselijk de Lycian Way. Het pad begint in Fethiye en brengt je in 25 etappes 508 km verder. Onderweg kom je alles tegen wat de regio te bieden heeft, van intacte ruïnes tot de beste stranden en de meest authentieke dorpjes. Misschien stap je zelfs door de sneeuw, op bergtoppen van meer dan 2.000 meter hoog. Een doorsnee wandelaar zou zo’n vier tot acht weken over de hele route doen, maar het mooie van het traject is dat je om de twee, drie dagen wel in een klein stadje aankomt waar je jezelf kunt bevoorraden of, als je gehaast bent, de plaatselijke bus kunt nemen naar een volgende halte iets verder op het traject. Je kunt je eigen wandeling dus perfect customizen, volgens je eigen interesses, tempo en beschikbare tijd.

Vandaag ben ik op weg van Kaş naar Üçagiz, twee plekken die hoog op het toeristische to do-lijstje staan. Het eerste staat bekend om haar nachtleven en als centrum van alles wat in de regio aan outdooractiviteiten wordt georganiseerd. Het tweede voor de restanten van een verzonken stad, vlak voor de vissershaven, waar duizenden mensen jaarlijks met een kano over de ruïnes komen dobberen. Daar tussenin wacht me een kleine 40 km stappen.

Poedelnaakt zwemmen

Ik heb mijn licht gisteren opgestoken bij de plaatselijke outdoormiddenstand in Kaş en de meningen waren verdeeld. Volgens sommigen kun je de etappe op één lange dag stappen, als je maar vroeg vertrekt en genoeg water meeneemt. Anderen verklaarden me gek en probeerden me een boottocht naar mijn bestemming te verkopen. Ik neem het onzekere voor het zekere en sla bij het ochtendgloren vers proviand in bij het plaatselijke supermarktje, vul mijn drinkfles aan de fontein en begin te stappen. Na een uurtje bergop sta ik badend in het zweet op een richel die over het stadje en haar antieke theater uitkijkt. Op een stenen muur vind ik de rood-witte markering die me de juiste richting aanwijst. Gelukkig is er van de Lycian Way ook een gedrukte gids, die je min of meer op het goede pad houdt en je vertelt waar de markeringen te zoeken. Het ligt waarschijnlijk aan mijn ongetrainde oog, maar ik zal het pad de komende dagen een paar keer serieus bijster raken, waardoor ik telkens een stuk terug moet tracken. Het grote plan is wel duidelijk: de kustlijn volgen. En dat mag je vaak letterlijk nemen: het spoor loopt soms honderden meters langs het azuurblauwe water, met verlaten baaitjes waar je ongegeneerd je plunje kunt uittrekken voor een verkwikkende zwempartij.

De koelte van de vroege ochtend is de beste tijd om kilometers te maken, maar ik stap bewust een beetje trager dan ik zou willen, met de waarschuwingen van de bootjesmensen in het achterhoofd. Het wandelpad is soms erg verraderlijk, met losliggende rotsen of steile afdalingen, en bovendien zou het zonde zijn om niet met volle teugen van de omgeving te genieten. De baai van Kaş ligt ver onder me te flikkeren, bloemetjes en bijtjes, en verder alleen stilte.

Ik neem een eerste bananenpauze in de schaduw van een Lycisch grafmonument en maak een foto van de inscripties op de sarcofagen. In de beschrijving van de route wordt uitdrukkelijk gevraagd om je ogen open te houden voor graven of inscripties op ongebruikelijke plaatsen. De wandelaars verrichten zo verkennend veldwerk voor de historici, want over de Lyciërs en hun taal is niet bijster veel bekend: er zijn nog maar een tweehonderdtal inscripties gevonden. Opgetogen over mijn bijdrage aan de wetenschap en vol nieuwe energie stap ik een paar uur verder, tot de hitte ondraaglijk wordt en ik me voorneem om bij het volgende baaitje verkoeling in het water te zoeken. Terwijl ik dat voornemen mompel, verschijnt het azuurblauw plots in zicht. Ik werp mijn rugzak af en spurt, met al mijn kleren aan, de struiken door. Na een ferme aanloop spring ik bijna recht in de armen van een poedelnaakt koppel wandelaars dat blijkbaar net voor mij hetzelfde idee had. Het blijken Nederlanders te zijn, en nog sympathieke ook. Een meer formele introductie en een zwempartijtje later besluiten we samen verder te stappen in dezelfde richting, het koppel is immers ook al enkele weken op pad.

Ali met één oog

Tegen het einde van de middag beginnen we ons stilaan zorgen te maken over onze slaapplaats voor vannacht. Met al het gekeuvel onderweg is er van stevig doormarcheren weinig in huis gekomen en we kunnen Üçagiz onmogelijk nog halen voor het donker. We hebben zeker nog 20 km te gaan, maar geen van ons heeft kampeermateriaal bij. Volgens de kaart loopt het pad een paar kilometer verder langs een dorpje en we besluiten het erop te wagen daar een bed te zoeken. Maar zover komt het niet. Nog voor we goed en wel de beklimming naar het dorp hebben aangevat, zien we een man opgewonden naar ons zwaaien en roepen, de berg afhobbelend met een jachtgeweer over zijn schouder. Even vrezen we voor ons leven, maar de man, die zichzelf voorstelt als Ali (en maar één oog heeft), maakt ons met handen, tanden en heel weinig Engels duidelijk dat hij vandaag nog niks geschoten heeft en hij ons graag zijn huis en echtgenote wil tonen. Hopen we tenminste. We knikken enthousiast en volgen hem verder omhoog, waar we op een prehistorisch Peugeootje stoten. Hij gaat er trots naast staan en vraagt: ”Taxi?” Seconden later hotsen we de helling op in een wagen die zijn schokdempers jaren geleden vaarwel zei, over een weg die van voor de uitvinding van de auto dateert.

Ali’s huis staat net naast een gigantische moskee, die uittorent boven de vijf huizen die het dorp rijk is. Een kilometer verder, aan de andere kant van de vallei, zien we een even klein dorpje met een even grote moskee. Blijkbaar een geschenk van een bevriende oliestaat. De vrouw des huizes komt ons begroeten en snelt dan meteen naar binnen om ons water en fruit te serveren. Een uurtje later worden we vergast op een feestmaal van brood, yoghurt, gegrilde groenten, rijstpap en honing, terwijl het hele dorp op weg naar de moskee zijn hoofd even binnensteekt om ons eens goed te bekijken. De rest van de avond werken we ons met onze gastheer doorheen mijn Turks woordenboekje en uiteindelijk hebben we begrepen dat we ons vannacht te rusten zullen leggen in de slaapkamer van hun oudste zoon, die nu in het leger zit.

De volgende ochtend staat er een gigantisch ontbijt voor ons klaar en wat later zwaait Ali ons uit, het geweer op zijn schouder, klaar voor een nieuwe dag spreeuwenjacht. We zijn allesbehalve gehaast. Üçagiz is nog maar een 15 km stappen, dus we kunnen uitvoerig onze tijd nemen in de ruïnes van de stad Apollonia. Die staat op een richel, wordt overheerst door een Byzantijns fort naast een Hellenistisch amfitheatertje, en is omgeven door tientallen sarcofagen, de restanten van een Lycische necropolis. 2.500 jaar geschiedenis op een heuvel van nog geen vierkante kilometer, die we enkel delen met een paar koeien die tussen de felgekleurde wilde bloemen hun ontbijt bijeen kauwen. Het genieten is weer begonnen.

Verzonken stad

Tegen lunchtijd hebben we Aperlae bereikt, nog een stad van voor onze jaartelling. Aperlae strekte zich in zijn tijd uit van de versterkingen bovenaan de berg tot aan de haven in een afgeschermde baai. De ruïnes hier zijn nooit uitgegraven en de plek ademt nog meer dan Apollonia een ongelooflijke rust uit. Al werd het in tijden van oorlog waarschijnlijk als garnizoen gebruikt en later zelfs als schuilplaats voor piraten. Beneden aan de waterkant staan nu twee huisjes. Het ene is van een schrijfster die zich hier heeft teruggetrokken, in het andere woont Riza, die het vissershuis erfde van zijn ouders en er een klein trekkersparadijs van heeft gemaakt. Hij runt er een hotelletje en de tuin eromheen doet dienst als gratis camping, compleet met douches, hangmatten en een restaurant. Riza is blijkbaar al op de hoogte van onze komst, want het houtvuur staat klaar en hij wil alleen nog weten of we kip of lam willen. En of we zelf onze snorkelspullen bij hebben of hij de zijne even moet nemen. Blijkbaar moeten we helemaal niet naar Üçagiz om een verzonken stad te zien. Ook de halve haven van Aperlae ligt tegenwoordig onder water en hier hebben we de plek voor onszelf! Een uurtje snorkelen boven de vroegere kaaien en opslagplaatsen levert echter geen piratenschatten op. Enkel een verbrande rug en een overheerlijke ovenschotel, pruttelend in de gloeiende assen van het haardvuur.

Het pad kronkelt verder, de heuvels in, en stilaan merken we dat we de beschaving weer naderen. We zien af en toe aangemeerde zeilbootjes in de baaien onder ons, en het pad wordt breder en duidelijker, al ligt dat misschien ook aan de landschildpadden die hier soms de weg kruisen. Bij de laatste baai die we passeren voor Üçagiz ligt iets te veel plastic om nog snel een frisse duik te nemen. En dan, voor we het goed en wel beseffen, staan we aan de rand van het stadje. Gelukkig is het inmiddels bijna etenstijd en zijn alle toeristenbussen vertrokken. De Britse dame die ons hier in haar pension te slapen legt, vertrouwt ons bij een welverdiende Turkse pint toe dat er dagelijks minstens vijftig bussen toeristen in het dorp gelost worden om over de verzonken stad te gaan varen. En dan heeft ze het alleen nog maar over de devote Russen, die hier massaal passeren op weg naar Myra, de vermeende geboorteplaats van Sint-Nikolaas.

Maar de zon staat ondertussen aan de horizon, de laatste tourgroepen zijn weg en hebben plaatsgemaakt voor de vissers die de haven binnenvaren en hun vangst op het dorpsplein etaleren. We kiezen ons avondeten uit, installeren ons aan een tafeltje aan de pier en plannen onze wandeling voor morgen, terwijl boven ons de Melkweg stilaan tevoorschijn komt.

De Lycian Way in Turkije wandelen praktisch

Op www.trekkinginturkey.com vind je alle informatie over het pad, inclusief updates voor de route, en over de plaatsen waar je onderweg kunt logeren. De beste tijd om in het zuiden van Turkije te wandelen, is het voorjaar. Alles staat dan in bloei, het is nog niet te heet en de waterputten onderweg zijn op hun volst. Vergeet gene touw mee te nemen om je drinkfles in de put te laten zakken! September en oktober zijn eveneens mooie maanden. Juli en augustus zijn omwille van de hitte te mijden.