4 snelle vragen aan… Bert Vanwersch over trailrunning

Bert Vanwersch over trailrunning
Bert Vanwersch over trailrunning

Het fijne aan trailrunning: het is echt iets voor iedereen. Voor ervaren of minder ervaren rotten, voor lopers die vooral willen genieten, of die eerder focussen op de techniek. Bert Vanwersch noemt zichzelf een sportieve loper, die het liefst weg van de gebaande paden mooie resultaten en scherpe PR’s neerzet. Want ook al zijn de kilometers na vijftien jaar niet meer te tellen, van trailrunning krijgt hij nooit genoeg.

Voornaamste motivatie?

“Lopen – en meer bepaald trailrunning – is een zeer veelzijdige sport die waanzinnig veel te bieden heeft. Outdoor en techniek, twee zaken die ik zeer belangrijk vind, komen er mooi in samen. Ik ben nogal prestatiegericht en de combinatie van behendigheid, snelheid en lef geeft me telkens weer een kick. Met trailrunning kan ik mezelf echt kan uitdagen. De sport is veel technischer dan de meeste mensen denken.”

Indrukwekkendste trailrunevent?

“De Transalpine Run die ik afgelopen jaar liep. Het hele deelnemersveld lijkt één grote familie. Als iemand valt, staat iedereen stil. Alle lopers verschijnen dan ook aan de start met een eigen persoonlijke doelstelling. Voor de een is dat hard gaan, de ander wil vooral genieten. Ik denk dat die verbroedering kenmerkend is voor langere trailruns. Je komt elkaar dagenlang tegen, iedereen geniet, iedereen ziet af… Hoe zwaarder en langer het wordt, hoe sterker het gevoel van samenzijn.”

Mooiste looplocatie voor trailrunning?

“De Alpen en de Dolomieten blijven prachtig, maar persoonlijk ga ik liever glibberen en glijden in de Ardennen. Ook de glooiende Hoge Venen zijn niet te versmaden: die vergezichten, de aparte natuur en begroeiing… En Nederlands Zuid-Limburg. Wat dat betreft ben ik toch een beetje chauvinistisch. De klims zijn er ook net iets venijniger dan op de Veluwe. Ook niet veraf en relatief onbekend is de Vulkaaneiffel in Duitsland, een heel merkwaardig en ontzettend gevarieerd gebied, met kratermeren, bergpaden en bos.”

Favoriete schoen?

“Ik heb een beetje een schoenenfetisj. Tenminste, dat is toch wat mijn vrouw en dochter vinden. Ik heb zeker twintig verschillende paren voor verschillende soorten terrein. Schoenen moeten het doel dienen. Voor een trainingsrondje geef ik de voorkeur aan 8 mm drop en veel demping. In de Alpen loop ik niet om te winnen. Dan kies ik voor comfort en stevigheid, en neem ik twee paar extra mee, waaronder zeker een van mijn Salomons. Voor de Ardennen ga ik voor een model met 0 tot 4 mm drop. Die zijn lichter en behendiger. Tot slot grijp ik ook geregeld naar mijn Tecnica’s (de Inferno XLite 3.0), die sluiten goed aan, zijn licht, lopen soepel en boezemen veel vertrouwen in.”