Fietsen op de Schotse eilanden, van zuid naar noord

Fietsen op de Schotse eilanden - Lien Lammar
Fietsen op de Schotse eilanden - Lien Lammar

Ruw, verlaten en wondermooi. De Buiten-Hebriden voor de Westkust van Schotland vormen een uniek stukje wildernis, waar het pittig maar prachtig fietsen is. Lien en Thijs sprongen met regenponcho, muskietennet de boot op en trapten door regen en wind van zuid naar noord. Zij testen hoe het is om te fietsen op de Schotse eilanden!

Fietsen op de Schotse eilanden

We zitten muisstil naast elkaar. Het kaartspelletje dat we aan het spelen waren, ligt even roerloos op de tafel. Kilometers achter ons ligt de haven van Oban, waar we vanmiddag op de ferry zijn gestapt. Oban – ooit een piepklein vissersdorp, vandaag een populaire toeristische bestemming – is de toegangspoort naar de westelijke Hebriden. De ferry brengt eilandbewoners en toeristen in vijf uurtjes naar Barra, een van de kleinere bewoonde eilanden langs de westkust van Schotland. Daar start onze ontdekkingstocht over de Buiten-Hebriden, een plek die even ver weg als magisch klinkt. In onze verbeelding rijden we dagenlang door godverlaten landschappen, turen we uren naar bergtoppen in de mist en kamperen we op de meest prachtige plekken tussen de schapen.

De Hebriden van zuid naar noord

Woelig water

Wie wil fietsen op de Schotse eilanden, moet eerst het water over. Wat begon als een rustig boottochtje onder een blauwe hemel is nu een woelige oversteek in open zee. We slaken een kleine zucht van opluchting wanneer we in de verte de heuvels van Barra zien verschijnen en we gepakt en gezakt de kade van Castlebay op kunnen fietsen. Er slingert maar één weg rond het eiland, dus die moeten we wel nemen. Onze kuiten worden meteen getrakteerd op een stevige klim, maar we zijn al blij dat we buiten zijn.

Tussen de weilanden met rotsen en eenzame huizen door speuren we naar een geschikte plek om onze tent op te slaan – in Schotland mag je wildkamperen – maar onze zoektocht heeft weinig succes. Stoppen bij een camping dan maar, die meer weg heeft van een verlaten garage met een rommelig woonerf. Het is niet meteen die prachtige plek tussen de schapen waarvan we gedroomd hadden, maar we zijn moe en hebben honger, dus alles is goed op dit moment. We bakken croque monsieurs met restjes brood en kaas, en doen een praatje met een koppel motorrijders met grijze haren, tattoos en een enorme tipitent. Het leven zoals het is op Barra.

Vijfhonderd eilanden

De volgende ochtend stappen we vroeg onze fiets op: we hebben opnieuw een ferry te halen. Voor een korte én kalme overtocht deze keer, gelukkig. Een uur later fietsen we de brug van Eriskay – nog zo’n piepklein eiland – over naar South-Uist. De verwachtingen voor onze eerste echte fietsdag zijn hooggespannen. Na drie dagen reizen met trein en boot zijn we eindelijk waar we wilden zijn.

De Buiten-Hebriden tellen zo’n vijfhonderd eilanden, waarvan er slechts honderd bewoond zijn. Zoals South-Uist en North-Uist, twee langgerekte landhoopjes die met elkaar verbonden zijn door een stenen dam. Ook hier heb je als fietser niet veel keuze: er loopt één grote weg. Kleine zijweggetjes brengen je dichter bij de kustlijn, maar ze zijn kort en leiden je vaak een flink stuk om. Dan maar de geasfalteerde baan op, waar we regelmatig ingehaald worden door auto’s.

Van de Schotse verlatenheid is voorlopig niet veel te merken tijdens het fietsen op de Schotse eilanden, van het Schotse weer daarentegen wél. We lunchen beschut tegen de wind in een bushok aan de kant van de weg en testen onze gloednieuwe regenponcho en regenbroek tijdens een felle stortbui. Een korte stop op een uitgestrekt strand en een rustige kampeerplek naast een ruïne maken veel goed, maar echt weggeblazen hebben de Hebriden me toch niet vandaag.

Slapen in de duinen

Daar vaart de ferry die we van Berneray naar het eiland Harris hadden moeten nemen. In plaats van op de boot staan we een beetje beteuterd op de kade. De volgende overtocht is pas over enkele uren. De overzetregeling is afhankelijk van het getijde, en dus niet altijd voorspelbaar. Hetzelfde met ons fietstempo: de wind en heuvels zorgen voor minder kilometers per uur dan we hadden gedacht.

Na ons eerste wildkampeernachtje zijn we vanmorgen vertrokken onder een hemel van wolken en zon. De route kon al meer bekoren dan gisteren: een smaller baantje langs grasvlaktes, meertjes en moerassen. Toen ik stopte om een foto te nemen, werd ik echter in een mum van tijd opgeslokt door een zwerm midges, die ik enkel van me af kon schudden door als een gek te beginnen fietsen en wild om me heen te slaan. Ze zijn dus waar, de verhalen die we op tal van reisblogs hadden gelezen.

In afwachting van de volgende ferry fietsen we een eindje verder langs de kust. Achter de duinen wacht een lang wit zandstrand langs een azuurblauwe zee. Op de rotsen spotten we tientallen zeehonden, waar we een halfuur lang naar blijven kijken. De lucht gaat van grijs naar blauw en weer terug, de regen is ver weg. We zeggen wel tien keer hoe fantastisch mooi het wel is, dus beslissen we om hier te kamperen en pas morgenvroeg de ferry te nemen. We turen eindeloos naar de horizon, maken – mét muskietennet – een strandwandeling en zien de zon prachtig zakken in de zee. In het donker rennen we in ons blootje naar het water voor een snelle, ijskoude duik. Als dit Schotland is, ben ik fan.

Onaards en mysterieus

Fietsen op de Schotse eilanden kunnen we niet afsluiten zonder de gietende regen en striemende wind naar de ferryterminal. Ook dat zijn de Hebriden. We willen de eerste ferry van de dag halen, om zeven uur. Vroege overtocht, lange fietsdag, denken we. Dat loopt iets anders dan gepland. Hevige regen en wind houden ons urenlang gegijzeld in de wachtruimte van de terminal van Leverburgh. De warme broodjes met spek en cheddar van The Butty Bus, de lokale foodtruck op de parking, zijn een lekkere troost. Gratis wifi bezorgt ons via Whatsapp foto’s van vrienden, roadtrippend en rosé slurpend in de Portugese zon. We kunnen erom lachen, want wie naar Schotland gaat, weet dat hij nat zal worden. Wanneer de regen eindelijk iets minder eindeloos lijkt, springen we op onze fiets.

Harris toont ons meteen van haar mooiste kant. We fietsen recht de bergen in, om boven op een fantastisch maanlandschap te stoten. Het miezert en er hangen dikke pakken mist, maar het draagt alleen maar bij tot de haast onaardse, mysterieuze schoonheid. Onze verbazing groeit met de kilometer. De uitzichten op Harris zijn weids, de kliffen spectaculair en het spel van zonlicht en wolken fascinerend. We doen onze regenponcho aan en weer uit, opnieuw en opnieuw en opnieuw, maar zelfs dat kan de pret niet bederven.

Wildkamperen is moeilijker dan gedacht in dit prachtige maar zompige landschap (‘Je denkt dat het gras is, maar eigenlijk is het een vijver’, aldus het lief), dus kamperen we bij Catherine, een oud vrouwtje dat de camping van haar overleden vader verderzet. De camping is klein en eenvoudig, maar komt inclusief een schitterend uitzicht op de baai.

In mist gehulde bergtoppen

Na een prachtige zonsopgang – het licht verveelt nooit op de Hebriden – fietsen we van het havenstadje Tarbert verder noordwaarts richting Lewis. We reizen traag: het bergachtige landschap doet je zwoegen en zweten, maar ook meer dan eens stilstaan. De groene heuvels, in mist gehulde bergtoppen en verloren stenen huisjes zijn adembenemend mooi. Uren kan je hier in de verte staren, naar de wolken en het water. De lichte teleurstelling over het landschap in South-Uist is al lang vergeten. Hier, op Lewis en Harris, worden we verliefd op de Hebriden.

In Stornoway, de enige stad op de Buiten-Hebriden, zoeken we een camping op met wasmachines. Tijd om onze kleren een grondige wasbeurt te geven en mijn huid de nodige verzorging. Eén keer heb ik te lang getwijfeld om mijn muskietennet op te zetten. Duizenden midges hebben me onverbiddelijk gestraft: mijn hals, nek en hoofdhuid staan vol kleine jeukende bobbels. Een zalfje van enkele andere kampeerders die medelijden met me hebben, brengt redding. De versie portie fish & chips die we laat op de avond in het havenstadje naar binnen smikkelen, smaakt naar zee en vakantie. Morgenmiddag nemen we de boot naar Ullapool, waar we terug voet zetten op het vasteland en met heimwee zullen terugdenken aan het fietsen op de Schotse eilanden en de eilandpracht die al onze verwachtingen overtrof.

Check ook: de drie favoriete kampeerplekken met uitzicht van Lien en Thijs tijdens het fietsen op de Schotse eilanden.

En visitscotland.com

Tekst: Lien Lammar