Wildkamperen met kinderen – tips van ervaringsdeskundigen

wildkamperen met kinderen
Wildkamperen met de kinderen

900 nachten, zo vaak sliep de zevenjarige Tristan al in een tent. Bij min dertig graden op Groenland, tussen de schapen in Mongolië, aan het Franse Canal du Midi… Als het van papa Jochem afhangt, komen daar nog minstens zoveel nachten wildkamperen met kinderen bij. “Het is niet omdat je een kind hebt, dat je thuis moet blijven.”

Wildkamperen met kinderen

In 2000 leerden Kim Broux en Jochem Cuypers elkaar kennen tijdens een trip met sledehonden. Negen jaar later verloofde het koppel zich op de hoogste berg van Spitsbergen en in 2010 gaven de twee elkaar het jawoord in een idyllisch Noors dorpje. Het hoeft niet te verbazen dat ze hun liefde voor reizen en avontuur doorgeven aan hun twee kinderen: Tristan (zeven jaar) en Nanook (vijf jaar), met wie ze inmiddels al de hele wereld doorkruisten en 5000 bergtoppen beklommen. Met andere woorden: de ideale raadgever over wildkamperen met kinderen.

Waar en wanneer gingen jullie voor het eerst wildkamperen met kinderen?

“Toen Tristan zes maanden oud was, deden we een tiendaagse trekking over een gletsjerplateau in Noorwegen. We hadden al verschillende dagtochten met de baby in de draagdoek gedaan en merkten dat er eigenlijk niet veel verschil was tussen een hele dag thuis zitten met die kleine of onderweg zijn. Slapen deed hij in de mand van zijn kinderwagen, die we op een traditionele Noorse slee hadden vastgesjord. Was Tristan wakker, dan zetten we de tent op, waarin we speelden en hem verzorgden.

Voor arctische gebieden bleek de slee uiteindelijk niet ideaal. De baby lag te fel tegen de grond en we konden hem onvoldoende isoleren. Daarom hebben we voor onze tocht op Baffin Island – tussen Canada en Groenland – een NordicCab Explorer aangeschaft, een allterrainkar die je snel kan ombouwen tot buggy of slee. Heel handig om luiers te vervangen in de koude wind.

Tristan was tien maanden toen we twaalf weken door Nieuw-Zeeland fietsten. Tijdens zo’n langeafstandstocht kan je kan veel meer in de diepte werken en heb je minder druk om een bepaald doel te bereiken. We hadden zowel een fietskar als een stoeltje en een draagrugzak mee, zodat Tristan telkens zelf kon kiezen waarin hij het liefste zat.”

Een dikke twee jaar later kwam jullie andere zoon, Nanook. Die was amper twee maanden oud toen jullie alweer op fietstrekking gingen.

“Het reizen werd ineens een stuk pittiger. Wanneer je één kind hebt, kan de ene ouder de baby dragen terwijl de andere zich over het materiaal ontfermt. Met een baby en een peuter heb je gewoon handen tekort. Maar dat is allemaal niet erg; voor elk probleem vind je ook weer een oplossing. Sinds Nanook er is, gebruiken we vaak extra vervoersmiddelen, zoals de NordicCab, de fiets, een kano, draagdieren zoals een muilezel, paard of kameel.

We ruilden onze vierpersoonstent in voor een van zes personen, een expeditietent van Helsport die slechts vijf kilogram weegt en een koepel-tunnelconstructie heeft, wat voor extra ruimte zorgt. Tijdens de tocht door Groenland zaten we door de wind enkele dagen vast in de tent, maar we konden ons best amuseren. We hadden enkele muziekinstrumenten mee, een bal, een leesboek, kaarten met spelletjes, we leerden de kinderen sneeuw smelten en eten koken…

Tristan sliep als baby nog in zijn mand in de tent, Nanook hebben we meteen op een matje naast ons gelegd. Toen de kinderen nog kleiner waren, konden we ze allebei op een ander uiteinde van een slaapmatje leggen. In die periode kropen ze ’s nachts vaak uit hun slaapzak. Niet ideaal wanneer het buiten min dertig graden vriest, zoals in Groenland. Omdat we voortdurend moesten checken of ze niet bloot lagen, namen we de kinderen uiteindelijk mee in onze eigen slaapzak. Zo hielden we elkaar warm. Comfortabel is dat niet echt als ze beginnen wroeten, en je bent ook best niet claustrofobisch aangelegd.”

Inmiddels zijn jullie al een paar jaar uit de luiers. Waar zit het verschil?

“Dat we nu in plaats van kilo’s pampers kilo’s boeken meezeulen (lacht). Toen de kinderen klein waren, waren ze heel afhankelijk van ons. Nu trekken ze veel meer hun plan. Tristan en Nanook kleden zichzelf aan, ze helpen het vuur aansteken, koken mee. Komen we in een dorpje, dan gaan ze spelen met andere kinderen. Ze kunnen zich goed aanpassen aan andere leefvormen en mensen.

Tristan heeft al 900 nachten in een tent geslapen, maar blijft het geweldig spannend vinden. Ik ben blij dat mijn kinderen veel in de natuur zitten, dat ze enthousiast worden wanneer ze vogeltjes horen of een sneeuwhaas voorbij zien huppelen, dat ze oplossingen zoeken voor onverwachte situaties. In de buitenlucht explodeert hun creativiteit. Het is ongelooflijk hoe kinderen zich kunnen bezighouden met één stok of een paar stenen.”

Denk je dat we kinderen onderschatten?

“Absoluut. Het is opvallend hoe snel mensen in paniek slaan wanneer ze onze kinderen ergens op zien klimmen, of als ze hen met een mes zien spelen. In onze maatschappij geven we kinderen veel te weinig de kans om zelf uit te dokteren hoe ver ze kunnen gaan en wat ze allemaal kunnen. Tristan kan al 25 kilometer stappen. In Alaska ving hij zalmen van 10 kilogram. En als vijfjarige fietste hij zelfs de Carretera Austral in Patagonië, een weg door de Andes van 1000 kilometer met 10 000 klimmeters. Je moet dat niet elke dag doen – het moet plezierig blijven – maar af en toe eens pushen, is volgens mij juist goed voor een kind. Daarvan krijgt het een ruggengraat, die je later in het leven nodig hebt. Dan moet je soms ook doorzetten.”

Klinkt wildkamperen met kinderen nog iets te uitdagend maar wil je voor het eerst op rondreis met kinderen? Ervaringsdeskundige Jochem geeft tips

  • Begin er gewoon aan. Zit niet te twijfelen en lees geen dertig boeken. Zet een tent in je tuin, trek daarna naar een bosje in de buurt. Je hoeft zeker niet tot het andere eind van de wereld te reizen.
  • Een ruw reisplan is voldoende. Houd je doel en route flexibel, zodat je het rustig aan kan doen. Focus op het simpele en forceer niks. De weg en het avontuur ontwikkelen zich gaandeweg.
  • Varieer om het boeiend te houden. Meestal kiezen we gebieden uit met gevarieerde natuur, cultuur en geschiedenis, waar we dan verhaaltjes rond kunnen vertellen.
  • Probeer ook andere vervoersmiddelen. Omdat we redelijk wat bagage mee hebben, gebruiken we vaak natuurlijke vervoersmiddelen, zoals een paard, een kano, een fiets of onze NordicCab.
  • Laat de kinderen meehelpen. Ze vinden het leuk om slaapzakken in zakken te steken, mee te zoeken naar het startpunt,…
  • De natuur is één grote speeltuin. Veel speelgoed heb je dus niet nodig. Een blanco tekenboek en een pennenzak, een verhaaltjesboek en mp3-speler, om ’s avonds tot rust te komen. Sinds kort nemen we ook al eens een bal of frisbee mee.
  • Havermout, lekker! Als baby hadden de kinderen genoeg aan de borst – heel handig. Daarna gaven we hen vaak havermoutpapjes en droogvoeding. Voor langere tochten nemen we ook extra vitamines mee.
  • Wat als de kinderen in bed liggen? Als je een hele dag met een rugzak gesleurd hebt of een berg bent op gefietst, dan val je gewoon samen met die koters in slaap.

Ben je benieuwd naar alle ervaringen en avonturen van Jochem en Kim over wildkamperen met kinderen? Check dan zeker hun website of volg ze op de voet via hun Facebook pagina

Wanneer je niet zo zot bent op kamperen past onze test van de georganiseerde gezinsvakantie waarschijnlijk beter bij je. 

Tekst: An Kokken

Shop Lokaal