Interview met Apa Sherpa – 21 keer op het dak van de wereld

Interview met Apa Sherpa

Op OutDoor by ISPO duiken af en toe ook grote namen uit outdoorwereld op, die op uitnodiging ‘talks’ en presentaties komen geven, en tegelijk graag journalisten ontmoeten om (hopelijk) een leuk interview te doen. Ik ontmoet Apa Sherpa (59) op de stand van Thule, waar het gezellig druk is. Gelukkig hebben we een afspraak kunnen maken en is er ook echt tijd voor een gesprek. We installeren ons op twee barkrukken naast een grote jeep met een daktent.

Tekst: Lotte Stevens

Apa Sherpa – bijnaam ‘Super Sherpa’ – maakt een ontspannen indruk en lacht veel. Af en toe moet ik moeite doen om zijn Engels te verstaan. In het begin zijn zijn antwoorden kort en bondig, maar na een tiental minuten is hij spreekwoordelijk ontdooid en begint hij te vertellen. Zijn verhaal rolt eruit. Hij is hier niet zomaar… Apa Sherpa stond 21 keer op het dak van de wereld. De eerste keer in 1990, de laatste keer in 2011. Dat was het jaar waarin hij met ‘pensioen’ ging. Toch wat betreft de gevaarlijke expedities naar de top. Sinds 2009 zet hij zich met zijn fonds in voor de jeugd in de Nepalese dorpen in de Himalaya. Net als hij hebben ze weinig keuze als het om hun beroepstoekomst gaat.

Ik kan mij voorstellen dat dit vermoeiend is, zovele vragen van journalisten en bezoekers beantwoorden. Hoe gaat het met u?

“Alles goed, dankuwel.”

Om met de deur in huis te vallen: ik kom uit België, een vrij plat land. We raken zelfs niet aan 700 hoogtemeters. Kent u het land?

“In België ben ik één keer geweest, in een prachtige stad: Brussel. Het was een heel kort bezoek, maar ik vond het er heel erg mooi.”

U komt uit een heel ander werelddeel, waar u in de bergen opgegroeid bent, in een klein dorp. Op welke hoogte was dat?

“Mijn dorp Thame, vlakbij de Mt. Everest, ligt op 3800 hoogtemeters. Da’s iets anders!” (Lacht.)

Dat moet inderdaad een hele andere wereld zijn. Ik heb twaalf jaar geleden een half jaar in Peru gewoond, op exact dezelfde hoogte. Wandelen ging daar heel moeizaam in het begin. Maar u bent natuurlijk gewend aan die hoogtes, toch?

“Natuurlijk, wij zijn op die hoogte opgegroeid, wij zijn ok. Het is geen probleem om te bewegen.”

Ik las dat u al op uw twaalfde begon te werken voor bergexpedities.

“Wel, het was nooit mijn doel om bergen te beklimmen. Wel om naar school te gaan en dokter te worden. Waarom? Omdat dokters mensenlevens redden. Dat was dus mijn doel. Jammer genoeg overleed mijn vader toen ik twaalf jaar was. Op dat moment had ik dus geen keuze, ik moest mijn familie steunen. Ik moest de school opgeven en drager worden. Dus toen begon ik zakken te dragen, bagage, heel zware bagage, zwaarder dan mijn eigen lichaamsgewicht. Dat deed ik een paar jaar. Toen werd ik berggids. Daarmee verdiende ik wel wat maar niet genoeg. Het klimmen werd nog iets beter betaald. Het is heel riskant, heel gevaarlijk, maar het betaalt beter. En zo klom ik jarenlang, en stond in totaal 21 keer op de top van de Mount Everest, tot 2011. Nu ben ik met pensioen, en help de dorpsscholen in Nepal, in de strijd voor beter onderwijs.”

U koos dit beroep dus niet zelf. Het was de enige optie die u had, omdat u uw familie onderhouden moet.

“Inderdaad, we hadden geen keuze. Een sherpa op die leeftijd heeft geen opleiding gehad, hij heeft dus geen keuze. Die jongeren moeten hun familie steunen. Het klimmen is heel risicovol, maar we hebben simpelweg geen keuze. Daarom heb ik de Apa Sherpa Foundation opgericht. Wij zetten ons in voor beter onderwijs in de scholen, zodat de jongste generatie in de toekomst een keuze kan maken. Zonder dat ze moéten klimmen en het risico moéten nemen. Da’s dus nu mijn doel, ervoor zorgen dat zij in de toekomst een beter leven leiden.”

Het probleem in die kleine, afgelegen dorpen, is dat er niet genoeg leerkrachten zijn, toch?

“Ja, de ouders hebben geen inkomen. En de Nepalese regering betaalt niet genoeg leerkrachten. Waar ik bijvoorbeeld woonde (Apa Sherpa woont nu in Utah, nvdr), daar waren acht leerkrachten in de school, maar de overheid betaalt er maar drie. De rest heeft geen salaris. Dus als de ouders niet betalen, gaan de leerkrachten ook weg. Ons fonds betaalt voor leerkrachten, gebouwen en schoolspullen. Het is een harde strijd, maar gelukkig helpt bijvoorbeeld Thule ook met de Foundation. Zijn zijn de grootste steun. Daar zijn we hen heel dankbaar voor.”

Wat als… er geen sherpa’s meer zouden zijn? Hoe moeten die expedities dan op de top geraken?

 “Ik vind dat het ok is, als elke sherpa één of twee keer gaat. Maar niet de hele tijd, om de bagage te dragen, en zoveel risico te nemen, keer op keer. In de toekomst, wanneer ze wél een opleiding hebben, kunnen ze kiezen. Het is natuurlijk een avontuur, en dus ok om één of twee keer tot de top te gaan. Maar het blijft gevaarlijk. Elk jaar sterven er sherpa’s.”

U hebt in 1990 voor het eerst op de top van de Mount Everest gestaan, en in 2011 voor het laatst. Hebt u de top zien veranderen in die tijd?

“Ja, absoluut. In 2008 – of 2009, ik weet het niet meer precies – zijn we rondgereisd om over de klimaatverandering te praten. We trokken naar Oostenrijk, Duitsland, België, … vele landen. Toen ik de berg in het begin beklom, was er veel sneeuw en ijs. Als je nu van beneden naar boven kijkt, zie je dat de berg zwart is. Vroeger was hij wit, nu zwart. Het ijs, de gletsjers, ze smelten. Dat zijn grote veranderingen. Heel groot.”

Wordt u daar verdrietig van?

“Het is triest, ja. We moeten nu, op dit moment, onze bergen beschermen, voor het te laat is, ze schoon houden. Als we dat nu niet doen, zitten we op een dag zonder drinkwater, overal. In 2009 heb ik die boodschap meegenomen naar de top, over klimaatverandering, op de top van de Mount Everest. Iedereen was er toen over bezig, overal ter wereld. In 2009, dat is tien jaar geleden.”

Ik begrijp dat de Apa Sherpa Foundation op dit moment uw belangrijkste doel is?

“Ja, dat is mijn doel. Het fonds heeft hulp nodig, van over heel de wereld. Onze kinderen in Nepal krijgen onvoldoende onderwijs, we moeten hen helpen, zodat ze kans maken op een beter leven in de toekomst. Bedankt om deze boodschap te helpen verspreiden.”

Wij bedanken u voor het fijne interview!