Een beet van een mogelijk met hondsdolheid besmette hond maakte abrupt een einde aan onze bikepackingtocht door de Georgische Kaukasus en liet ons onverwacht kennismaken met de smaakvolle Apennijnen. Verlaten wegen, glooiende bergen, zon en culinaire hoogstandjes typeerden onze fietsreis door de Italiaanse regio’s Emilia-Romagna, Toscane en Ligurië. Bikepacken door de Apennijnen smaakt naar meer!
Tekst & foto’s: Charlotte Dewilde
Bikepacken door de Apennijnen
Ons geplande fietsavontuur leidde ons vorige zomer naar de Georgische Kaukasus. Op dag twee, aan de voet van de Grote Kaukasus, sloeg het noodlot echter toe. Al fietsend werd ik tot tweemaal toe door een Georgische hond in mijn onderbeen gebeten. Vooraf hadden we al gelezen dat in Georgië nog heel veel hondsdolheid woedt. Aangezien de medische verzorging te wensen overliet, beslisten we meteen terug te vliegen voor de dringende – binnen de 48 uur – noodzakelijke vaccinaties. Zo dokterden we op de lange terugreis een plan B uit, en enkele uren na mijn tweede vaccinatie zitten we op de trein richting Bologna.
Een fietsregio voor Bourgondiërs
Na vijf uur sporen verlaten we in de late namiddagzon de trein en banen ons een weg door de fijne en lekker geurende smalle straatjes van Bologna. Onze eerste nacht brengen we door aan de voet van de Apennijnen en met een ‘cornetto’ in de maag fietsen we zuidwestwaarts richting het idyllische Fanano. In bijna elk dorpje kunnen we overheerlijke focaccia met gegrilde aubergine en paprika kopen, wat een luxe! De aanlokkelijke pakjes verse tortellini – een specialiteit van Bologna – passen jammer genoeg niet meer op onze bagagedrager. Een paar uur later zetten we onze tent voor de eerste keer op en maken hét lokale gerecht bij uitstek klaar: pasta met Barilla-tomatensaus en Parmezaanse kaas. De hoofdzetel van Barilla ligt in de vlakbij gelegen stad Parma, waar ook onze kaas vandaan komt.
De volgende dag beklimmen we de pittige bergpas ‘Passo delle Radici’, die de grens vormt tussen de regio’s Emilia-Romagna en Toscane. Hoewel het bloedheet is en de hoogtemeters ons fameus doen zweten, genieten we met volle teugen van de rustige wegen. Wat een verschil met de autochaos in de Tiroolse Alpen. We fietsen voorbij het bergdorp ‘San Pellegrino in Alpe’ en wagen ons aan een eerste pad offroad, hopend op een bivakplaats boven op de bergkam. De offroadweg was voor mij te technisch en hikend duwen we onze gravelfietsen naar boven. Een afgelegen kampeerspot met fenomenaal uitzicht beloont ons voor het zweetwerk.
Flirten met de grens
Met het ochtendgloren verlaten we onze slaapplek en bollen de bergpas af op zoek naar ‘cappuccini, cornetti en La Gazzetta’. Daarna voeren vlakke kilometers ons voorbij het grootste stuwmeer van Toscane, ‘Lago di Vagli’, dat ook wel een spookachtig kantje heeft. Zo wordt ongeveer elke tien jaar het azuurblauwe water van het stuwmeer tot op de bodem gelost en komt een verdronken dorp naar boven. Een rustieke camping op het einde van de vallei ‘Serenaia’ wacht ons op, maar daarvoor moeten we in de volle namiddagzon en achtervolgd door dazen nog een stevige beklimming ondergaan.
We hebben ondertussen ook de ‘slechte’ gewoonte gecreëerd om telkens op een terrasje te ontbijten met verse koffiekoeken in plaats van onze havermoutpap. Ook ditmaal dalen we op lege magen naar het eerste dorpje af en bestellen ‘cornetti al pistacchio’. Daarna cruisen we met onze gravelfietsen richting de kust en flirten met de grens van Toscane en Ligurië. Aangezien rustieke campings in deze streek amper te vinden zijn, boeken we een kamer in een afgelegen dorpje op de laatste heuvelrug voor de hectische kustlijn van ‘Cinque Terre’.
De volgende dag heeft Arthur voor mij een verrassing in petto: een kookworkshop ‘gnocchi con pesto alla Genovese’ onder het toeziend oog van ‘la mamma’. Samen met overenthousiaste Amerikanen leren we de kneepjes van het vak. Verrassend genoeg mag je nooit citroen in je basilicumpesto doen… Oeps!
Tussen de vleermuizen
Na een week bikepacken door de Apennijnen bereiken we het verste punt van onze route. De laatste drie dagen moeten we de bergen opnieuw over om eindelijk terug in Bologna aan te komen. De fenomenale uitzichten en de verlatenheid van deze streek blijven ons kilometer na kilometer motiveren. Onze voorlaatste fietsdag begint in typisch Belgisch weer, maar al snel klaart de hemel op en een bijzondere overnachting in een verlaten kasteel staat op ons te wachten.
Ik voel me niet helemaal op mijn gemak in dat oude grote kasteel, en een vleermuis in de gang doet me met wallen onder mijn ogen beginnen aan onze laatste vlakke en saaie rit naar Bologna. Achter elkaar en zonder babbelen cruisen we 130 kilometer door de Povlakte. De volgende dag pikken we nog snel een zelfgeleide tour met audiogids door de historische stad mee, en na een laatste keer smullen van de Bolognese keuken sporen we met de trein terug naar huis.
Bikepacken door de Apennijnen –
Drie routes voor avonturiers
De Apennijnen vormen een droomlandschap voor bikepackers en mountainbikers: rustige wegen, uitdagende gravelpaden en een eindeloze opeenvolging van dorpen met culinaire hoogstandjes. Zin om zelf de regio te ontdekken? Hier zijn drie suggesties:
- Via degli Dei (130 km): van Bologna naar Florence over oude Romeinse wegen en muilezelpaden. Pittige klimmen, maar topuitzichten en heerlijke gerechten onderweg.
- Alta Via dei Parchi (670 km, in 28 etappes): MTB-variant van de gelijknamige wandelroute, langs natuurparken en bergkammen in de noordelijke Apennijnen. Technisch uitdagend!
- Appenino Bike Tour (3100 km, in 43 etappes): de ultieme langeafstandsroute door de hele Apennijnen, van Ligurië tot Calabrië. Voor e-bikers is er elke 70 km een laadstation.
Tip: Stevige banden en lage versnellingen zijn een must, want de Apennijnen zijn zelden vlak. Overnacht in rifugi of agriturismo’s voor een authentieke, gastvrije ervaring.