Avontuur zit in het DNA van Sea to Summit, maar tijdens ons bezoek aan hun hoofdkantoor in Perth valt vooral iets anders op: hier hangt nog altijd de sfeer van een werkplaats, waar mensen dingen maken, testen en verbeteren. Een speciale sluiting hier, een andere vorm daar, een stof die lichter kan, een detail dat slimmer moet… Gewoon omdat iemand zich afvraagt: “Kan dit beter?”
Tekst: Sandra Gyles
Het is precies die mentaliteit die Sea to Summit al decennialang typeert. Het merk werd in 1991 opgericht door Roland Tyson, maar het verhaal begint al vroeger. Als 17-jarige knaap maakte Roland zelf materiaal voor reizen en expedities, gedreven door een eenvoudig idee: uitrusting die licht genoeg is om mee te nemen, sterk genoeg om op te vertrouwen en slim genoeg om buiten het verschil te maken.
Niet geboren in een boardroom
Die mentaliteit voel je vandaag nog altijd in het hoofdkantoor in Rivervale, een voorstad van Perth. “Sorry, het is hier een beetje een zootje op het moment”, verontschuldigt Brendan Harris zich. Hij is verantwoordelijk voor productontwikkeling en marketing bij Sea to Summit. “2026 is nog maar net begonnen, maar we zijn al volop bezig met 2027 en 2028.” Overal waar we kijken, duiken prototypes, materiaalstalen en productideeën op.
We lopen langs designtafels en door de opslagplaats, waar oude collecties klaarliggen voor een goed doel dat materiaal uitdeelt aan daklozen. We passeren de fotostudio en de ruimte waar educatieve filmpjes worden gemaakt. How-to-video’s over hoe je een tent opzet bijvoorbeeld, welke mat het best werkt voor zijslapers, waar je op moet letten bij het kiezen van je slaapsetup. “Vroeger lieten we dit over aan de outdoorwinkels”, zegt Brendan. “Vandaag merken we dat we hier als merk een belangrijke rol in spelen.”
.
Ook het gebouw zelf vertelt iets over de bedrijfscultuur. Het werd ontworpen door Paramjeet Singh, aka PJ: architect van opleiding, chief designer, alsook gepassioneerd wintersporter en mountaineer – en al 21 jaar bij Sea to Summit in dienst. Volgens Brendan, die zelf al 16 jaar mee aan het merk bouwt, zit precies daar het verschil. “We zijn allemaal zelf gebruikers. Producten ontstaan hier niet alleen achter een scherm of vergadertafel, maar vanuit ervaring. Pas dan weet je of iets buiten toch niet zo handig is, of te zwaar, of niet sterk genoeg.”
De outdoors dwingen respect af
Die basisfilosofie verklaart ook waarom Sea to Summit al zo lang een vaste waarde is in heel uiteenlopende productcategorieën: vertrek vanuit de gebruiker, los een echt probleem op en maak iets pas wanneer het werkelijk beter is. Brendan zegt nuchter: “Als we het niet beter kunnen maken, geraakt het waarschijnlijk ook niet tot in productie.”
Dat Sea to Summit nog altijd in Perth zit, is ook meer dan een geografisch detail. West-Australië is geen decor waar je als outdoormerk wegkomt met alleen een sterk marketingverhaal. De afstanden zijn gigantisch, de omstandigheden brutaal en de natuur dwingt respect af. Betrouwbaarheid is hier geen luxe, maar een basisvoorwaarde.
.
Maar wat vooral blijft hangen na een middag in Rivervale, is niet het verhaal van een merk dat het toevallig ook in ons kikkerlandje voet aan de grond kreeg. Wel dat Sea to Summit, ondanks zijn internationale schaal, nog altijd niet ‘af’ is. Dat het als merk niet het luidst roept, maar wel blijft sleutelen aan wat buiten echt telt en daardoor niet alleen geloofwaardig is voor doorwinterde buitensporters, maar ook voor mensen die gewoon degelijk materiaal willen waarop ze kunnen rekenen.
Lees verder