Dé gouden regel van ultra gravel? Stel onderweg geen waarom-vragen. Waarom vertrek ik om 3.30 uur? Waarom fiets ik 200 mijl? Waarom waait het zo hard? En waarom lijken die laatste 50 kilometer langer te duren dan de eerste 100? Tijdens de Trail D’Opale van PlugPlug Gravel ontdek je dat niet elke vraag een antwoord nodig heeft. Soms volstaat het om te blijven trappen. Op weg naar de spectaculaire Opaalkust.
Tekst: Jan Van Herck (@mental.training.be) / Foto’s: Jan Van Herck & PlugPlug Gravel
PlugPlug Gravel
Jij gravelt, wij zorgen voor de rest”. Zo zou je de insteek van het bedrijf PlugPlug in een slagzin kunnen omschrijven. Ze zijn bekend voor de organisatie van gravelevents, fietsreizen en heuse weekends, allemaal met een niet competitief karakter. Plugplug zorgt voor een startdorp, voor warme koffie, voor een gps-route, voor checkpoints onderweg waar je water, sportdrank en wat voedsel kan aanvullen, voor een après bike… Kortom, voor alles wordt gezorgd. Alleen trappen, dat moet je nog zelf doen.
Doordat het geen wedstrijd is, krijg je automatisch een hoger community gevoel. En dat ervaar je ook écht tijdens de groepsstart, aan de bevoorrading en over de grindpaden. PlugPlug heeft ondertussen ook een reisorganisatie opgericht: PlugPlug Travel. Daarmee organiseren ze begeleide gravel-, mountainbike- en racefietsreizen naar bestemmingen zoals Slovenië, IJsland, Marokko, Oeganda en Sri Lanka. Gezien het feit dat het een bedrijf is en ze tientallen events per jaar organiseren, merk je dat er een evenwicht wordt gezocht tussen commerciële aanwezigheid en het sociale, familiale, amicale van gravel events. PlugPlug zit ergens midden in die balans.
De Opaalkust
En nu is daar dus de Trail D’Opale. 320 kilometer gravel vanuit het West-Vlaamse Veurne naar de Opaalkust. Die Côte d’Opale is een van de mooiste kustgebieden van Noord-Frankrijk en wordt gekenmerkt door brede stranden, duinen, krijtrotsen en spectaculaire vergezichten over het Kanaal. Op een zonnige dag kan je de witte kliffen aan de overkant zien liggen. Bekend zijn de 2 ‘neuzen’, de krijtrotsen van de Cap Blanc-Nez en de ruige kliffen van de Cap Gris-Nez.
En daar rijden we dus naartoe en weer terug. Goed voor een échte ultra gravel die de iconische kaap van de 200 mijl rondt net zoals grote internationale events zoals Unbound en The Traka. 320 kilometer over gravelwegen betekent al snel tussen de 12 en 15u fietsen en dus komen er extra zaken kijken bij zo een onderneming. Zoals een voedingsstrategie, de focus houden, mentale weerbaarheid tonen, omgaan met weersomstandigheden en de juiste materiaalkeuze. Over dat fi’zi:k materiaal tijdens een ultra gravel is er ook een artikel verschenen. Dat kan je hier nalezen.
Vroeg begonnen is half gewonnen
Vroeg begonnen is half gewonnen moeten ze bij PlugPlug gedacht hebben en om welgeteld 3u30 staat de groepsstart op het programma. Maar eerst ontbijten en toch maar een koffie of 2 a 3 drinken. Kortom: de voedingsstrategie op punt krijgen. Die groepsstart heeft een groot voordeel. Je kan jezelf relatief rustig in het wiel zetten en enkele gravelkompanen opzoeken die aan een gelijkaardig tempo rijden. En zo tikken we de eerste 60 kilometer gravel in het donker aan.
Geen nood echter, de opkomende zon doet niet alleen deugd aan het lichaam (het wordt warmer), ook de geest vaart er wel bij en met extra enthousiasme trappen we flink verder. Dat extra enthousiasme komt goed van pas wanneer het landschap overgaat van biljartvlak naar pittig en heuvelachtig. Zowel de eerste als de laatste 60 kilometer zijn vlak, dus dan weet je dat het op de tussenliggende 200 kilometer stoempen gaat zijn. We rijden vooral over veldwegen en over smalle (autoluwe) asfaltbanen. Bossen vallen er amper te bespeuren en wat ons betreft is dat enorm jammer. Jammer omdat we ons zo graag hadden willen verschuilen voor de regenvlagen maar vooral voor de strakke 4 beaufort Zuidwestenwind.
De 2 ‘neuzen’…
Ongeveer halfweg komen we in de buurt van dorpen als Ambleteuse en Wissant en bevinden we ons midden in het ‘Parc Naturel des deux Caps’. Met de neus vol in de wind zwoegen en zweten, trekken en duwen we onszelf en onze gravelbike over eerder ruwe gravelwegen. Die liggen bezaaid met vlijmscherpe, dikke stenen en menig deelnemer bijt hier zijn tanden maar vooral zijn binnenband op stuk. Rustig blijven, band pluggen en zowel de band als de morale wat oppompen is dan de boodschap.
Want de ‘caps’ dienen zich weldra aan! En van daaruit heb je een mooi zicht op de krijtrotsen aan ‘de overkant’, de kliffen rondom Dover in Engeland. Net op het moment dat wij er passeren klaart het een beetje op en aangezien het Kanaal hier slechts 32 kilometer breed is, krijgen we een adembenemend uitzicht als beloning voor al onze inspanningen. Euforie en adrenaline liggen kort bij elkaar maar na een zoveelste zware helling en in de wetenschap dat we nog 160 kilometer moeten rijden, nemen we even de tijd voor een foto, tanken voedsel en drank bij aan de bevoorrading en proberen vooral een tempo te zoeken dat we kunnen blijven rijden.
Het venijn zit in de staart!
Want zoals steeds zit het venijn in de staart. En dat zijn niet alleen de kilometers en de hoogtemeters (meer dan 3000 in totaal), maar vooral ook de forse wind en de zompige ondergrond. De bodem heeft de voorbije dagen veel regen te verduren gekregen waardoor de gravelwegen er soms gevaarlijk glad bijliggen. En als ze niet glad liggen dan zijn ze zwaar en lijkt het alsof de grindpaden niet alleen het water maar ook onze Schwalbe band proberen te absorberen. Geen champagne gravel maar ploegen als een werkpaard!
Gelukkig verandert naar het einde van de tocht ook het landschap (terug vlakker) en krijgen we wat meer variatie onder de wielen geschoven. Zoals de uitstap naar Duinkerke waar we ons pardoes tussen de dagjestoeristen bevinden. In de verte zien we Veurne al terug opduiken en horen we de vrolijke beats uit het startdorp. En zelfs de tegenwind deert ons even niet wanneer we de geur van BBQ aan de après bike al gewaarworden. Nog een laatste inspanning, nog een laatste push en dan vlijen we ons neer. Wij hebben gegravelt, Plugplug doet de rest…
Wil je weten wat voor materiaal we mee hadden? Lees onze test van Fi’zi:k hier.