Zwerven en kamperen in Zweden, met zoonlief van acht

kamperen in Zweden
© HipfelStarck

Weet u nog waar u naar de WK-match België-Brazilië keek ? Ik wel: op een veerboot tussen Kiel en Göteborg, omringd door zwijgzame Scandinaviërs. En wat even memorabel was: hoe ze, elke keer we rechtsprongen, ons enigszins nieuwsgierig aankeken, een hapje namen van hun belegde roggebrood en, één wenkbrauw omhoog, verder lazen in hun krant. De volgende dag – tijdens Zweden-Engeland, zouden we beter begrijpen waarom. Zweden doen niet aan drama. En terecht. Hun land is al dramatisch genoeg, ontdekken we wanneer we kamperen in Zweden.

Tekst & Foto’s: Kris Achten

Wanneer we het centrum van Göteborg binnenrijden is Lenn, mijn zoon van acht jaar, nog vol ontzag voor afgelopen nacht, zijn eerste op een ferry. Al kwam er van slapen niet veel in
huis. De hemel was te mooi, de overwinning van de Rode Duivels te vers en de gedachte aan kamperen in Zweden te spannend. We zijn op pad met ons tweetjes. Het plan: samen zijn, zonder afleiding, zonder agenda, maar met twee weken tijd en heel veel natuur.

Stapelverliefd

Voor we de natuur in trekken gunnen we onszelf nog een laatste shot prikkels, in de vorm van Liseberg: een stadspark vol weergaloze rollercoasters. Het is druk in het park, 35 graden warm en heel Göteborg is er ook, in het geel gehuld en klaar om te supporteren voor hun nationale ploeg. Dat doen Zweden ook ingetogen en in stilte, zo leren we.

We overnachten in een ietwat anonieme jeugdherberg, en gaan in op hun uitnodiging voor een barbecue aan een meertje in de buurt. We volgen de gps naar een buitenwijk en stappen tussen de huizen door een donker bospad op. Dan opent het woud zich en staan we aan de rand van een staalblauw meer, omgord door rotspartijen en groen. Héél veel groen. En dan gebeurt het: we worden, op dat eigenste moment, stapelverliefd op Zweden. De rest van de avond zappen we tussen hengelen, zwemmen en opdrogen aan het kampvuur annex barbecue en we beseffen: onze reis is begonnen.

In stapjes verwilderen

We beslissen in stapjes te verwilderen. Te beginnen bij Bohüslan, de ruige westkust ten noorden van Göteborg, gekenmerkt door een sliert archetypische vissersdorpjes zoals Marstrand, waar we samen met de lokale jeugd in zee zwemmen en op krabbenjacht gaan. De volgende dag verkennen we met een huurfiets en snorkelset Kosterhavet, twee eilanden die samen het enige mariene nationale park van Zweden vormen, en een geliefde bestemming zijn van kajakkers en vogelspotters. Het is er bijna té fotogeniek. Denk Texel, maar dan vol rode huisjes, en gestyled voor de catalogus van een Zweedse meubelketen.

Die avond gaan we op zoek naar een camping, maar we vinden een zogenaamd stenen schip: monolieten, gegroepeerd in de vorm van een Vikingboot. We hebben de site voor ons alleen, in de paarsrode middernachtsschemering. Er hangt een bijna mystieke energie op de plek: de stenen gloeien nog na van de middagzon en duizend jaar geschiedenis. Reeën kijken ons aan vanuit de wei, terwijl Lenn eerbiedwaardig knielt en de Viking-klassieker ‘Onder Gedonder’ begint te zingen. Dit is pure magie. Het is alsof de begraafplaats ons oplaadt met alle energie en moed voor onze volgende stap: wildkamperen.

Een prik op de landkaart

Dat doen we de volgende dag, weer wat noordelijker. Na een korte excursie door Noorwegen rijden we Zweden weer in, naar het hart van de provincie Värmland, die bekend staat om haar uitgestrekte wouden en meer dan 10 000 meren. We pikken er op de landkaart willekeurig een paar uit, midden in het natuurreservaat Glaskogen, met ruim 28 000 hectaren aan bos en 300 kilometer bewegwijzerde wandel- en kanopaden.

Net zoals in de rest van Zweden geldt hier ook het allemansrätten: het recht om particuliere grond te betreden om van de vrije natuur te genieten. Op voorwaarde dat je de natuur of de eigenaar niet verstoort, mag je nagenoeg overal wandelen, fietsen, zwemmen en varen, maar ook wildplukken en dus wildkamperen. Vissen mag in Glaskogen eveneens, maar dan wel met een vergunning.

Dit is kamperen in Zweden

We vinden snel onze droomplek: een schiereilandje aan de rand van een meer, een zilveren spiegel voor ons alleen. Onze tent hebben we in een paar seconden opgezet. Wat nog sneller gaat, is onze eerste vishaak verliezen. Ik ben er na veel geklungel in geslaagd om voor het eerst in mijn leven een hengel klaar te maken en hem na een paar pogingen zelfs in het water uit te werpen. En hoe. De haak ligt letterlijk twee seconden in het water wanneer een vis van prehistorische dimensies opspringt, en met mijn haak en de helft van mijn vislijn verdwijnt. Damn. Hoe deden die Vikings dat?

Lenn is niet uit het water te slaan. Zijn geplons is het enige dat de stilte doorbreekt, tot rond een uur of negen een delegatie muggen op prospectie komt. Het is onze eerste kennismaking met de beestjes, maar ze zullen onze komende dagen een ritme geven: wat er ook gebeurt, we moeten de tent in vòòr ze arriveren. Gelukkig keert na een uurtje de rust terug, en kunnen we in mekaars armen de nacht zien vallen en een wolf horen huilen. Van geluk wellicht. We zijn klaar voor de volgende stap: wildkamperen met de kano.

Vlot of kano?

De provincie Värmland wordt doorkruist door de Kläralven, letterlijk ‘de heldere rivier’. De langste waterweg van Scandinavië doet al eeuwenlang dienst als transportroute voor de afvoer van gekapte bomen, en staat wijd en zijd bekend als prima sportviswater. Aan ons zijn geen grote vissers verloren gegaan, beseffen we ondertussen. Misschien wel stuurlui? Let’s find out.

Als je met genoeg sterke personen bent (pakweg twee volwassenen) kan je bij Vildmark i Värmland je eigen vlot sjorren, met geleende boomstammen, daar je tent op zetten en zo de rivier afcruisen. Jammer genoeg staat het water door de aanhoudende droogte erg laag, en weegt een vlot bijna een ton. Dat krijgen we met ons tweetjes nooit los van een zandbank, Vikingbloed of niet. We gaan dus voor de kano en een van de zes routes die het bedrijf aanbiedt.

Roeien is optioneel

Wanneer we aankomen op hun hoofdkwartier, hebben de sympathieke professionals van Vildmark alles voor ons geregeld: een kano, kilo’s proviand en een gasvuurtje (een open vuur is wegens de droogte verboden). We krijgen een korte briefing (Lenn wordt het motortje, ik de stuurman) en dan stappen we de bus op naar onze startplaats, 50 kilometer noordelijker – goed voor 4 dagen varen. Terwijl anderen als geoliede teams hun kano’s inladen en wegpeddelen, doen wij het rustig aan en hebben we een halfuurtje later de Kläralven voor ons alleen. Zodra we de eerste bocht voorbij glijden, overvalt ons weer de rust die we in Glaskogen ervoeren. Het enige geluid dat we horen komt van de druppels van onze peddels, die ons als een metronoom in hetzelfde ritme houden.

Roeien mag, maar moet niet. De rivier voert ons gestaag verder, langs beboste flanken, velden, af en toe een camping of een dorpje en tientallen rode weekendhuisjes, op de meest idyllische plekken. De kaart die we meekregen, verraadt dat we nooit ver van de beschaving zijn, maar het voelt wel vaak zo. Lenn pendelt tussen enthousiast motortje spelen en, achterover geleund, filosofische vragen stellen en krachtvoer verslinden. Onze eerste nacht strijken we neer op een verhoogde berm, en zodra we onze tent opgesteld hebben, begint het te gieten. Was kamperen in Zweden wel een goed idee? We hebben niet zo slim gepakt. Alles in de kano is doorweekt, de muggen houden een spontane rave op ons terwijl wij nat brood eten. Damn. Hoe deden die Vikings dat toch?

Eindelijk, vis!

De volgende dagen gaat het stukken vlotter. De kilometers glijden voorbij, we praten urenlang over alles en niets, en kamperen ’s middags op een zandbank in de rivier, voor een nieuwe regenbui, die we dit keer wel zagen aankomen. We worden hier echt goed in: we vangen vis en Lenn trekt als een buitenboordmotortje de kano vooruit, kilometers ver. We vinden een droge rivierbedding, waar we onze tent opstellen tussen de pootafdrukken van elanden. ’s Ochtends zijn er een boel bijgekomen, en zijn onze potten en pannen netjes schoongelikt. Wat jammer dat we hier zo goed slapen, we hebben niks gehoord.

De laatste dag, terwijl we in ons blootje in de rivier spelen, vat Lenn de vierdaagse perfect samen: “Papa, ik ben vrij gelukkig hier. En ik ben gelukkig vrij.” En dan staan we plots weer in de beschaving, onze kano te poetsen en wat later in Kristinehamn pita te eten. We kunnen haast niet geloven hoe makkelijk het allemaal ging, achteraf gezien, alsof we een oer-functioneren terug vonden. Onder gedonder.

Het langste bomenparcours van Europa

Fast forward een paar dagen later. We staan op een berg in Småland, op een toren van 15 meter hoog, vastgeklikt aan een zipline bij Little Rock Lake. Zover het oog reikt: een eeuwenoud woud, bespikkeld door enkele houten torens die verbonden zijn door vijf kilometer zipline – samen het langste parcours in Europa. Onder ons: een zwembad uitgehouwen uit de rotsen, een klimtoren, een restaurant, een educatiepad, een camping en een wilderness deck met zicht over het zoveelste prachtige meer.

(c) Little Rock Lake – thanks buddy

Little Rock Lake is het geesteskind van Jonas Grahn, de afgetrainde dubbelganger van Willem Dafoe. De avonturier, ondernemer en vooral natuurliefhebber bouwde dit park op de berg waar hij als kind in de bossen ronddwaalde, en met een team van 40 medewerkers ontvangt hij er nu duizenden bezoekers per jaar. Families en bedrijven, maar ook meer en meer buitenlanders komen hier de Zweede great outdoors beleven en hun eigen grenzen verleggen. De ziplines zijn de voornaamste trekpleister, maar je kan je er dagenlang verliezen in de natuur of in de survivalworkshops.

Maar als het wat comfortabeler mag, kan dat ook. Heel het jaar rond kan je in een van de torens slapen, of zoals wij, in een Laplandse hut, op het observatiedek. Hete baden, een privésauna en duizend sterren zitten mee in de service. Na een onvergetelijke dag vliegen door het woud, spelen in het zwembad en sudderen in de hot tubs, heb ik Lenn die nacht voor het eerst horen snurken. Een mooiere afsluiter was moeilijk denkbaar. Tack så mycket, Sverige.

Nog een tip: wandelen in Zweden tijdens de Fjällräven Classic.
Of ga slapen zoals E.T. in de mooiste boomhut van Zweden.