Home Blog Pagina 21

Oaked: Positive change, made easy

0

Buitenlucht. Een stevige bries die je wangen tintelt. De zon die door de bomen priemt. Dat is waar OAKED voor staat. De community van avonturiers, natuurliefhebbers en impactmakers telt ondertussen meer dan 600 leden, 20 ambassadeurs en 8 Wavemakers. Samen zetten ze zich in voor positieve verandering, met beide voeten in de natuur.

Met hikes, trailruns, wildplukken, slowdownweekends en andere outdooractiviteiten zamelt OAKED fondsen in voor projecten die onze planeet herstellen. Wat ze al realiseerden?

🌳 1000 bomen aangeplant in Puurs, bij Mechelen.

🌊 Koraalframes geplant voor het stimuleren van de biodiversiteit in de oceaan rond de Malediven.

🐢 Onderzoek gesteund naar zeeschildpadden via locatietracking.

🌱 1850 mangrovebomen geplant in kustgebieden in Kenia.

En in 2025? Dan gaat OAKED all-in voor de aanplant van een voedselbos in Bièvre.

Doe mee!

  • Enjoy the OAKED Community: je blijft op de hoogte van nieuwe initiatieven en activiteiten. Volledig gratis.
  • Steun één van de fundings met een donatie.
  • Neem mee initiatief en start je eigen funding.
  • Word OAKED Wavemaker met je bedrijf.

OAKED is een Environmental Partner van 1% for the Planet, wat betekent dat ze niet alleen dromen van een betere wereld, maar ‘m ook maken. Goesting om mee initiatief te nemen? Be the change!

www.oaked.be

Lapland’s gravelwalhalla – bikepacken door de bossen van Finland

Als er in een menselijk brein nieuwe ideeën opduiken, komt dat meestal door een unieke ervaring die indrukken heeft achtergelaten. Onze zintuigen registreren de omgeving en ons brein gaat ermee aan de slag. Wij gingen met de gravelbike op pad in Finland (meer bepaald Lapland), lieten onze zintuigen en het brein erop los, en ontdekten een nieuwe term: Greaven. De optelsom van gravel en heaven.

Tekst: Jan Van Herck / Foto’s: Femke Paulussen

Heb je je ooit afgevraagd waarom Finnen zo goed zijn in rally rijden? Wie in Iso-Syöte (spreek uit iso-su-eu-tè) gedurende tien minuten met de gravelbike rondtoert, weet al genoeg. Enkel de grote wegen zijn geasfalteerd, al de andere baantjes zijn gravelwegen. Het noorden van Finland is dan ook nog eens dunbevolkt waardoor de asfaltbanen zich beperken tot de verbindingen tussen de kleine dorpen. Werkelijk alle andere wegen zijn gravelwegen, zo’n drietal meter breed, die ervoor zorgen dat men hier aan bosbouw kan doen. Maar bijkomend dienen ze ook om menselijke toegang te bieden tot de duizenden meren (en buitenhuisjes) die Finland rijk is. En ons geven ze toegang tot een waar gravelwalhalla.

Iso-Syöte

Dat gravelwalhalla bevindt zich dus in Iso-Syöte en het aanpalende natuurpark. Een snelle blik op de landkaart leert dat dit gebied zich in het noorden van Finland bevindt, zo’n honderdvijftig kilometer van de poolcirkel. Het hotel ligt op de top van de heuvel en is omringd door dichte dennenbossen, ontelbare meren en glooiende gravelwegen. Die wegen zijn breed, de grind is er stevig aangestampt en de stroken zijn eindeloos. Eindeloos uitgestrekt én eindeloos golvend op en neer, en op en neer.

Hier in Lapland is het voor geen meter vlak en dat voelen we vrijwel meteen in de benen. Een golvend landschap levert uiteraard imposante indrukken op, waardoor we als mens ons helemaal weg van de bewoonde wereld voelen. En wanneer we gedurende de drie uur durende gravelride geen enkele andere mens tegenkomen, wordt die desolate indruk nog versterkt. Waar zijn we aanbeland? Woont hier wel iemand?

Husky’s op rust

Net wanneer het desolaat gevoel de overhand neemt, horen we het geblaf van honden. We naderen een husky farm, waar we een traditioneel gerecht (zalmsoep) als middagmaal eten. Die husky’s dienen in de winter voor het trekken van een slee. Maar in de zomerperiode is het te warm voor deze honden en krijgen ze rust. Vanaf september volgt er dan een acht weken durende trainingsperiode en dan zijn ze in november alweer klaar om te presteren tijdens het winterseizoen.

Wat ons conditieniveau betreft, moeten we eerlijkheidshalve toegeven dat deze eindeloze en golvende gravelwegen er flink inhakken. Enerzijds maken we wel wat snelheid en rijden we toch aan gemiddeld vijfentwintig kilometer per uur rond. Maar anderzijds is een zeurende pijn in de benen ons deel.

Rivieroversteek

Wanneer we linksaf een smaller pad induiken en behendig tussen enkele gladde boomwortels laveren, weten we dat we iets speciaals kunnen verwachten. Dat kondigde de immer sympathieke gids Lieven al aan, die we vanuit het Lapland Bike Hotel hebben ingeschakeld voor deze trip. Zoals eerder aangegeven ligt Finland vol meren en rivieren, en dan is een rivieroversteek niet veraf.

In onze thuisregio kan je vlot door een beek fietsen met de gravelbike, maar in dit geval is de bedding veel te diep en de stroming veel te sterk. We maken onze Cannondale Topstone met de lus van het touw aan het zadel vast en stappen zijwaarts de rivier in. We moeten zelfs flink trekken en naar achter leunen om de sterke stroming te trotseren. “Hou je fietsschoenen maar aan, anders heb je te weinig grip op de gladde stenen”, geeft Lieven ons als pro-tip nog mee. Wijze raad van een ervaringsdeskundige, die we uiteraard opvolgen. Gelukkig hebben we gripvaste rubber aan de onderkant van onze gravelschoen, waardoor we vrij vlot aan de andere oever geraken.

Opgepast: loslopend wild

In Finland is er niet alleen een overvloed aan meren, maar ook aan rendieren. Strikt genomen lopen er heel wat elanden rond (in het wild), maar die hebben we helaas niet gespot. Wel zagen we verschillende van zijn familiegenoten in de groep van de hertachtigen: de cervus tarandus, oftewel het rendier. Deze beesten lopen allemaal los rond, of ze nu toebehoren aan een boerderij dan wel wilde dieren zijn. Ze tippelen over de asfaltweg tijdens onze transfer van de luchthaven naar Iso-Syöte en schieten in het rond over de vele gravelwegen. Oppassen geblazen dus.

De wilde rendieren zijn eerder schuchter en op het eerste gezicht ogen ze loom. Maar ze schieten fluks weg op zoek naar een veiligere plek als ze ons met de gravelbike zien of horen aankomen. We maken nochtans niet veel geluid, enkel het gezoem van de wielen en het geknisper van het fijngemalen grind onder onze brede band verraadt onze komst.

Lokale delicatessen

Rendiervlees wordt beschouwd als een locale delicatesse en arctische lakkabessen zijn dat ook. Deze oranjekleurige braambessen (rubus chamaemorus) zijn eerder zeldzaam, groeien in het wild in de moerasgebieden in Lapland en plukt men met de hand. De bessen zijn een ware delicatesse en gebruiken de Finnen om onder andere desserts en andere gerechten een zoete toets te geven. Maar om aan die bessen te geraken, moet er dus heel wat arbeid worden verricht.

Greaven (gravel + heaven)

Zoals eerder aangegeven hakt de golvende regio er stevig in. Een gravelride mag je hier niet onderschatten en onze suikerreserves moeten we regelmatig aanvullen. Voor die pauzemomenten zijn de shelters die door de overheid aan de oever van een meer zijn gebouwd een zeer goede optie. Even pauzeren om nadien terug met volle teugen van de glooiende grindwegen te genieten.

Bijkomend hoef je tijdens de zomerperiode geen angst te hebben om voor het donker terug in het hotel te zijn, want het blijft zo goed als de hele nacht licht. Op die manier is het contrast tussen gravelen in Finland en biken op de home trails in eigen land immens. In Iso-Syote blijft het de hele dag licht, zijn de gravelwegen eindeloos (op het desolate af) en is gravel écht gravel (lees: grind). En dus ontstaat er een nieuwe term in ons brein: Greaven. De heerlijke combinatie van gravel en heaven.

Gravelen onder de middernachtzon

In de zomermaanden gaat de zon in Lapland nauwelijks onder. Dit fenomeen, bekend als de middernachtzon, zorgt ervoor dat je praktisch 24 uur per dag kan fietsen zonder je zorgen te moeten maken over het invallen van de duisternis. De lange schemering en het gouden licht maken het landschap nog magischer. Het is een ongewone ervaring om ’s avonds laat nog een extra lus aan je graveltocht te breien terwijl de horizon baadt in een zacht oranjeroze gloed.

Bikepacken door de smaakvolle Apennijnen

Een beet van een mogelijk met hondsdolheid besmette hond maakte abrupt een einde aan onze bikepackingtocht door de Georgische Kaukasus en liet ons onverwacht kennismaken met de smaakvolle Apennijnen. Verlaten wegen, glooiende bergen, zon en culinaire hoogstandjes typeerden onze fietsreis door de Italiaanse regio’s Emilia-Romagna, Toscane en Ligurië. Bikepacken door de Apennijnen smaakt naar meer!

Tekst & foto’s: Charlotte Dewilde

Bikepacken door de Apennijnen

Ons geplande fietsavontuur leidde ons vorige zomer naar de Georgische Kaukasus. Op dag twee, aan de voet van de Grote Kaukasus, sloeg het noodlot echter toe. Al fietsend werd ik tot tweemaal toe door een Georgische hond in mijn onderbeen gebeten. Vooraf hadden we al gelezen dat in Georgië nog heel veel hondsdolheid woedt. Aangezien de medische verzorging te wensen overliet, beslisten we meteen terug te vliegen voor de dringende – binnen de 48 uur – noodzakelijke vaccinaties. Zo dokterden we op de lange terugreis een plan B uit, en enkele uren na mijn tweede vaccinatie zitten we op de trein richting Bologna.

Een fietsregio voor Bourgondiërs

Na vijf uur sporen verlaten we in de late namiddagzon de trein en banen ons een weg door de fijne en lekker geurende smalle straatjes van Bologna. Onze eerste nacht brengen we door aan de voet van de Apennijnen en met een ‘cornetto’ in de maag fietsen we zuidwestwaarts richting het idyllische Fanano. In bijna elk dorpje kunnen we overheerlijke focaccia met gegrilde aubergine en paprika kopen, wat een luxe! De aanlokkelijke pakjes verse tortellini – een specialiteit van Bologna – passen jammer genoeg niet meer op onze bagagedrager. Een paar uur later zetten we onze tent voor de eerste keer op en maken hét lokale gerecht bij uitstek klaar: pasta met Barilla-tomatensaus en Parmezaanse kaas. De hoofdzetel van Barilla ligt in de vlakbij gelegen stad Parma, waar ook onze kaas vandaan komt.

De volgende dag beklimmen we de pittige bergpas ‘Passo delle Radici’, die de grens vormt tussen de regio’s Emilia-Romagna en Toscane. Hoewel het bloedheet is en de hoogtemeters ons fameus doen zweten, genieten we met volle teugen van de rustige wegen. Wat een verschil met de autochaos in de Tiroolse Alpen. We fietsen voorbij het bergdorp ‘San Pellegrino in Alpe’ en wagen ons aan een eerste pad offroad, hopend op een bivakplaats boven op de bergkam. De offroadweg was voor mij te technisch en hikend duwen we onze gravelfietsen naar boven. Een afgelegen kampeerspot met fenomenaal uitzicht beloont ons voor het zweetwerk.

Flirten met de grens

Met het ochtendgloren verlaten we onze slaapplek en bollen de bergpas af op zoek naar ‘cappuccini, cornetti en La Gazzetta’. Daarna voeren vlakke kilometers ons voorbij het grootste stuwmeer van Toscane, ‘Lago di Vagli’, dat ook wel een spookachtig kantje heeft. Zo wordt ongeveer elke tien jaar het azuurblauwe water van het stuwmeer tot op de bodem gelost en komt een verdronken dorp naar boven. Een rustieke camping op het einde van de vallei ‘Serenaia’ wacht ons op, maar daarvoor moeten we in de volle namiddagzon en achtervolgd door dazen nog een stevige beklimming ondergaan.

We hebben ondertussen ook de ‘slechte’ gewoonte gecreëerd om telkens op een terrasje te ontbijten met verse koffiekoeken in plaats van onze havermoutpap. Ook ditmaal dalen we op lege magen naar het eerste dorpje af en bestellen ‘cornetti al pistacchio’. Daarna cruisen we met onze gravelfietsen richting de kust en flirten met de grens van Toscane en Ligurië. Aangezien rustieke campings in deze streek amper te vinden zijn, boeken we een kamer in een afgelegen dorpje op de laatste heuvelrug voor de hectische kustlijn van ‘Cinque Terre’.

De volgende dag heeft Arthur voor mij een verrassing in petto: een kookworkshop ‘gnocchi con pesto alla Genovese’ onder het toeziend oog van ‘la mamma’. Samen met overenthousiaste Amerikanen leren we de kneepjes van het vak. Verrassend genoeg mag je nooit citroen in je basilicumpesto doen… Oeps!

Tussen de vleermuizen

Na een week bikepacken door de Apennijnen bereiken we het verste punt van onze route. De laatste drie dagen moeten we de bergen opnieuw over om eindelijk terug in Bologna aan te komen. De fenomenale uitzichten en de verlatenheid van deze streek blijven ons kilometer na kilometer motiveren. Onze voorlaatste fietsdag begint in typisch Belgisch weer, maar al snel klaart de hemel op en een bijzondere overnachting in een verlaten kasteel staat op ons te wachten.

Ik voel me niet helemaal op mijn gemak in dat oude grote kasteel, en een vleermuis in de gang doet me met wallen onder mijn ogen beginnen aan onze laatste vlakke en saaie rit naar Bologna. Achter elkaar en zonder babbelen cruisen we 130 kilometer door de Povlakte. De volgende dag pikken we nog snel een zelfgeleide tour met audiogids door de historische stad mee, en na een laatste keer smullen van de Bolognese keuken sporen we met de trein terug naar huis.

Bikepacken door de Apennijnen –
Drie routes voor avonturiers

De Apennijnen vormen een droomlandschap voor bikepackers en mountainbikers: rustige wegen, uitdagende gravelpaden en een eindeloze opeenvolging van dorpen met culinaire hoogstandjes. Zin om zelf de regio te ontdekken? Hier zijn drie suggesties:

  • Via degli Dei (130 km): van Bologna naar Florence over oude Romeinse wegen en muilezelpaden. Pittige klimmen, maar topuitzichten en heerlijke gerechten onderweg.
  • Alta Via dei Parchi (670 km, in 28 etappes): MTB-variant van de gelijknamige wandelroute, langs natuurparken en bergkammen in de noordelijke Apennijnen. Technisch uitdagend!
  • Appenino Bike Tour (3100 km, in 43 etappes): de ultieme langeafstandsroute door de hele Apennijnen, van Ligurië tot Calabrië. Voor e-bikers is er elke 70 km een laadstation.

Tip: Stevige banden en lage versnellingen zijn een must, want de Apennijnen zijn zelden vlak. Overnacht in rifugi of agriturismo’s voor een authentieke, gastvrije ervaring.

Een duurzame spiegel voor de fietsbranche

Een spiegel voorhouden, stilstaan bij wat er gebeurt. Kortom: reflecteren. Dat is wat de onderstaande tekst wil bekomen. Als aanzet deel ik lukraak vijf bedenkingen die me als fervent gravel- en mountainbiker opvallen aan de fietsbranche en vooral aan de business erachter…

Tekst & foto’s: Jan Van Herck

1. Maak werk van meer standaardisatie

Een fiets bestaat toch uit een frame, twee wielen en een stuur? Wat kan daar nu zo complex aan zijn? Ondergetekende sleutelt graag eens aan zijn fietsen (meervoud, maar het blijft een hobby) en wat ik steeds opnieuw vaststel is dat nagenoeg elk merk zijn eigen standaarden voor onderdelen hanteert. Dat gaat dan van een andere steekas tot een verschillende derailleurpad en van een ander type voorvork of een speciale bottom bracket (trapaslager) tot een ‘uniek’ balhoofd. Op het einde van de rit zie je de bomen door het bos niet meer. Op gespecialiseerde websites vind je grafieken met maar liefst 75 types bottom brackets. Het juiste exemplaar vinden voor jouw bike is een frustrerende bezigheid. En los van de frustratie is dit nefast voor duurzaamheid en compatibiliteit. Meer standaardisatie en afspraken zal menig huis-tuin-en-keuken-fietsmechanieker weten te waarderen.

2. Werk de (over)stock weg

Tijdens de coronapandemie ontstond er een stormloop op racefietsen. Tegelijk was de vraag naar onderdelen groot (en de beschikbaarheid laag) met ellenlange wachttijden voor onderdelen en een ware rush op nieuwe fietsen als gevolg. Vooral de instapfietsen (1000 euro) en die uit het dure segment (3000 euro of meer) deden het heel erg goed tijdens en vlak na de pandemie. En wat deed de fietsbusiness? Méér produceren. Dat de verkoop van fietsen en fietsonderdelen zou stagneren en opnieuw zou zakken, stond in de sterren geschreven. En toch puilen de magazijnen van fietsmerken nog steeds uit met fietsen en onderdelen, zoals wielsets. Vooral in het middensegment (vanaf 1500 euro) zijn er nog heel wat fietsen beschikbaar. Werk eerst die overstock weg in plaats van elk wielerjaar nieuwe modellen te lanceren. Ook dat gaat duurzaamheid ten goede komen.

3. Waanzinnige kortingen zijn slecht voor het vertrouwen

Op webshops voor fietsers lijkt het elke dag Black Friday. Aan ronkende begrippen trouwens geen gebrek. Zet je schrap voor de ‘mid-season steals’, de ‘weekly deals’ of de ‘hot deals on wheels’. En door de (hierboven al beschreven) crisis in de fietswereld, blijven die kortingen niet beperkt tot 10 of 20 percent. Het gaat vaak over hoge(re) kortingspercentages tot wel 65% op sommige onderdelen of fietskleding. Wat denkt een nuchtere consument? “Als ik de volle pot betaal voor een artikel, dan word ik in het zak gezet!” Het wantrouwen stijgt en voortdurend schuimt de koper de online markt af in de hoop ergens een nog betere deal te scoren. De kleine fietshandel bij jou om de hoek kan hier niet mee wedijveren en is daar de dupe van, maar moet wel de service blijven bieden… Hoeveel fietsbroeken heeft een mens nodig en koop je die ene of twee goede niet beter lokaal?

4. Gaan de kleine merken er tussenuit?

Instagram, opgericht in 2010, gaf de fietsbusiness een enorme boost. Het platform werkt erg visueel en is gericht op beleving en lifestyle, net wat de fietswereld nodig heeft. Dit zorgde mee voor de opkomst en expansie van kleine en high-end merken, vooral in fietskledij. Denk aan Rapha, Maap, Peloton de Paris, PEdALED, Le Col, Biehler en dat soort brands. Ze bieden kwaliteit en hebben alle een hoge Instagrammable-factor. Intussen is ook daar echter de piek bereikt en delen die kleinere merken in de post-Covid klappen waar de fietssector in is terechtgekomen. Sommige merken rapporteerden in 2024 een flink verlies; bij andere stokt de verkoop en blijven er items in het magazijn liggen. Het gevolg daarvan zijn waanzinnige sales en merken die zich noodgedwongen aan het heruitvinden zijn. Dé hamvraag: hebben deze brands genoeg om te (over)leven?

5. Influencers versus magazines?

Merken maken hun nieuwe producten uiteraard graag kenbaar bij het brede publiek. Vroeger was dat de taak van fietsmagazines of gespecialiseerde websites. Vandaag nemen influencers die rol stilaan over. Ex-profrenners en gravelbikers met veel volgers (zoals Freddy Ovett, de BFF van Mathieu Vanderpoel) hebben tegenwoordig al maanden voor de officiële lancering het nieuwste product ter beschikking. Door hun posts, reels, tiktoks en dergelijke meer zorgen ze voor een craving naar het product nog lang voordat het in de verkoop beschikbaar is. Vanuit marketingoogpunt is dat uiteraard een sublieme zet. Maar wees je ervan bewust dat influencers gratis gebruikers zijn en hen niet wordt gevraagd om kritisch naar een product te kijken. Die duurtests en kritische artikels van weleer blijven dus hun meerwaarde hebben (voor de lezer/consument), naast de visibiliteit die influencers bieden.

Duurzaam outdoornieuws: kartonnen tenten en groene parels

Duurzaamheid zit meer dan ooit in de lift. In dit nieuwsoverzicht bundelen we enkele inspirerende voorbeelden die een positieve impact maken op mens én planeet.

Het Zoniënwoud blijft een parel van biodiversiteit

Het Zoniënwoud is sinds 2015, precies 10 jaar dus, een beschermd Natura 2000-gebied en al honderden jaren een ware schatkamer van biodiversiteit. De iconische beukenkathedraal gaat terug tot de 18e eeuw. Door de klimaatverandering worden er nu ook wintereiken en linden aangeplant, zodat het 4400 hectare grote bos ook in de toekomst kan blijven bestaan. Het Zoniënwoud is niet alleen ecologisch waardevol, maar ook een heerlijke groene long voor Brussel, met prachtige plekken zoals het Rood Klooster, het Terkamerenbos en het Tournay-Solvaypark. zonienwoud.be

Duurzaam genieten op een wad

De Waddeneilanden willen tegen 2030 een van de meest duurzame bestemmingen ter wereld worden. Een ambitie die ze waarmaken met behulp van duurzaam lokaal ondernemerschap. Zo ben je op Schiermonnikoog welkom voor een avontuurlijke wadexcursie en word je op Texel ondergedompeld in een kleurrijk voedselbos. Op Terschelling kan je dan weer proeven van lokale kaas bij schapenboerderij De Zeekraal, terwijl je in Vlieland een kaasbunker kan bezoeken en je op Ameland verwend wordt met ambachtelijk ijs, kaas, bier en likeur. www.visitwadden.nl

Europese Groene Hoofdstad is Vilnius

De Litouwse hoofdstad Vilnius mag zich in 2025 Europese Groene Hoofdstad noemen. De stad wordt geroemd om haar duurzame innovaties en uitgestrekte groene ruimtes, zoals het Verkiai Regional Park, een van ’s werelds grootste stadsparken. Litouwen zet sterk in op natuurbehoud en ecotoerisme, met talrijke nationale parken en natuurreservaten. Ook op cultureel vlak trekt het land de aandacht: naast een plekje in de Michelingids en op de Unesco-Werelderfgoedlijst, werd het door Lonely Planet uitgeroepen tot beste Europese reisbestemming van 2025. lithuania.travel/en

Plant bomen met je reis

De beste CO2-molecule is nog steeds de CO2-molecule die we niet uitstoten. Reis je toch wat verder, overweeg dan om je ecologische voetafdruk te compenseren. Via Treecological, een initiatief van Bos+, kan dat heel eenvoudig: op de website bereken je de uitstoot van je reis, waarna je een donatie kan doen voor de aanplant van bomen. Zo draag je rechtstreeks bij aan herbebossing en een gezonder klimaat. treecological.be

Kartonnen tent

Al die achtergelaten goedkope tentjes na een festival zo beu als pap? Geef het goede voorbeeld met een kartonnen tent. Dit originele exemplaar van KarTent, een Amsterdams initiatief, is al sinds 2015 te koop. Inmiddels is KarTent een echte kartonspecialist die volledige huizen inricht. Van bedden, speelgoed en kasten tot kantoorartikelen, alles is gemaakt van 100% karton. Door het gebruikt van Kraftkarton zijn de producten supersterk en volledig recycleerbaar. Alles is in Nederland gemaakt. kartent.com

ZIE: Watson Make Waves

Een aanrader voor iedereen die begaan is met de toekomst van onze oceanen! De indrukwekkende documentaire vertelt het verhaal van Paul Watson, de oprichter van Sea Shepherd en een pionier in de strijd tegen illegale walvisvangst en oceanenbescherming. Watson wordt neergezet als een compromisloze activist, maar ook als een controversiële figuur. Rauwe authenticiteit en een ongekende passie klinken door in elke scène. Te zien via verschillende streamingplatforms alsook gratis via Waterbear. waterbear.com

LUISTER: The announcement

Looking Sideways, de bekende action sports-podcast van Matt Barr, lanceert met The Announcement een gloednieuwe driedelige documentairereeks. De serie werpt een diepgaande blik op Patagonia’s revolutionaire besluit om het eigenaarschap van het bedrijf over te dragen aan de planeet, een beslissing die de grenzen van kapitalisme, milieubewustzijn en bedrijfsfilantropie verlegt. Te beluisteren via onder andere Apple Podcasts en Spotify. wearelookingsideways.com

Duurzaamheid: een snelle wegwijs in duurzame labels

Tijdens ons rondetafelgesprek over duurzaamheid met Belgische distributeurs kwamen heel wat merken en labels voorbij. Sommige zijn merkeigen initiatieven, zoals Vaude’s Green Shape, andere zijn industriespecifiek.

Het probleem is dat er heel wat gecontroleerde duurzaamheidslabels bestaan, maar er geen is dat alle merken gebruiken. Dat maakt het als consument moeilijk om ze te vergelijken.Hier vijf merkonafhankelijke labels die je wel eens op een etiket ziet staan:

BLUESIGN: controleert en vermindert schadelijke stoffen in de textielproductie, beschermt werknemers en vermindert milieuvervuiling in elke stap van de productieketen.

FAIR WEAR FOUNDATION: geeft aan dat het merk zich inzet voor eerlijke en veilige arbeidsomstandigheden bij kledingfabrikanten door onafhankelijke controles en verbetertrajecten binnen de keten.

B CORP: een certificaat voor bedrijven die voldoen aan hoge sociale en ecologische normen en die regelmatig hun positieve maatschappelijke impact aan- toonbaar maken.

1% FOR THE PLANET: bedrijven met dit label doneren jaarlijks minimaal 1% van hun omzet aan erkende natuur- en milieuprojecten wereldwijd.

GRÜNER KNOPF: een overkoepelend Duits label dat kleding beoordeelt op strikte sociale en milieunormen, van grondstof tot eindproduct.

Rondetafel: duurzaamheid in de outdoorsector is niet optioneel!

Duurzaamheid is niet langer optioneel. Vooral in de outdoorsector, waar buitensporters en  natuurliefhebbers dichter bij de natuur staan dan wie ook, is het bewustzijn over onze ecologische verantwoordelijkheid enorm gegroeid. Maar hoe vertaalt dit bewustzijn zich concreet bij merken, verdelers en uiteindelijk consumenten?

Belgische distributeurs bevinden zich op een strategische plek tussen internationale merken en lokale retailers en consumenten. Zij kennen als geen ander de realiteit van de outdoorsector in  ons land en zijn perfect geplaatst om te vertellen hoe duurzaamheid in de praktijk wordt gebracht. Nikolai Mels (Hike-a-Way), Fiona Tanyeri (Technolyt) en Nelson Coomans (Elements) delen hun visie en ervaringen over de kansen, uitdagingen en de toekomst van duurzaamheid in hun sector.

Onze gesprekspartners

Nelson Coomans: duurzaamheidscoördinator bij Elements (verdeler van o.a. Craghoppers,  Katadyn, Klean Kanteen, Osprey, Patagonia en Zamberlan)

Nikolai Mels: Vertegenwoordiger bij Hike-a-Way (verdeler van o.a. CMP, HydroFlask, Vaude, Woolpower, Sprayway en Trekmates)

Fiona Tanyeri: marketingmanager bij Technolyt (verdeler van o.a. BioLite, Buff, Jetboil, Lifestraw, Peak Design, Bynolyt, Fab Patch en Rudy Project)

Gesprekstopics

  • Is duurzaamheid in de outdoorsector vanzelfsprekend?
    De roep om duurzaamheid klinkt luider dan ooit in de outdoorwereld – en terecht. Als sector die leeft van de natuur, rust op ons een bijzondere verantwoordelijkheid. Tijdens dit gesprek bleek al snel: merken nemen die taak ernstig. Van het verlengen van de levensduur van producten tot reparatie-initiatieven, PFAS-vrije productie en eerlijke lonen: duurzaamheid is geen trend meer, maar een basisvoorwaarde. Lees verder…
  • Welke meerwaarde hebben duurzame initiatieven?
    De laatste jaren is er een ware versnelling te zien in duurzaam ondernemen. Outdoormerken zetten niet alleen in op verantwoorde productie, maar maken ook werk van reparatie, upcycling, duurzamere verpakkingen en transparante certificering. Bij elk van de verdelers aan tafel blijken er pioniers in het portfolio te zitten, die tonen hoe het anders én beter kan – en tegelijk een nieuwe norm stellen voor de sector. Lees verder…
  • Innovatieve materialen: van bio-based tot hergebruik.
    Gerecycleerde en biogebaseerde materialen maken stilaan hun opmars, maar het gesprek toont dat échte impact verder reikt dan het materiaal alleen. Herstelbaarheid, circulair denken, closed-loop concepten en zelfs abonnementsformules winnen terrein. Duurzaamheid betekent hier: producten ontwerpen met het einde al in gedachten – en tegelijk de consument meenemen in die mindset. Lees verder…
  • Wat zijn de uitdagingen en waar liggen er kansen?
    Duurzaam werken, is geen sinecure. Hogere kosten, complexe ketens en een markt die vaak nog op prijs focust, maken het niet evident. Toch zijn er ook opportuniteiten: betere informatie, repareerbaarheid, minder overproductie en circulaire modellen kunnen de sector vooruitstuwen. Voorwaarde is dat alle schakels in de keten hun verantwoordelijkheid opnemen – inclusief de consument. Lees verder…
  • Hoe ziet de toekomst eruit?
    Waar gaat het naartoe? Volgens de deelnemers: richting minder, maar beter. Verwacht meer duurzame materialen, langere productlevens, circulaire businessmodellen en strengere wetgeving. Merken en verdelers die durven innoveren en samenwerken, kunnen het verschil maken. De toekomst van de outdoorsector? Duurzamer dan ooit – als we samen de juiste keuzes maken. Lees verder…

Rondetafel duurzaamheid: hoe ziet de toekomst eruit?

Waar gaat het naartoe? Volgens de deelnemers: richting minder, maar beter. Verwacht meer duurzame materialen, langere productlevens, circulaire businessmodellen en strengere wetgeving. Merken en verdelers die durven innoveren en samenwerken, kunnen het verschil maken. De toekomst van de outdoorsector? Duurzamer dan ooit – als we samen de juiste keuzes maken.

Onze gesprekspartners

Nikolai Mels: Vertegenwoordiger bij Hike-a-Way (verdeler van o.a. CMP, HydroFlask, Vaude, Woolpower, Sprayway en Trekmates)

Nelson Coomans: duurzaamheidscoördinator bij Elements (verdeler van o.a. Craghoppers,  Katadyn, Klean Kanteen, Osprey, Patagonia en Zamberlan)

Fiona Tanyeri: marketingmanager bij Technolyt (verdeler van o.a. BioLite, Buff, Jetboil, Lifestraw, Peak Design, Bynolyt, Fab Patch en Rudy Project)

Welke ontwikkeling boekt de komende
vijf à tien jaar de grootste vooruitgang?

Nikolai Mels: “Ik verwacht veel van de ontwikkeling van nieuwe, performante materialen gebaseerd op hernieuwbare grondstoffen. Ook zal het verlengen van de levensduur van producten via onderhoud, reparatie, recycling en upcycling steeds belangrijker worden. Daarnaast hoop ik sterk op uniforme Europese regelgeving met duidelijke certificering voor alle in Europa verkochte artikelen. Dat maakt duurzaamheid transparanter voor iedereen.”

Nelson Coomans: “De grootste vooruitgang ligt in het terugdringen van overconsumptie. Door in te zetten op de langere levensduur van producten, een versnelde transitie weg van schadelijke stoffen en fossiele brandstoffen een eerlijke verloning van arbeiders én de bescherming van onze ecosystemen kunnen we echte stappen vooruitzetten. Dit zijn fundamentele uitdagingen waar we als sector – en als samenleving – de komende jaren samen hard aan moeten werken.”

Fiona Tanyeri: “Ik verwacht dat er een beter evenwicht komt tussen prijs en kwaliteit van outdoorproducten. Door minder, maar bewuster te consumeren (‘consuminderen’) zullen klanten vaker investeren in producten die langer meegaan en van hogere kwaliteit zijn. Dat helpt zowel de consument als het milieu.”

 

Welke opkomende merken of trends kunnen volgens jullie gamechangers zijn?

Nelson Coomans: “Houdini Circle heeft volgens mij enorm veel potentieel als gamechanger. Hun innovatieve winkelconcept biedt producten niet alleen nieuw, maar ook tweedehands, via verhuur of zelfs via een abonnementsformule aan. Dit zet consumenten aan om anders en bewuster met hun aankopen om te gaan, wat een enorm positieve impact kan hebben op duurzaamheid in de outdoorsector.”

Fiona Tanyeri: “Voor mij zit de echte verandering bij kleinere merken met een sterke passie voor hun product. Deze merken kiezen bewust voor gelimiteerde productie, produceren enkel wat écht nodig is en gaan zo overproductie tegen. Dit bewijst dat kleinere merken met een gerichte aanpak een grote impact kunnen hebben.”

Nikolai Mels: “De opkomst van monomaterialen, waarbij producten gemaakt worden uit één enkel materiaal dat makkelijk te recycleren is, kan een echte gamechanger worden. Dit maakt het mogelijk om producten aan het einde van hun levensduur volledig te recycleren. Merken die hierin investeren, zoals Vaude en Edelrid, lopen hierin al voorop.”

Hoe kunnen merken, distributeurs en retailers, maar ook consumenten beter samenwerken om onze impact te verkleinen?

Fiona Tanyeri: “We moeten transparanter communiceren over de impact doorheen de hele keten – van productie tot verkoop. Daarbij hoort ook het bewust omgaan met social media: minder impulsaankopen stimuleren, en meer inzetten op een duurzaam gebruik en onderhoud van producten.”

Nelson Coomans: “Elke partij in de keten kan dat, binnen de eigen invloedsfeer. Merken moeten duurzame initiatieven nemen in ontwerp en productie. Distributeurs en retailers kunnen duurzaam koopgedrag stimuleren, bijvoorbeeld door geen acties te voeren die overconsumptie aanwakkeren (zoals Black Friday) of door impact- in plaats van volumegerelateerde kortingen te geven. Consumenten kunnen hun bijdrage leveren door bewuster om te gaan met hun aankopen en minder puur vanuit consumptiegedrag te handelen.”

Nikolai Mels: “Transparantie en samenwerking zijn essentieel. Merken, distributeurs, retailers, consumenten en overheden moeten beter communiceren en gezamenlijk verantwoordelijkheid nemen. Dat kan door bijvoorbeeld bewuster gebruik te maken van producten, maar ook door samen herstel- en recycleermogelijkheden te stimuleren én er gebruik van te maken.”

Rondetafel duurzaamheid: uitdagingen en kansen

Duurzaam werken is geen sinecure. Hogere kosten, complexe ketens en een markt die vaak nog op prijs focust, maken het niet evident. Toch zijn er ook opportuniteiten: betere informatie, repareerbaarheid, minder overproductie en circulaire modellen kunnen de sector vooruitstuwen. Voorwaarde is dat alle schakels in de keten hun verantwoordelijkheid opnemen – inclusief de consument.

Onze gesprekspartners

Nelson Coomans: duurzaamheidscoördinator bij Elements (verdeler van o.a. Craghoppers,  Katadyn, Klean Kanteen, Osprey, Patagonia en Zamberlan)

Nikolai Mels: Vertegenwoordiger bij Hike-a-Way (verdeler van o.a. CMP, HydroFlask, Vaude, Woolpower, Sprayway en Trekmates)

Fiona Tanyeri: marketingmanager bij Technolyt (verdeler van o.a. BioLite, Buff, Jetboil, Lifestraw, Peak Design, Bynolyt, Fab Patch en Rudy Project)

Wat zijn de grootste obstakels bij het verduurzamen van productie en distributie?

Nelson Coomans: “De complexiteit van de productieketen is een belangrijke hindernis. Vaak produceren bedrijven op verschillende locaties wereldwijd, wat controle en verduurzaming moeilijk maakt. Ook de hogere kostprijs van duurzame materialen en productieprocessen blijft uitdagend, vooral omdat klanten vaak niet bereid zijn deze meerprijs te betalen. Daarnaast is er concurrentie van merken die duurzaamheid minder serieus nemen en daardoor goedkoper kunnen produceren.”

Nikolai Mels: “Voor ons is duurzaamheid al jaren vanzelfsprekend. Alle merken die wij verdelen, zetten hier op één of andere manier, en in steeds grotere mate, op in om hun impact te verkleinen. Wij vinden ook dat onze sector hierin een voorbeeldrol moet spelen, net omdat we letterlijk dicht bij de natuur staan. Daarnaast vinden we het belangrijk dat merken inzetten op faire arbeidsomstandigheden. Veel van onze merken lopen daarin echt voorop.”

Fiona Tanyeri: “Een van de grootste obstakels is het evenwicht tussen kwaliteit en behoud van het product enerzijds en een stabiele verkoopprijs anderzijds. Duurzaamheid kost geld, maar de adviesverkoopprijs moet ook toegankelijk blijven voor klanten. Bovendien zijn materialen niet eindeloos recyclebaar, wat de mogelijkheden soms beperkt.”

 

Zijn mensen bereid meer te betalen voor duurzame producten?

Nikolai Mels: “Er is zeker een groeiende groep consumenten die bewust koopt, minder koopt en bereid is om iets meer te betalen voor duurzame producten. Veel outdoorliefhebbers zoeken duidelijk een meerwaarde en maken graag bewuste keuzes. Toch blijven voor een groot deel van de consumenten criteria zoals prijs, snelheid en gemak doorslaggevend.”

Fiona Tanyeri: “Economische omstandigheden beïnvloeden duurzaam koopgedrag. Een kwalitatief product kopen dat lang meegaat, is natuurlijk ook een manier van duurzaam kopen, zelfs als een merk geen uitgesproken duurzaamheidsclaims heeft. Het voortdurende vervangen van producten is natuurlijk absoluut niet duurzaam – maar dat is iets wat we vooral in de fashionsec-tor zien, minder in outdoor.”

Nelson Coomans: “Prijs zal altijd meespelen. Net zoals je altijd een groep consumenten zal hebben die bereid is om een premiumprijs te betalen voor duurzame producten, zal je ook altijd een (grotere) groep consumenten hebben voor wie de prijs vaker wel dan niet doorslaggevend is. De uitdaging ligt erin om ook die groep te bereiken en hen duidelijk te maken dat duurzame keuzes uiteindelijk goedkoper kunnen zijn.”

Laten we nog kansen liggen?

Fiona Tanyeri: “Er liggen nog kansen in het beter informeren van consumenten over hoe ze producten kunnen onderhouden en recycleren. Het aanbieden van reserveonderdelen en het gemakkelijker maken van reparaties – bijvoorbeeld door laagdrempelige repairservices – kunnen helpen om de levensduur van producten aanzienlijk te verlengen.”

Nikolai Mels: “Eens, we kunnen nog flinke stappen zetten door producten makkelijker herstelbaar te maken, maar ook door meer gebruik te maken van monomaterialen die eenvoudig te recycleren zijn, en door bestaande recyclagenetwerken te optimaliseren. Vooral in het sluitend maken van materiaalkringlopen zit nog veel potentieel.”

Nelson Coomans: “Ik denk dat we ook moeten durven toegeven dat er nog steeds te veel wordt geproduceerd en dat er te veel in de winkels (en in mensen hun kasten) hangt. Kleinere collecties en minder merken zouden de duurzaamheid van onze sector en misschien wel alle verkoopsectoren sterk vooruithelpen. Minder aanbod kan leiden tot minder overconsumptie, een betere kwaliteit en uiteindelijk minder impact op het milieu.”

Rondetafel: innovatieve materialen, van bio-based tot hergebruik

Gerecycleerde en biogebaseerde materialen maken stilaan hun opmars, maar het gesprek toont dat échte impact verder reikt dan het materiaal alleen. Herstelbaarheid, circulair denken, closed-loop concepten en zelfs abonnementsformules winnen terrein. Duurzaamheid betekent hier: producten ontwerpen met het einde al in gedachten – en tegelijk de consument meenemen in die mindset.

Onze gesprekspartners

Nikolai Mels: Vertegenwoordiger bij Hike-a-Way (verdeler van o.a. CMP, HydroFlask, Vaude, Woolpower, Sprayway en Trekmates)

Nelson Coomans: duurzaamheidscoördinator bij Elements (verdeler van o.a. Craghoppers,  Katadyn, Klean Kanteen, Osprey, Patagonia en Zamberlan)

Fiona Tanyeri: marketingmanager bij Technolyt (verdeler van o.a. BioLite, Buff, Jetboil, Lifestraw, Peak Design, Bynolyt, Fab Patch en Rudy Project)

Welke rol spelen gerecycleerde of bio-based materialen in de producten die jullie verdelen?

Nikolai Mels: “Het aandeel gerecycleerde en bio-based materialen neemt bij bijna al onze merken jaarlijks toe. Vaude loopt hierin duidelijk voorop: 80% van hun collectie bestaat uit minimaal 50% gerecycleerd of bio-based materiaal. Ook Edelrid, Light My Fire, Sunski, Sprayway, Hydro Flask en Silva maken actief gebruik van gerecycleerde of bio-gebaseerde materialen.”

Nelson Coomans: Gerecycleerde materialen spelen een relatief kleine rol in verhouding tot hoeveel aandacht ze in communicatie krijgen. Ze vormen een deel van de oplossing, maar zeker niet de heilige graal zoals soms gesuggereerd wordt. Nog belangrijker zijn echter factoren als de energiemix van fabrieken, alternatieve consumptiemodellen zoals verhuur en tweedehands als de meest efficiënte stappen in de circulaire economie, en closed loop recycling. Maar dit vergt een systeemverandering bij merken én bij de consument.”

Fiona Tanyeri: “Gerecycleerde materialen komen steeds vaker terug in onze collecties. Zo gebruikt Buff gerecycleerde PET-flessen in hun producten, Peak Design past ECO-mesh toe en gebruikt uitsluitend verpakkingen van gerecycleerde materialen, en FabPatch verpakt hun producten in verpakkingen op basis van suikerriet.”

 

Wat met de trend naar reparatie en hergebruik?

Fiona Tanyeri: “Herstelbaarheid wordt steeds belangrijker. Bij ons merk Bynolyt zijn bijvoorbeeld alle onderdelen repareerbaar, waardoor de levensduur sterk verlengd kan worden. Sea to Summit heeft het Care & Repair Collective opgezet, waarbij klanten actief worden aangemoedigd om hun uitrusting te onderhouden en te herstellen. En natuurlijk draait bij FabPatch alles rond repareren.”

Nelson Coomans: “Reparatie is een dienst die niet meer weg te denken is bij een premium outdoormerk. Veel van onze merken zetten hier stevig op in en klanten maken er ook steeds meer gebruik van. Zo hebben Patagonia, Houdini en Klean Kanteen uitgebreide reparatiemogelijkheden en bieden ze actief ondersteuning bij onderhoud. Uiteindelijk gaat duurzaamheid niet alleen om hoe een product gemaakt wordt, maar vooral ook hoe lang het meegaat. Ook huren en tweedehands is in opkomst, maar heeft nog een systeem- en mentaliteitsswitch nodig om door te breken.”

Nikolai Mels: “Vaude loopt hierin duidelijk voorop. Ze hebben een eigen reparatiedienst, werken samen met lokale hersteldiensten, en bieden via hun website en platformen zoals iFixit advies en reserveonderdelen aan. Bovendien ontwerpen ze elk artikel vanuit het principe van Design For Life, waarbij elk product zelfs een herstelbaarheidsscore krijgt. Artikelen met een lage score worden actief herontworpen. Een ander voorbeeld is Silva dat voor elke nieuwe hoofdlamp die uitgebracht wordt de herstelbaarheid ervan vooropstelt in het designproces.”

Een lastige, maar wat is jouw favoriete duurzame product?

Nikolai Mels: “Als ik een voorbeeld moet noemen, kies ik voor de Woolpower 200 midlayer, winnaar van een Overall ISPO Scandinavian Award. Dit kledingstuk bewijst al sinds 1972 dat kwaliteit en duurzaamheid perfect samengaan. Woolpower gebruikt al meer dan 50 jaar dezelfde Ullfrotté Original-stof, die zelfs na jaren intensief gebruik nog perfect functioneert en comfortabel is. Dat is duurzaamheid in de praktijk.”

Fiona Tanyeri: “Mijn favoriet is absoluut FabPatch. Dit idee toont ook hoe een klein idee de potentie heeft om een enorme impact hebben. FabPatch verlengt op een eenvoudige manier de levensduur van kleding en heeft daardoor een 100% positieve impact. Het zet mensen ook aan om anders en bewuster naar hun kleding te kijken: repareren in plaats van vervangen.”

Nelson Coomans: “Mijn favoriet is niet zozeer één specifiek product, maar eerder de hele benadering van Patagonia en Houdini om producten langdurig bruikbaar te houden. Met uitgebreide reparatiemogelijkheden, zoals Patagonia’s gratis repairservice, zetten ze in op service en levensduur boven pure consumptie. Dat vind ik een sterk voorbeeld van echte duurzaamheid.”

BRILJANT IDEE!

De afgelopen jaren maakten we op ISPO Outdoor kennis met enkele baanbrekende materialen. We zetten er enkele op een rij.

  • PATAGONIA YULEX: Patagonia verving neopreen bijna tien jaar geleden al door Yulex, een natuurrubber dat even goed presteert, maar 80% minder
    CO2-uitstoot veroorzaakt.
  • THE NORTH FACE FUTURELIGHT: dit revolutionair membraan is uitzonderlijk ademend en waterdicht. Een ultrafijn netwerk van vezels voert vocht vanzelf af zonder wind of water binnen te laten.
  • SALOMON INDEX.01: het boven- werk van deze volledig recycleerbare hardloopschoen is van polyester en de zool van thermoplastisch polyurethaan (TPU), waardoor je beide materialen makkelijk weer scheidt.
  • VAUDE’S GERECYCLEERDE AUTOBANDEN: door jassen, rugzakken en fietstassen te maken van oude autobanden, zijn deze collecties niet alleen waterafstotend, maar krijgen afgedankte banden een tweede leven in de outdoorwereld.
  • TERNUA: dit Spaanse merk maakt innovatief gebruik van gerecycleerde materialen, zoals oude visnetten. Daarnaast experimenteert het met gerecycleerde koffieprut, wat resulteert in sneldrogende kleding met ingebouwde geurbestrijding.
  • HOUDINI CIRCULAR SPORTS-WEAR: kledingstukken uit deze collectie worden ontworpen met gerecycleerde en recycleerbare materialen en kunnen na gebruik opnieuw verwerkt worden tot nieuwe producten.