Home Blog Pagina 280

Wandeling in een rivierkloof in China

De Tiger Leaping Gorge is een van de mooiste kloven ter wereld. De vijftien kilometer lange rivierkloof in China maakt sinds 2003 deel uit van het Unesco-Werelderfgoed en herbergt een unieke verzameling fauna, flora en adembenemende uitzichten. Een pad vijfhonderd meter boven de rivier presenteert ons een wandeling in de kloof van de springende tijger.

Tekst en foto’s: Teun De Voeght

Lijiang is de laatste jaren helemaal in de greep gekomen van het massatoerisme. Vooral de binnenlandse toerist heeft deze stad ontdekt. Als we ’s morgens na het ontbijt door haar smalle straatjes lopen, is het zachtjes beginnen regenen. De hemel is deze tijd van het jaar – het is regenseizoen – altijd overtrokken met egale, grijze wolken en vooral ’s nachts kan het hard regenen. Niet meteen de beste omstandigheden voor onze wandeling in een rivierkloof in China, maar het enthousiasme is er niet minder om.

De onvoorspelbare Yangtze

Voor onze tocht moeten we eerst naar het kleine bergstadje Qiatou, zo’n drie uur van Lijiang. Als snel rijdt ons busje de buitenwijken van de stad uit, recht het Chinese platteland in. Hoe hoger we gaan, hoe meer mistslierten uit de kruinen van de bomen opstijgen, zodat het lijkt alsof de heuvels branden.

Een halfuur voor we Qiatou bereiken, krijgen we voor de eerste keer de grote Yangtze te zien. De roodbruine rivier is door de hevige regen aangezwollen en heeft de maïsvelden aan haar oevers onder water gezet. De Yangtze staat bekend als een van de meest onvoorspelbare rivieren ter wereld, moeilijk te bevaren door de vele draaikolken en verraderlijke onderstromen. Een zijarm van de rivier, de Jinsha, heeft zich als een reusachtige slang met veel geweld door de bergen gewrongen, zich steeds dieper tussen de wanden geperst en zo een enorme kloof gespleten tussen de Haba Snow Mountain (5396 meter) en de Jade Dragon Snow Mountain (5596 meter): de Tiger Leaping Gorge. Dé bestemming voor onze wandeling in deze rivierkloof in China.

Wandeling in rivierkloof in China - Lopen langs plantages
Wandeling in rivierkloof in China – Lopen langs plantages

Aardappelplantages

De vochtige hitte van de vallei slaat ons meteen in het gezicht wanneer de chauffeur ons afzet aan het begin van het wandelpad. We hebben besloten om de kloof door te steken via de high trail, die zo’n 500 meter hoger ligt dan de bredere low trail. Hoewel het geen verharde weg is, blijkt het pad hier nog goed onderhouden. Het kronkelt langs de flank van de Haba Snow Mountain, waarvan de top 2000 meter hoger in de wolken ligt. Hoog boven de linkeroever van de Jinsha wandelen we noordwestwaarts dieper de Tiger Leaping Gorge in. De eerste klim is erg steil en het is even zoeken naar het goede wandelritme in deze hitte.

Boeren zitten gehurkt in het veld hun aardappelplanten te controleren. Op ieder stukje horizontaal land worden gewassen geteeld. De meeste inwoners van deze regio behoren tot de Naxi, een etnische groep die oorspronkelijk uit het noordwesten van China kwam, maar naar het zuiden richting Tibet emigreerde. Hier aan de voet van de Himalaya bevolken ze nu de vruchtbare oevers.

We passeren een klein gehuchtje, waarvan de huizen in een vierkant zijn geplaatst, waardoor er een binnenplaats is ontstaan. Hier lopen kippen, jonge honden en kinderen kirrend door elkaar. De daken van de huisjes zijn in de nok versierd met gekruld houtsnijwerk. Warmtecollectoren voorzien de inwoners van warm water. Op een vlak stuk weiland liggen mooi verzorgde graven met stompjes opgebrande wierookstaafjes.

Rivierkloof in China op een A4’tje

Van het gebied waar we doorheen wandelen, bestaan geen uitgegeven, laat staan gedetailleerde, wandelkaarten. De hostels in Lijang en in de bergen delen uitgeprinte A4’tjes uit met daarop een zelfgetekende doorsnede van de kloof. De schaal klopt niet en ieder hostel heeft de neiging om zichzelf net wat centraler te tekenen dan in werkelijkheid het geval is, maar zo heb je in elk geval bij benadering een overzicht van waar je bent en wat er nog moet komen.

Zo staat ook met een vloeiende krabbel het laatste stuk van onze eerste wandeldag getekend. De 29-bends, oftewel een forse klim die in 29 bochten steil naar boven gaat. We tellen meer bochten, maar wat doet het er toe, zweten doen we toch al. Hoe hoger we kruipen, hoe mooier het zicht op de Tiger Leaping Gorge. De laatste bocht brengt ons bijna op 3000 meter, het hoogste punt van de tocht. Van hieruit loopt het pad lichtglooiend verder langs de flank van de Haba Snow Mountain.

In de late namiddag bereiken we het Half-Way Hostel. Vroeger deed het dienst als overnachtingsplek voor boeren die vanuit de bergen thee naar de lager geleden dorpen moesten brengen. Nu zijn het vooral wandelaars die hier blijven logeren. De kamers zijn eenvoudig, de bedden klein en hard, maar het uitzicht is meer dan de moeite waard. Vanop ons bed turen we naar de wolkensluiers die het gebergte steeds opnieuw kadreren. ’s Avonds eten we op het dakterras noedels met kip en drinken we Tsingtaobier uit flesjes van een halve liter.

Uitgeregend door het bamboebos

’s Morgens weten we wat een nachtelijke regenbui in juli in het zuidwesten van China betekent. Watervallen van rivieren die de dag voordien nog niet bestonden storten zich met veel geweld recht naar beneden. Vanop een afstandje lijken het allemaal kleine beekjes, die als aders over de berg naar beneden kronkelen, maar sta je naast zo’n beekje, dan blijken het echte watervallen te zijn, die je doornat maken als je niet snel genoeg over de losse stenen manoeuvreert. Verschillende keren moeten we op handen en voeten over gladde, geïmproviseerde houten bruggetjes kruipen met onder ons vervaarlijk kolkende stroompjes. Het mag dan wel nat en modderig zijn, het grote voordeel is dat we nauwelijks andere toeristen tegenkomen tijdens onze wandeling in de kloof van de springende tijger.

Voor we aan de afdaling naar de lager gelegen trail kunnen beginnen, waar we onze tweede nacht zullen doorbrengen, moeten we een laatste heuvelrug over, dwars door het bamboebos. Het weggetje is steil en glibberig door de regen en we klauteren van de ene bamboestengel naar de andere. De blaadjes zijn prachtig, bijna fluoriderend groen; de stengels kaarsrecht en soms zo dik als een dijbeen. Even plots als het bamboebos begon, stopt het ook. Ineens staan we op de top van de heuvel en zien we achter ons, voor de laatste keer vanuit de hoogte, de Jinsha kronkelen door de nauwe kloof.

Tiger Leaping Stone

De afdaling van het hoge naar het lage pad neemt de rest van de namiddag in beslag. Langs de weg in de Walnut Garden ligt ons volgende hostel. Het is al laat in de namiddag, maar het symbolische eindpunt van onze tocht moeten we nog bereiken: de plek waar volgens de legende de tijger over de Jinsha sprong om aan een jager te ontsnappen, en zo de kloof haar welluide naam gaf. De tijger sprong naar het midden van de rivierkloof in China en zette zich daar op een uitstekende rots nog een tweede maal af, om aan de andere oever in de jungle te verdwijnen. Die rots, de Tiger Leaping Stone, is ons eindpunt.

We laten de rugzakken achter in het hostel en beginnen aan de afdaling naar de rivier. Nu we een stuk lager zitten en de wind geen vrij spel meer heeft, is de vochtige hitte bijna niet meer te verdragen. Het krijsen van de cicades is oorverdovend, alsof er honderden tandartsboren tegelijk aan het brommen zijn. In paniek vliegen ze onhandig tegen ons aan en halen ons zo steeds opnieuw uit het wandelritme

Na een uurtje afdalen zijn we eindelijk bij de Jinsharivier, of toch zo’n tien meter erboven. Het laatste stuk gaat loodrecht naar beneden en is te gevaarlijk om verder af te dalen. Daar ligt hij dan. In het midden van de rivier, de Tiger Leaping Stone. Elke seconde beuken honderden tonnen water met veel geweld tegen de steen, die al sinds mensenheugenis uit een kraag van wit kolkend schuim steekt. Op een houten schot aan het water blijven we zitten tot de avond begint te vallen. Nog een laatste keer kijken we naar het hoge bergmassief dat zo vakkundig in tweeën werd gespleten, uit de grond van ons hart hopend dat de Chinese overheid de plannen om een dam te bouwen en de kloof onder water te zetten niet alsnog gaat uitvoeren.

De nieuwe Far Out 2016 is uit!

Hij is er, de nieuwe Far Out! Een juweeltje en bovendien… helemaal gratis!

Far Out 2016 is vanaf einde april beschikbaar in klimzalen, sport- en outdoorwinkels, bars, restaurants en op evenementen. Je eigen GRATIS exemplaar kan je in volgende afhaalpunten opfhalen. Of vraag naar Far Out in jouw favoriete outdoorwinkel.

Gevaren in de bergen met kinderen: let op!

Als je graag met je kroost op grote hoogten vertoeft, houd je best rekening met mogelijke gevaren in de bergen met kinderen. Zij kunnen namelijk extremer reageren op bepaalde situaties en zijn soms gevoeliger voor de omgeving.

Tekst & foto’s: Wendy Saerens

De uitdaging om mogelijke gevaren in de bergen met kinderen snel te (h)erkennen, is dat kinderen zijn – zelfs als ze al kunnen praten – slecht in het aangeven van ongemakken, zowel fysieke als psychologische. Tot de leeftijd van acht jaar kunnen ze symptomen doorgaans niet correct omschrijven. Kleine kinderen moeten in perfecte gezondheid zijn als je aan een bergtocht begint. Las genoeg pauzes in en stijg niet te snel.

Gevaren in de bergen met kinderen

Hoogteziekte

Het is af te raden om kinderen jonger dan vijf jaar mee te nemen naar een plek hoger dan 3000 à 4000 meter, of te slapen boven de 2500 meter. Kinderen van drie tot acht jaar, evenals kinderen met leerstoornissen, blijken erg slecht in het beschrijven van symptomen van hoogteziekte. Bij kinderen ouder dan acht jaar gaat men ervan uit dat hoogteziekte zich op dezelfde manier manifesteert als bij volwassenen.

Oververhitting / onderkoeling

Bij kinderen is de thermoregulatie nog niet volledig ontwikkeld, evenals de mogelijkheden om zich aan te passen aan een omgeving met een lagere zuurstofconcentratie. Een kind is dan ook minder in staat om zich te begeven op hoogte in een koudere omgeving. Zit het kind in een draagzak en beweegt het niet zelf, dan is het nog extra vatbaar voor koude. De meeste kinderen geven niet of niet snel genoeg aan dat ze het koud hebben of de vingers niet meer kunnen voelen; ze worden eerder kalm en stil.

Maag- en darmziektes, dehydratatie

Best hou je dezelfde eetgewoonten aan als thuis, zeker op verre reizen. Geef kinderen voldoende te drinken, en vergeet jezelf niet. Neem basismedicatie en verzorgingsmiddelen mee, bv. voor de stoelgang, onrustige darmen, voor hydratatie…

Zonnebrand

Kinderen verbranden gemakkelijker dan volwassenen. Op grotere hoogte, zeker in een sneeuwrijke omgeving, hebben zij meer kans op verbranding door ultraviolette straling van de zon. Gul en regelmatig smeren, is de boodschap.

Andere mogelijke medische problemen

Het risico op oor-, neus- en keelproblemen is bij kinderen groter wanneer men plots stijgt, bijvoorbeeld met de auto of een kabellift. Zeer jonge kinderen of baby’s en kinderen die al infecties op de luchtwegen hebben, lopen extra gevaar.

Weten wat kinderen wel of niet aankunnen in de bergen en vanaf welke leeftijd? Dat lees je in het artikel Bergwandelen met kinderen.

Neem ook eens een kijkje op de site van de Klim- en Bergsportfederatie.

Wandelen in de bergen met kinderen: do’s & don’ts per leeftijd

Als mama van twee en coördinator bergwandelen bij de Klim- en bergsportfederatie, is het voor Wendy Saerens een evidentie om haar passie door te geven aan haar kinderen. Dankzij haar ervaring heeft ze ook massa’s tips voor gezinnen die willen wandelen in de bergen met kinderen.

Tekst & foto’s: Wendy Saerens

De lokroep van de bergen…  Elk jaar weer plannen we onze vakantie in deze uitdagende, maar best kindvriendelijk omgeving. Om eerlijk te zijn: we smeden nooit andere vakantieplannen, want wij houden ontzettend van wandelen in de bergen met kinderen. Vooral de rust, daar kijken we telkens erg naar uit. We vinden het ook erg belangrijk om onze kinderen de waarden mee te geven die je in de bergen aanhoudt: respect voor de natuur, voor elkaar en voor de anderen. Daarnaast moeten ze oog hebben voor de gevaren die zich in de bergen schuilhouden, maar zonder zich geremd te voelen.

Wandelen in de bergen met kinderen: wat kan op welke leeftijd?

–> 1/2 tot 2 jaar: in de draagrugzak

Kinderen kunnen mee in de draagrugzak van zodra ze goed kunnen zitten. Vanuit de hoogte hebben ze een prachtig uitzicht en zien ze de wereld op een heel andere manier. Drie à vier stapuren zijn voldoende lange wandelingen voor zulke kleine kinderen. Pauzeer heel regelmatig en laat hen bewegen tijdens jouw eigen rustmomenten.

–> 2-4 jaar: al een beetje zelf stappen

De momenten in de draagrugzak worden afgewisseld met momenten van zelf stappen. Bergwandelen met kinderen doe je best spelenderwijs. Las ook voldoende pauzes in (om een snackje te eten of een spelletje te doen). De eerste tredzekerheid kan aangeleerd worden aan de hand van de ouder. Laat je ukken veel ontdekken, maar speel op veilige plaatsen.

–> 4-6 jaar: halve dagwandelingen

Halve dagwandelingen zijn op deze leeftijd prima haalbaar. Toch is het belangrijk om per tocht interessante doelen te stellen en op te bouwen naar een eindpunt dat de kinderen aanspreekt. Weetjes en verhalen over de omgeving, en de plaatselijke fauna en flora boeien hen enorm. De meesten kunnen al zelf hun eigen kleine rugzakje dragen, wel zonder enige echte belasting.

–> 6-9 jaar: overnachten in een hut

Vanaf zes jaar kunnen de kinderen dagtochten aan, eventueel zelf een tweedaagse met huttenovernachting. De tocht moet een echt avontuur zijn, maar de kinderen moeten wel al zelf de gevaren van het bergwandelen kunnen inschatten. Als begeleider op deze moeilijkere tochten moet je zelf voldoende kennis en ervaring hebben. Lichte bepakking van maximum 2 kg kan.

–> 10-13 jaar: waarom geen gletsjeroversteek?

Hun lichamelijke kracht neemt toe en ze kunnen gevaren steeds beter inschatten. Zeker als ze al wat ervaring in de bergen hebben opgedaan. Organiseer dagen met maximaal zes stapuren, of maak meerdaagse huttentochten. Jonge tieners willen zelf hun grenzen opzoeken en wanneer ze geoefend zijn en een goede tredzekerheid hebben, is dit zeker geen probleem. Een vlakke gletsjeroversteek behoort zeker tot de mogelijkheden.

–> 14+

Oudere tieners kunnen langere afstanden en uitdagende trajecten steeds makkelijker aan. Ook vinden ze het fantastisch om zelfstandig een tocht voor te bereiden en eigenhandig een route uit te stippelen. Maak wel duidelijke afspraken, zoals: vooruitlopen mag, maar op dat herkenningspunt (bij een beek, grenspaal,…) wachten we op elkaar, lastige passages doen we samen en er wordt niet van gemarkeerde paden afgeweken.

Gids voor wie wil wandelen in de bergen met kinderen

Neem voor meer informatie gerust contact op met de Klim- en Bergsportfederatie of vraag hun gratis gids Bergwandelen met kinderen aan via bergwandelen@kbfvzw.be. Langs deze weg kom je ook meer te weten over cursussen en opleidingen.

Over hoogteziekte en dergelijke

Opgelet: wie met kinderen de bergen intrekt, houd best rekening met bepaalde medische factoren. In het artikel Mogelijke medische problemen lees je meer over zaken als hoogteziekte, oververhitting, onderkoeling, etc.

Interview over SUP in de stad

In Mechelen kent iedereen suppen. Enkele jaren geleden gleed er voor het eerst een sup (afkorting voor standup paddle surfing) over de Dijle en sindsdien zijn in de zomermaanden de peddelende groepjes hier niet meer weg te denken. Redacteur Teun sprak met Benny over het wel en wee van de SUP in de stad.Tegenwoordig kan je suppen in Mechelen, Lier, Leuven, Boom, Hofstade en Willebroek.

Tekst & foto: Teun De Voeght

We ontmoeten Benny in het ViaVia reiscafé aan de waterkant vanwaar hij steeds zijn tochten begint. “Ik ben opgegroeid in de winkel van mijn vader, de Pacific Boardshop in Mechelen. Daar werd ik al van kindsbeen af omringd met snowboards, ski’s, surfplanken en skateboards. Zelf heb ik er twaalf jaar gewerkt en ben ik zo in contact gekomen met het suppen. Sindsdien heeft de sport mij niet meer losgelaten. Ben ik geen groepen aan het begeleiden, dan sta ik wel ergens in het land op een plank door het water te glijden. Het is echt een passie. In het begin was ik nochtans een beetje sceptisch, ik ben nogal een adrenalinejunk. Tot ik door het water begon te glijden en ik helemaal tot rust kwam. Het zen-gevoel is echt fantastisch”

SUP in de stad

Surfers met een plank onder de arm, dan denken we in de eerste plaats aan de zee en het strand. Jij hebt de sport naar het binnenland getrokken, naar de stad?

“Aan de kust waren ze al een tijdje bezig met het suppen. Maar ik dacht: wat als ik nu eens met een paar vrienden een tochtje op de Dijle zou maken in de binnenstad. Al snel kwamen er langs alle kanten vragen om tochten te begeleiden. Vanop het water beleef je de stad op een heel andere manier. Je kan natuurlijk ook met een toeristenbootje rondvaren, maar zelf de peddel in handen hebben geeft er een heel andere dimensie aan.”

Wie kan er allemaal komen peddelen?

“Iedereen! Het is een heel toegankelijke sport. 99 procent van de mensen is er meteen mee weg. Je kan de tocht al zittend, op je knieën of staand doen. Er zijn groepen die komen als teambuilding, jeugdbewegingen, scholen, vrijgezellen, toeristen, familie- en verjaardagsfeestjes, noem maar op. Wij voorzien alles: zwemvesten, waterschoentjes en surfpakken.”

Het SUP menu

Wat doe je zoal tijdens een tocht?

“Ik begeleid nu groepen in Mechelen en Lier. In Mechelen doe ik twee tochten: een langere van twee uur langs de jachthaven tot het Keerdok, en een kortere – vooral voor scholen – van een uurtje tot aan de Vismarkt. Voor verjaardagsfeestjes gaan we naar een gesloten water en krijgen de kinderen kleinere sups. In de zomermaanden organiseren we nu ook de after work sup van 19 tot 21 uur. Iedereen die zin heeft, kan dan na het werk met collega’s komen ontstressen op het water. De romantic sup is er speciaal voor koppeltjes die – uiteraard zonder instructeur – gezellig met z’n tweetjes de stad willen verkennen. Voor komend seizoen voorzie ik ook aangepaste led-verlichting voor onderaan de planken, dat geeft echt een prachtig beeld in het water.

Blijkbaar kunnen zelfs honden meedoen?

“Inderdaad. Voor mensen die graag hun hond mee op het water nemen, hebben we zelfs een dog sup voorzien. Buiten de stad op gesloten water kan je je ook inschrijven voor de yoga sup, de pilates sup of de bootcamp sup.”

Tot slot de vraag die iedereen zich stelt: hoe gemakkelijk val je in het water?

“Het is een heel toegankelijke sport, dat maakt het net zo leuk. De sups die wij gebruiken zijn heel stabiel. Als het niet opzettelijk is, valt er – bijna – nooit iemand in het water (lacht).”

Voor meer info en reservaties surf (of liever sup) naar www.sup-school.com.

 

Fietsen of mountainbiken in Picardisch Wallonië

Wie gaat fietsen of mountainbiken in Picardisch Wallonië ontdekt een verrassend gebied tussen Rijsel en Brussel. De regio herbergt tegenwoordig 1600 kilometer aan bewegwijzerde knooppuntroutes. De spil in het web is Tournai (Doornik), met zijn grote kathedraal, vele kerkjes, een gezellig marktplein en een indrukwekkend belfort.

Het fietsnetwerk in de regio tussen Rijsel en Brussel doorkruist tegenwoordig 23 gemeenten en twee natuurparken: Pays des Collines en Plaines de l’Escaut. Fietsen of mountainbiken in Picardisch Wallonië voert je voornamelijk over verharde plattelandswegen met weinig verkeer en trage wegen die voorbehouden zijn voor zwakke weggebruikers, waaronder vele RAVeLs.

Twee tips om te fietsen of mountainbiken in Picardisch Wallonië

  • Wie van fietsen of mountainbiken én kastelen houdt, moet zeker zijn tweewieler van stal halen in Beloeil. Na een bezoek aan het 14de-eeuws kasteel met een van Europa’s mooiste Franse tuinen duik je hier zo het bosmassief van Stambruges in, met zijn heide, loof- en naaldbomen en een sprookjesdecor. Te midden van het bos bevindt zich een plas met kristalhelder borrelend water, een geologisch fenomeen dat een bron van inspiraties was voor heel wat plaatselijke legendes. Ook Mer de Sable (de Zandzee) is een bijzondere plek. Op de site van Picardisch Wallonië kan je een handige topofiche downloaden.
  • Kuitenbijter bij uitstek is uiteraard de beroemde Mont de l’Enclus (de Kluisberg), in het meest noordelijke puntje van Picardisch Wallonië in het Pays des Collines. De mooie, brede geasfalteerde weg slingert met een gruwelijke steilheid omhoog. Vanaf Kluisbergen is de beklimming 1,8 kilometer lang en over deze afstand overbrug je 113 hoogtemeters. Het gemiddelde stijgingspercentage is 6,3% en de maximale hellingsgraad 14%. Op de Mont de l’Enclus vind je ook het cederhouten Trekkershuis, het ideale vertrekpunt voor wandelaars, mountainbikers, fietsers en ruiters.

Bronnen van informatie

Picardisch Wallonië leent zich ook uitstekend voor een weekendje weg met vrienden of het gezin. Op de site van de Dienst Toerisme Picardisch Wallonië, of de Wapitrotteurs zoals ze zichzelf graag noemen, vind je (ook in het Nederlands) een schat aan informatie en tips.

Voor 16,90 euro kan je er tevens de gids Fietsen in Picardisch Wallonië bestellen. Dit handzaam boekje bevat 24 themaroutes van 5 tot 145 km voor. 45 detailkaarten geven een overzicht van de te volgen knooppunten voor elke route, praktische informatie en toeristische en landschappelijke attracties om langs het hele parcours te ontdekken.

Ontdek ook deze culinaire fietsroutes in Wallonië.

Fietsen in de Famenne: ontdekking van een klein paradijsje

We kunnen niet anders dan beamen dat Wallonië een paradijs is voor weggebruikers op twee wielen. En dat geldt zeker ook voor wie gaat fietsen in de Famenne.

Het zuidelijk deel van België was tot voor kort nog vrij onontgonnen terrein als het op fietsen aankwam. Maar daar is de laatste jaren in sneltempo verandering in gekomen. Het eerste knooppuntnetwerk dat bijna volledig werd afgewerkt omvat vandaag ongeveer 350 kilometer rustige wegen om op te fietsen in de Famenne.

Fietsen in de Famenne

Famenne à vélo strekt zich uit over vier gemeenten in de provincie Luxemburg (Durbuy, Hotton, Marche-en-Famenne en Nassogne) en twee in de provincie Namen (Rochefort en Somme-Leuze). Vijf thematochten beantwoorden aan verschillende fietsniveaus en interesses.

  • Sportieve fietsers raden we de lange variant van ‘Les Crêtes’ aan, een tocht van 47 kilometer tussen hotspot Durbuy en Marche waar je circa drie uur over doet. Blikvangers onderweg zijn onder andere de Grotten van Hotton, het natuurreservaat Fond des Vaulx, het Topiaripark en de tuin met vergeten groenten. Neem ook zeker de tijd om door het dorpje Chardeneux te kuieren, een van de mooiste van Wallonië. Marche en omgeving kan je ook verkennen vanuit een huifkar.
  • Voor natuurliefhebbers is het genieten tijdens de 14 kilometer-versie van de natuurtocht ‘Massif de Nassogne’ aan het begin van het Ardens massief. Het woud hier bestaat uit 60% loofbomen en 40% heerlijk ruikende sparren, waar herten, hinden, reeën en everzwijnen zich verbergen. Nassogne is ook een streek van openluchtkwekerijen met talrijke ambachtelijke vervaardigers die werken met respect ten opzichte van de dieren en de natuur.

Fiets welkom

Het bordje ‘Fiets welkom’ aan de gevel van restaurants, bistro’s, hotels, gîtes, gastenkamers en toerismebureaus betekent voor fietsers een persoonlijk onthaal met allerlei diensten en aangepaste uitrustingen, zoals een overdekte en beveiligde ruimte om je fiets te stallen, een gratis te gebruiken gereedschapstasje en EHBO-set, drinkwater om je fles bij te vullen of extraatjes zoals meeneemlunchpakketten, fietsverhuur, etc.

Ook leuk: mountainbiken in Picardisch Wallonië

De schitterende Vennbahn RAVeL door Duitsland, België en Luxemburg

De schitterende Vennbahn RAVeL is een onderdeel van het RAVeL-netwerk. Het doet de allermooiste stukjes in het grensgebied van Duitsland, België en Luxemburg aan. De geasfalteerde en verharde route baant zich een weg van het Duitse Aken tot Troisvierges in Luxemburg, maar je kan hem ook omgekeerd afleggen.

Het langste deel doorkruist een ongeschonden natuurgebied (het grootste van België!), waarin de landschappen elkaar voortdurend afwisselen. Voordeel van het traject is het geringe hoogteverschil: maximaal twee procent. De route is prima in twee of drie dagen te fietsen. Ideaal dus voor een weekeinde en zelfs met kinderen.

Rustplekken en bezienswaardigheden

Langs de Vennbahn RAVeL zijn er vele rustplekken en bezienswaardigheden, zoals museums, leuke bruggetjes, grenspalen en nagebouwde treinwagons. Voor wie er niet genoeg van kan krijgen is er sinds december vorig jaar ook de Vennbahn Plus, met 16 aansluitende fietslussen rond het bijna 125 kilometer lange fietspad. Via de webshop van de dienst toerisme www.eastbelgium.com kan je voor € 12,50 een box aankopen met plooikaarten voor elke tocht.

De Vennbahn RAVeL praktisch

  • Afstand: 124,3 km / Moeilijkheidsgraad: makkelijk om te fietsen, maar gezien de afstand eerder voor ervaren fietsers / Duur: 2 à 3 dagen / www.vennbahn.eu
  • De route is in beide richtingen volledig bewegwijzerd met een blauw-geel logo. Op interessante punten staan er infopanelen met achtergrondinfo. Ruim 90% van het traject is verhard. De onverharde delen leveren geen problemen op voor toerfietsen, maar racefietsen houden er niet van.
  • Langs de Vennbahn zijn er diverse overnachtingsmogelijkheden. Op de site van bett+bike (bettundbike.de) staat een handig overzicht (in het Duits) van de meest fietsvriendelijke logies langs het traject. Kamperen kan uiteraard ook. Aanrader is de knusse camping Oos Heem (www.campingoosheem.be), waar je of je eigen tentje opzet, of een leuke pipowagen of safaritent huurt compleet met een dierenhuid op de vloer.
  • Wie het volledige traject aflegt, kan vanuit Aken terugsporen naar Troisvierges, met overstappen in Liège-Guillemins en Gouvy. Er is ook een shuttlebus.

RAVel Spoorlijn 413 in de streek van Ardu

Sinds de jaren 80 Wallonië worden er oude spoorlijnen en jaagpaden in Wallonië systematisch omgebouwd tot wegen voor langzaam verkeer. Intussen zijn er 1400 kilometer aan groene RAVel wandel- en fietswegen. Tweewielers kunnen we de RaVel Spoorlijn 413 ten zeerste aanraden.

RAVel Spoorlijn 413 in hartje Ardu

De streek van Ardu, gelegen in het hart van de Ardennen in de vallei van de Haute-Lesse, toont een aangrijpend contrast tussen het plateau en de diepe, door rivieren uitgegraven valleien. Het vertrekpunt van de mooie fietslus ligt op de parking aan de ingang van het dorpje Redu, waar elk jaar rond Pasen het Feest van het Boek plaatsvindt en maar liefst een dertigtal boekenwinkels te vinden zijn. De route doorkruist een van de grootste wouden van Europa, waar de vier seizoenen de stemming bepalen. In de bedding van de waterkant spot je de sympathieke waterspreeuw. Deze wat vreemde vogel is een opmerkelijk goede zwemmer: tegenstroom in draait hij stenen en keitjes om op zoek naar insectenlarven. Dit is geen spectaculaire tocht, maar wel een met voldoende variatie en leuke stopplaatsen onderweg.

  • Afstand: 36 km
  • Moeilijkheidsgraad: eenvoudig
  • Duur: 3 uur

Een beschrijving van de route kan je terugvinden in de brochure RAVel langs het water (gratis pdf) van Wallonië-Brussel Toerisme.

RAVel wandel- en fietswegen in Wallonië: onverstoord genieten in het groen

Al zo vaak meegemaakt: een mooie landweg ingeslagen, want die zijn zo heerlijk rustig, komt er een auto langs gescheurd. Dat niet op de RAVeL routes! Deze autonome paden voor langzaam verkeer – oorspronkelijk vooral spoorlijnen en jaagpaden – vormen een almaar groeiend autonoom netwerk van groene RAVel wandel- en fietswegen in Wallonië waar gemotoriseerd verkeer niet toegelaten is.

Voor de Tweede Wereldoorlog was België uitgerust met het meest dichte spoorwegnet ter wereld. Er lag maar liefst 10 000 kilometer aan spoorlijnen, dat is enorm, voor zo’n klein landje. Maar met de komst van de auto en het exponentieel groeiend aantal snelle weggebruikers geraakten duizenden kilometers in onbruik. Ook rails langs waterwegen verdwenen, nadat binnenwaterschepen een moto kregen. Zo ontstond geleidelijk het idee om deze wegen anderszins te gebruiken, wat decennia later resulteerde in de groene RAVel wandel- en fietswegen in Wallonië die we vandaag kennen.

Verrassend groene RAVel wandel- en fietswegen in Wallonië

RAVeL-paden heten ook ‘voies lentes’ en daarmee is eigenlijk alles gezegd. RAVeL wandel- en fietswegen nodigen de gebruiker uit om in een bescheiden tempo te genieten van al het moois dat het landschap en de plaatselijke flora en fauna te bieden heeft. Geregeld hint een voormalig stationsgebouw, het roestige restant van een spoorwegovergang of een vervallen seinhuisje naar het verleden, en af en toe doorsnijden de routes industriële steden via een verrassend groen traject.

Eropuit in Wallonië

Alle routes lenen zich perfect voor dagtochten, maar kunnen ook onderdeel vormen van een langere trip. De RAVeL 1 bijvoorbeeld doorkruist Wallonië van oost naar west. Het traject in Henegouwen van West Armentières naar Mons meet 87,6 kilometer en dat van Namen naar Visé 96,5 kilometer. De nummers 2 (116,4 km), 3 (91,4 km) en 4 (52,9 km) lopen van noord naar zuid. Regelmatig zijn er vertakkingen.

Kan je niet kiezen? Wij pikten er een kortere en een lange fietsroute voor je uit.

  • Spoorlijn 413 in de streek van Ardu, een tocht van 36 kilometer.
  • De beroemde Vennbahn, die 124,3 kilometer meet.

Op www.ravel.wallonie.be (in het Frans) vind je de alle RAVeL-kaarten, alsook omschrijvingen van diverse kortere secties. Op de site van Wallonië België Toerisme kan je in eigen taal lezen over het RAVeL netwerk of een van de brochures downloaden: RAVel langs het water, RAVel op het platteland en Fietstochten langs UNESCO-Werelderfgoed.

De geschiedenis van RAVeL

In 1977 kocht het ministerie van openbare werken van de NMBS een groot gedeelte van lijn 142 tussen Eghezée en Hoegaarden aan. In 1985 werd de eerste wandel- en fietsroute geopend op het grondgebied van Jodoigne. En in de jaren daarna volgden diverse initiatieven van de Waalse Commissie voor langzaam verkeer en van lokale overheden. Tot in 1995 de groene RAVeL wandel- en fietswegen in Wallonië officieel onderdeel werden van het regionaal beleid. In het belang van de veiligheid van kwetsbare groepen weggebruikers, zoals fietsers en voetgangers, maakte men toen het slimme besluit om een netwerk te ontwikkelen over oude jaagpaden en in onbruik geraakte spoorlijnen. Ideaal voor fietsers en wandelaars, want de wegels die nu de heuvels van Wallonië en de Oostkantons doorkruisen, volgen doorgaans de dalen; het hellingspercentage is dan ook verwaarloosbaar. Sindsdien komen er elk jaar nieuwe trajecten bij. Vandaag staat de teller op ruim 1400 kilometer aan trage wegen.