Home Blog Pagina 249

Slapen als E.T. in de mooiste boomhut van Zweden

Droom je er stiekem al een heel leven van om het ruimteschip van E.T. te zien landen in het bos bij jou in de buurt? Droom dan gerust verder. Misschien kan deze mooiste boomhut van Zweden je verlangens een beetje inlossen. ‘The UFO’ is een van zeven spectaculaire boomhuisjes die nabij het Zweedse stadje Harads verhuurd worden door Kent en Britta. De vijfpersoonshut hangt zo’n zes meter boven de grond en geeft je een uitzicht over het omringende naaldwoud en de nabij gelegen rivier Lule. Ben je niet zo’n sciencefiction-fan? Dan kan je nog altijd je bedje spreiden in ‘Het Vogelnest’, een boomhut uit takken die zijn naam alle eer aandoet.

Boek een hut – of vergaap je aan de machtige foto’s van de mooiste boomhut van Zweden – op www.treehotel.se.

De Lycian Way wandelen in Turkije: 3000 jaar geschiedenis in 508 km

Turkije staat bij ons als vakantiebestemming vooral bekend onder de zonnekloppers en pakkettoeristen, en niet zonder reden. Maar de Lycian Way wandelen in Turkije geeft een heel ander beeld. Redacteur Kris Achten liep de 508 km lange route langs verlaten baaien en verzonken ruïnes, waar een eeuwenoude cultuur en een schitterende natuur naadloos in elkaar overvloeien.

De Lycian Way wandelen in Turkije? Het zei me voor vertrek niet heel veel. Ik herinner me uit mijn schooltijd dat Arcadië, het mythologische werkgebied van Pan en zijn nimfen, ergens diep in het binnenland van Griekenland moet liggen. Maar de gelijkenis met dit stukje paradijs is verdacht groot: de blakende zon, een klaterend beekje, hoge rotswanden, een paar adelaars die boven me cirkelen en, naast het geruis van de wind in de olijfbomen, enkel het gemekker van een paar geitjes en het gesjok van mijn schoenen op het wandelpad. En natuurlijk het gehijg van die hond die me al een halve dag volgt, van bij die laatste voorpost van beschaving waar ik een broodje kebab in mijn rugzak stak.

De Lycian Way wandelen in Turkije

Stranden en ruïnes

Ik ben op pad tussen Fethye en Antalya, twee van de meest ontwikkelde resortsteden van de Turkse Rivièra, waar kreeftrode Engelsen mekaar overdag verdringen voor een plaatsje bij het zwembad en ‘s avonds voor eentje op het terras van de Irish pub. Maar tussen de twee steden in kronkelt de kustlijn kilometers lang doorheen verlaten baaien, verzonken ruïnes en heel veel natuurschoon. Nergens een toerist in zicht. De reden: je geraakt er alleen te voet. Niet dat je jezelf met een machete een weg moet banen door de eindeloze struiken… Neen, er is een pad. En wat voor één.

De Britse Kate Clow, schrijfster en wandelaarster, stippelde tien jaar geleden een route van meer dan 500 km uit tussen de twee steden voor wie de Lycian Way wil wandelen in Turkije. Hiervoor maakte ze vooral gebruik van de voetpaden die de Lyciërs meer dan 2.500 jaar geleden gebruikten om zich in hun netwerk van steden te verplaatsen. Ze doopte het dan ook toepasselijk de Lycian Way. Het pad begint in Fethiye en brengt je in 25 etappes 508 km verder. Onderweg kom je alles tegen wat de regio te bieden heeft, van intacte ruïnes tot de beste stranden en de meest authentieke dorpjes. Misschien stap je zelfs door de sneeuw, op bergtoppen van meer dan 2.000 meter hoog. Een doorsnee wandelaar zou zo’n vier tot acht weken over de hele route doen, maar het mooie van het traject is dat je om de twee, drie dagen wel in een klein stadje aankomt waar je jezelf kunt bevoorraden of, als je gehaast bent, de plaatselijke bus kunt nemen naar een volgende halte iets verder op het traject. Je kunt je eigen wandeling dus perfect customizen, volgens je eigen interesses, tempo en beschikbare tijd.

Vandaag ben ik op weg van Kaş naar Üçagiz, twee plekken die hoog op het toeristische to do-lijstje staan. Het eerste staat bekend om haar nachtleven en als centrum van alles wat in de regio aan outdooractiviteiten wordt georganiseerd. Het tweede voor de restanten van een verzonken stad, vlak voor de vissershaven, waar duizenden mensen jaarlijks met een kano over de ruïnes komen dobberen. Daar tussenin wacht me een kleine 40 km stappen.

Poedelnaakt zwemmen

Ik heb mijn licht gisteren opgestoken bij de plaatselijke outdoormiddenstand in Kaş en de meningen waren verdeeld. Volgens sommigen kun je de etappe op één lange dag stappen, als je maar vroeg vertrekt en genoeg water meeneemt. Anderen verklaarden me gek en probeerden me een boottocht naar mijn bestemming te verkopen. Ik neem het onzekere voor het zekere en sla bij het ochtendgloren vers proviand in bij het plaatselijke supermarktje, vul mijn drinkfles aan de fontein en begin te stappen. Na een uurtje bergop sta ik badend in het zweet op een richel die over het stadje en haar antieke theater uitkijkt. Op een stenen muur vind ik de rood-witte markering die me de juiste richting aanwijst. Gelukkig is er van de Lycian Way ook een gedrukte gids, die je min of meer op het goede pad houdt en je vertelt waar de markeringen te zoeken. Het ligt waarschijnlijk aan mijn ongetrainde oog, maar ik zal het pad de komende dagen een paar keer serieus bijster raken, waardoor ik telkens een stuk terug moet tracken. Het grote plan is wel duidelijk: de kustlijn volgen. En dat mag je vaak letterlijk nemen: het spoor loopt soms honderden meters langs het azuurblauwe water, met verlaten baaitjes waar je ongegeneerd je plunje kunt uittrekken voor een verkwikkende zwempartij.

De koelte van de vroege ochtend is de beste tijd om kilometers te maken, maar ik stap bewust een beetje trager dan ik zou willen, met de waarschuwingen van de bootjesmensen in het achterhoofd. Het wandelpad is soms erg verraderlijk, met losliggende rotsen of steile afdalingen, en bovendien zou het zonde zijn om niet met volle teugen van de omgeving te genieten. De baai van Kaş ligt ver onder me te flikkeren, bloemetjes en bijtjes, en verder alleen stilte.

Ik neem een eerste bananenpauze in de schaduw van een Lycisch grafmonument en maak een foto van de inscripties op de sarcofagen. In de beschrijving van de route wordt uitdrukkelijk gevraagd om je ogen open te houden voor graven of inscripties op ongebruikelijke plaatsen. De wandelaars verrichten zo verkennend veldwerk voor de historici, want over de Lyciërs en hun taal is niet bijster veel bekend: er zijn nog maar een tweehonderdtal inscripties gevonden. Opgetogen over mijn bijdrage aan de wetenschap en vol nieuwe energie stap ik een paar uur verder, tot de hitte ondraaglijk wordt en ik me voorneem om bij het volgende baaitje verkoeling in het water te zoeken. Terwijl ik dat voornemen mompel, verschijnt het azuurblauw plots in zicht. Ik werp mijn rugzak af en spurt, met al mijn kleren aan, de struiken door. Na een ferme aanloop spring ik bijna recht in de armen van een poedelnaakt koppel wandelaars dat blijkbaar net voor mij hetzelfde idee had. Het blijken Nederlanders te zijn, en nog sympathieke ook. Een meer formele introductie en een zwempartijtje later besluiten we samen verder te stappen in dezelfde richting, het koppel is immers ook al enkele weken op pad.

Ali met één oog

Tegen het einde van de middag beginnen we ons stilaan zorgen te maken over onze slaapplaats voor vannacht. Met al het gekeuvel onderweg is er van stevig doormarcheren weinig in huis gekomen en we kunnen Üçagiz onmogelijk nog halen voor het donker. We hebben zeker nog 20 km te gaan, maar geen van ons heeft kampeermateriaal bij. Volgens de kaart loopt het pad een paar kilometer verder langs een dorpje en we besluiten het erop te wagen daar een bed te zoeken. Maar zover komt het niet. Nog voor we goed en wel de beklimming naar het dorp hebben aangevat, zien we een man opgewonden naar ons zwaaien en roepen, de berg afhobbelend met een jachtgeweer over zijn schouder. Even vrezen we voor ons leven, maar de man, die zichzelf voorstelt als Ali (en maar één oog heeft), maakt ons met handen, tanden en heel weinig Engels duidelijk dat hij vandaag nog niks geschoten heeft en hij ons graag zijn huis en echtgenote wil tonen. Hopen we tenminste. We knikken enthousiast en volgen hem verder omhoog, waar we op een prehistorisch Peugeootje stoten. Hij gaat er trots naast staan en vraagt: ”Taxi?” Seconden later hotsen we de helling op in een wagen die zijn schokdempers jaren geleden vaarwel zei, over een weg die van voor de uitvinding van de auto dateert.

Ali’s huis staat net naast een gigantische moskee, die uittorent boven de vijf huizen die het dorp rijk is. Een kilometer verder, aan de andere kant van de vallei, zien we een even klein dorpje met een even grote moskee. Blijkbaar een geschenk van een bevriende oliestaat. De vrouw des huizes komt ons begroeten en snelt dan meteen naar binnen om ons water en fruit te serveren. Een uurtje later worden we vergast op een feestmaal van brood, yoghurt, gegrilde groenten, rijstpap en honing, terwijl het hele dorp op weg naar de moskee zijn hoofd even binnensteekt om ons eens goed te bekijken. De rest van de avond werken we ons met onze gastheer doorheen mijn Turks woordenboekje en uiteindelijk hebben we begrepen dat we ons vannacht te rusten zullen leggen in de slaapkamer van hun oudste zoon, die nu in het leger zit.

De volgende ochtend staat er een gigantisch ontbijt voor ons klaar en wat later zwaait Ali ons uit, het geweer op zijn schouder, klaar voor een nieuwe dag spreeuwenjacht. We zijn allesbehalve gehaast. Üçagiz is nog maar een 15 km stappen, dus we kunnen uitvoerig onze tijd nemen in de ruïnes van de stad Apollonia. Die staat op een richel, wordt overheerst door een Byzantijns fort naast een Hellenistisch amfitheatertje, en is omgeven door tientallen sarcofagen, de restanten van een Lycische necropolis. 2.500 jaar geschiedenis op een heuvel van nog geen vierkante kilometer, die we enkel delen met een paar koeien die tussen de felgekleurde wilde bloemen hun ontbijt bijeen kauwen. Het genieten is weer begonnen.

Verzonken stad

Tegen lunchtijd hebben we Aperlae bereikt, nog een stad van voor onze jaartelling. Aperlae strekte zich in zijn tijd uit van de versterkingen bovenaan de berg tot aan de haven in een afgeschermde baai. De ruïnes hier zijn nooit uitgegraven en de plek ademt nog meer dan Apollonia een ongelooflijke rust uit. Al werd het in tijden van oorlog waarschijnlijk als garnizoen gebruikt en later zelfs als schuilplaats voor piraten. Beneden aan de waterkant staan nu twee huisjes. Het ene is van een schrijfster die zich hier heeft teruggetrokken, in het andere woont Riza, die het vissershuis erfde van zijn ouders en er een klein trekkersparadijs van heeft gemaakt. Hij runt er een hotelletje en de tuin eromheen doet dienst als gratis camping, compleet met douches, hangmatten en een restaurant. Riza is blijkbaar al op de hoogte van onze komst, want het houtvuur staat klaar en hij wil alleen nog weten of we kip of lam willen. En of we zelf onze snorkelspullen bij hebben of hij de zijne even moet nemen. Blijkbaar moeten we helemaal niet naar Üçagiz om een verzonken stad te zien. Ook de halve haven van Aperlae ligt tegenwoordig onder water en hier hebben we de plek voor onszelf! Een uurtje snorkelen boven de vroegere kaaien en opslagplaatsen levert echter geen piratenschatten op. Enkel een verbrande rug en een overheerlijke ovenschotel, pruttelend in de gloeiende assen van het haardvuur.

Het pad kronkelt verder, de heuvels in, en stilaan merken we dat we de beschaving weer naderen. We zien af en toe aangemeerde zeilbootjes in de baaien onder ons, en het pad wordt breder en duidelijker, al ligt dat misschien ook aan de landschildpadden die hier soms de weg kruisen. Bij de laatste baai die we passeren voor Üçagiz ligt iets te veel plastic om nog snel een frisse duik te nemen. En dan, voor we het goed en wel beseffen, staan we aan de rand van het stadje. Gelukkig is het inmiddels bijna etenstijd en zijn alle toeristenbussen vertrokken. De Britse dame die ons hier in haar pension te slapen legt, vertrouwt ons bij een welverdiende Turkse pint toe dat er dagelijks minstens vijftig bussen toeristen in het dorp gelost worden om over de verzonken stad te gaan varen. En dan heeft ze het alleen nog maar over de devote Russen, die hier massaal passeren op weg naar Myra, de vermeende geboorteplaats van Sint-Nikolaas.

Maar de zon staat ondertussen aan de horizon, de laatste tourgroepen zijn weg en hebben plaatsgemaakt voor de vissers die de haven binnenvaren en hun vangst op het dorpsplein etaleren. We kiezen ons avondeten uit, installeren ons aan een tafeltje aan de pier en plannen onze wandeling voor morgen, terwijl boven ons de Melkweg stilaan tevoorschijn komt.

De Lycian Way in Turkije wandelen praktisch

Op www.trekkinginturkey.com vind je alle informatie over het pad, inclusief updates voor de route, en over de plaatsen waar je onderweg kunt logeren. De beste tijd om in het zuiden van Turkije te wandelen, is het voorjaar. Alles staat dan in bloei, het is nog niet te heet en de waterputten onderweg zijn op hun volst. Vergeet gene touw mee te nemen om je drinkfles in de put te laten zakken! September en oktober zijn eveneens mooie maanden. Juli en augustus zijn omwille van de hitte te mijden.

 

Natuurweetjes: waarom pony’s in de Westhoek te vinden zijn?

Het natuurreservaat De Westhoek houdt je in de ban met een bijzonder landschap van grasland, zandvlakten, duinen, rijsthouthagen, heuvels met struwelen en jonge duinbossen. Dat je er water- en vele andere vogels tegenkomt, is een gegeven. Maar waarom pony’s in de Westhoek te vinden zijn?

De Westhoek, in het uiterst westelijke puntje van Vlaanderen, ligt geprangd tussen de Panne en de Franse grens. Het duinengebied strekt zich uit over 344 hectaren indrukwekkend mooie en unieke duinlandschappen van zeer uiteenlopende ouderdom. Waarom pony’s in de Westhoek werden geïntroduceerd heeft te maken met natuurbehoud.

Waarom pony’s in de Westhoek?

Min of meer evenwijdig met de kustlijn kan je verschillende soorten ‘gordels’ onderscheiden: het strand, de voorduinen, de noordelijke pannengordel, het centrale stuifduin, de zuidelijke pannengordel en de binnenduinen. Het landschap is sterk onderhevig aan de invloeden van de wind, het verstuivende zand en het beukende zeewater. Tal van natuurinrichtingsmaatregelen zijn in kwetsbare gebieden als deze cruciaal voor het behoud van de historische biodiversiteit, met meer dan 400 plantensoorten, waaronder heel wat bijzondere bloemen en mossen.

Sinds 1997 wordt er in de pannengordels actief aan begrazingsbeheer gedaan. Niet alleen shetlandpony’s, maar ook Schotse hooglandrunderen, Poolse konikpaarden en ezeltjes helpen het open duinlandschap grazenderwijs mee in stand houden, eenzijdige begroeiing terugdringen en de natuurwaarde verhogen. De dieren zijn uitgezocht op hun rustige karakter, voedselkeuze en levenswijze. Ze leven het hele jaar rond buiten en hebben weinig verzorging nodig.

Oog in oog met kleine en grote grazers

Binnen de begrazingsgrenzen kan je de Westhoek al wandelend verkennen langs zes met gekleurde bakens gemarkeerde wandelpaden doorheen verschillende begrazingsblokken: het Liguster-, Helm-, Grens-, Oostergrens-, Slufter- en Krakeelpad. Het eerste is het langste (2600 m), het laatste het kortste (650m). Wie meer wil kan de paden combineren via kleinere verbindingswegen. De grazers leven in kudden en liggen of staan vaak in groep op een beschutte plek te rusten of te herkauwen.

Meer informatie, een wandelkaart en andere nuttige downloads op de website van Natuur en Bos. In het aan het natuurreservaat aangrenzende Calmeynbos is er ook een mountainebikepad.

De mooiste bossen van Europa: oerwouden en dierenparadijzen

Voor onze bosspecial hebben we tig bossen bezocht, opgezocht, mensen gesproken, materiaal ingelezen en foto’s bekeken. Een lijstje maken van de mooiste bossen van Europa bleek geen sinecure: er zijn nog heel wat eeuwenoude wouden te vinden zowel iets verder weg als de bossen hieronder, vlak over de grens.  

De mooiste bossen van Europa, net over de grens

Thüringerwoud (Duitsland)

Bergop en bergaf over middeleeuwse wandelroutes

Halfweg tussen de Duitse steden Coburg en Gotha ligt het grootste bos van Duitsland: het Thüringerwoud. Met 16 000 kilometer bewegwijzerde wandelpaden – waaronder historische routes die zelfs tot de Middeleeuwen teruggaan – en 1700 kilometer langeafstandsfietsroutes ben je een tijdje zoet in dit heuvelachtige woud. Voor doorgewinterde stappers is er de Rennsteig, met 169 kilometer de populairste wandelroute van Duitsland. Ze loopt over de kamlijn van het Thüringer-middelgebergte en bevat zo’n 1300 zeventiende-eeuwse grenspalen langs het parcours. Bezoek ook het boomkronenpad in het Nationale Park Hainich, dat een mooi uitzicht vanuit de lucht biedt en je misschien wel een wilde boskat doet spotten. www.thuringerwald.nl

Bos van Fontainebleau (Frankrijk)

Klimmen op maffe rotsblokken

Iets voorbij Parijs is dit 25 000 hectare heuvelachtige woud de ideale uitvalsbasis voor een verlengd weekend natuurpret en ongetwijfeld een van de mooiste bossen van Europa. Naast de honderden kilometers wandel-, fiets- en paardrijdpaden kan je hier ook fantastisch leuk klauteren en klimmen. In het hele bos liggen honderden zandsteenrotsen met de gekste vormen verspreid, ideaal om op te boulderen (klimmen zonder touwen). Van de kleinste klauteraar tot de meest fervente klimmer, iedereen vindt zeker een paar rotsen waar hij met weinig – of net veel – inspanning op geraakt. www.fontainebleau-tourisme.com

Sherwood Forest (UK)

Voor de fans van Robin Hood

Wie is niet dol op Robin Hood, de volksheld die stal van de rijken en het hart van Lady Marian veroverde? Volgens de legende beleefde hij zijn avonturen in het Sherwood Forest van Nottinghamshire, vandaag een natuurgebied met schilderachtige bospaadjes en uitdagende mountainbikeroutes. Middenin het bos staat de Major Oak. Deze reusachtige eikenboom zou volgens verhalen het hoofdkwartier van Robin Hood geweest zijn. Wie de avonturen van de vrijbuiter graag zelf wil naspelen, moet beslist een verblijf boeken in de cabines en boomhutten van www.forestholidays.co.uk. Die biedt ook nog accommodaties en sportieve activiteiten aan in acht andere bosrijke gebieden van het Verenigd Koninkrijk. www.sherwoodforest.org.uk

Speulder- en Sprielderbos (Nederland)

Het mooiste bos van onze noorderburen

Een woud dat qua naam niet zou misstaan in een Jommeke-album. Al wordt het Speulderbos in de volksmond ook wel het ‘bos van de dansende bomen’ genoemd, vanwege de vele kronkelige bomen die soms in elkaar groeien. De beste periode om ze te bewonderen is ’s morgens vroeg in de herfst, wanneer de bladeren verkleuren en de ochtendmist voor een feeëriek sfeertje zorgt. Het Speulder- en Sprielderbos ligt ongeveer pal in het midden van Nederland, ten noordwesten van de Veluwe, en werd door de leden van Staatsbosbeheer uitgeroepen tot het mooiste bos van Nederland. www.staatsbosbeheer.nl

Müllerthal Regio (Luxemburg)

Lord of the Rings in het echt

Luxemburg is zodanig klein dat alle bos – in totaal meer dan een derde van het oppervlak van het Groothertogdom – min of meer met elkaar verbonden is. Van de vijf wandelregio’s (de hoofdstad en omgeving, de Ardennen, het Land van de Rode Aarde, Regio Mullerthal en Regio Moezel) is het rotsige gebied rond Müllerthal met stip het spectaculairst. Wandelen in de sprookjesachtige wouden van Klein-Zwitserland blijkt dan ook elke keer opnieuw een avontuur. Achter elke rots kan een watervalletje opduiken, een uit stenen gehouwen trap of een diepe spelonk. Vergeet zeker je zaklamp niet! www.mullerthal.lu

Wandelen in Bialowieza Nationaal Park: Wit-Russische of Poolse zijde?

Het 8000 jaar oude Woud van Bialowieza en is een van de laatste overgebleven oerbossen in Europa. Het strekt zich over 600 vierkante kilometer uit over Polen en Wit-Rusland. Wie wil wandelen in Bialowieza moet dus met een aantal praktische zaken rekening houden.

Wandelen in Bialowieza: Wit-Russische of Poolse zijde?

Hoewel het Bialowiezawoud zich uitstrekt over twee landen, is het niet zo eenvoudig om zomaar de grens over te steken. Een bezoek aan Poolse zijde verloopt een pak gemakkelijker dan aan de Wit-Russische, waar het woud Belovezhskaya Pushcha heet. Maar goed nieuws: sinds 2015 kan je via de Cross-Border Trail of the Bialowieza Forest zonder visum gedurende drie dagen vrij over de grens bewegen. Hiervoor moet je wel een permit aanvragen. Zorg alleszins dat je steeds identiteitsbewijzen op zak hebt, om eventuele problemen met grenswachters te vermijden. De voornaamste uitvalsbasis aan Poolse zijde is het dorpje Bialowieza, waar je winkels, restaurants, guesthouses, fietsverhuur en een informatiecentrum vindt.

Op ontdekking met een natuurgids

Het Bialowiezawoud werd eeuwenlang gebruikt als jachtgebied van de Poolse koningen, wat het tegen kaalkap beschermde. Sinds 1932 behoort het Poolse deel van het woud tot het Nationaal Park Bialowieza. Veel stukken zijn vrij te ontdekken, maar het hart van het park – het meest wilde en ongerepte deel – mag je enkel betreden onder leiding van een gecertificeerde gids. Samen met hem of haar maak je kennis met de intense stilte tussen eeuwenoude woudreuzen. Kies bij voorkeur een excursie rond zonsondergang, wanneer vogels en dieren het meest actief zijn. Białowieża is trouwens het laatste gebied waar de laaglandwisent in het wild voorkomt. De Eerste Wereldoorlog bracht de genadeslag voor deze Europese bizon, maar sinds 1952 neemt hun aantal dankzij herintroductieprogramma’s weer toe. Wie geluk heeft, hoort hier ook wolven huilen, elanden briesen of lynxen door het struikgewas sluipen. Het laaglandgebied is dan weer erg in trek bij biologen; de unieke fauna en flora biedt namelijk een venster op ons plant- en dierkundig verleden.

Praktische info

Het is een beetje zoeken naar informatie over routes en activiteiten, maar deze websites zetten je alvast op weg: , www.bialowieza.eu, www.bialowieza-forest.com en www.pttk.bialowieza.pl.

Waar vind je nog eeuwenoude oerbossen in Europa?

Vraag de gemiddelde persoon naar een bekend bos in Europa, en je krijgt negen op de tien keer ‘Het Zwarte Woud’ als antwoord. Maar kende je het Poolse oerwoud al? Of de in nevel gehulde laurierbossen van La Gomera? En er zijn nog meer oerbossen in Europa te vinden.

De laatste oerbossen in Europa

Toen de Romeinen tweeduizend jaar geleden Europa veroverden, was een groot deel van het landschap nog bedekt met uitgestrekte wouden waarop de mens tot dan toe weinig invloed had gehad. Tegen de dertiende eeuw was vrijwel alle oerbos in Noordwest-Europa gekapt en/of in cultuur gebracht. De bossen zoals we ze vandaag kennen, werden de voorbije eeuwen weer aangeplant, waardoor we in nog maar weinig oerbossen in Europa vinden met de oorspronkelijke fauna en flora van duizenden jaren geleden. Gelukkig hebben enkele de kap wél min of meer overleefd.

Het Bialowiezawoud, op de grens met Polen en Wit-Rusland

Het 8000 jaar oude Woud van Bialowieza strekt zich 600 vierkante kilometer uit over Polen en Wit-Rusland, en is een van die laatste overgebleven oerbossen in Europa. Wie geluk heeft, hoort hier nog wolven huilen, elanden briesen of lynxen door het struikgewas sluipen. Het Bialowiezawoud werd eeuwenlang gebruikt als jachtgebied van de Poolse koningen, wat het tegen kaalkap beschermde. Het laaglandgebied is erg in trek bij biologen; de unieke fauna en flora biedt namelijk een venster op ons plant- en dierkundig verleden. Wil je wandelen in dit oeroude woud, dan zijn er heel wat praktische zaken waarmee je rekening moet houden. Far Out zocht hier alvast een en ander voor je uit.

Garajonay op La Gomera

Miljoenen jaren geleden waren onze mediterrane kusten bedekt met een enorm ondoordringbaar woud. Sinds de ijstijd verloren de bossen beetje bij beetje terrein, maar niet op het Canarische eiland La Gomera, vlakbij de Afrikaanse kust. In het nationaal park Garajonay overheerst de natuur nog steeds in de vorm van een laurierachtige wildernis. Het sprookjesachtige woud, uitgeroepen tot Unesco Werelderfgoed, bestaat uit kronkelende en bemoste bomen die zich vaak hullen in mysterieuze nevels. www.lagomera.travel

Het Muddus Nationaal Park in Zweden

Het Muddus Nationaal Park kenmerkt zich door grote moerasvlakten, kloven met watervallen en oerbossen met reuze naaldbomen. In dit stukje Lapland staat de oudste den van Zweden, die volgens berekeningen meer dan 700 jaar oud zou zijn. Hoewel het gebied behoorlijk ontoegankelijk is, hebben mensen ooit pogingen gedaan zich er te vestigen. De laatste nederzetting werd echter verlaten in 1909. www.sverigesnationalparker.se

De oerbossen van Roemenië

In de Roemeense Karpaten waren oeroude bomen tot voor kort relatief veilig voor mensenhanden. Daardoor vind je ten noorden van Boekarest nog oerbos, wilde bewoners zoals beren, wolven en lynxen inbegrepen. Helaas werden er de laatste vijfentwintig jaar tientallen miljoenen kubieke meter bos illegaal gekapt, met verwoestende gevolgen voor de unieke fauna en flora. Twee jaar terug kwamen duizenden mensen op straat in veertig Roemeense steden, om het parlement aan te moedigen de boskapwetten te verstrengen. www.karpaten.ro

Wild spotten tussen de bomen? Dat kan ook hier! 

  1. Beren begluren in Finland. Finland is het meest beboste land van Europa en bijgevolg  en van de betere bestemmingen om beren in het wild te spotten. De beste tijd hiervoor is van begin mei tot en met half augustus
  2. Op wildsafari in Spanje. Ten zuidwesten van Madrid ligt het Parque Natural de Montfrague, een ruig natuurpark met de grootste kolonie zwarte gieren en keizerarenden ter wereld. Heb je het meer voor zoogdieren? Ga dan in de ochtendmist op zoek naar de Iberische lynx, de otter, de mangoest en het edelhert
  3. Vogelen in Estland. Maar liefst twee vijfde van Estland is begroeid met bos. Tussen de kruinen spot je verschillende soorten adelaars, spechten, ijsvogels en uilen. Vogelaars vanuit de hele wereld zakken in de lente af naar West-Estland voor de grote voorjaarstrek, wanneer de lucht gevuld is met miljoenen vogels.

Europa zou terug groener worden

Hoewel het lijkt alsof we steeds minder natuur hebben, gebeurden de voorbije eeuw heel wat herbebossingsprojecten in Europa. Een interactieve kaart op www.geo-informatie.nl/fuchs003/# toont hoe het landoppervlak in Europa veranderde tussen 1900 en 2010. Alleen hebben we de boskap verlegd naar andere continenten. Om in onze houtnood te voorzien, moeten steeds meer tropische regenwouden eraan geloven. Wat je daar zelf aan kan doen, ontdek je op www.bosplus.be. BOS+ zet zich op verschillende manieren in voor bosbehoud in Vlaanderen en de rest van de wereld.

Het ABC van de Belgische bossen: zo leren wij het ABC

Reeën spotten in het prehistorische woud op de taalgrens, of Pokémons vangen in het bos achter je deur? De bossen van België zijn zodanig gevarieerd dat er voor iedereen iets te beleven valt. Een overzicht als ABC van de Belgische bossen.

Het ABC van de Belgische bossen

Aquaduct. Uiteraard starten we het ABC van de Belgische bossen met de A. Toen Julius Caesar zo’n tweeduizend jaar geleden onze contreien veroverde, bestond de vegetatie hier grotendeels uit onherbergzame en stekelige moerasbossen. Vandaag is het kasteeldomein net buiten Tongeren omgeven door een heuvelrug met statige oude beuken. Onder deze Beukenberg ligt een Romeins aarden bouwwerk verscholen, dat twintig eeuwen geleden fungeerde als aquaduct om drinkbaar water naar Tongeren te brengen. Twee bewegwijzerde wandelingen leiden je langs het grootste Romeinse monument in Vlaanderen. www.tongeren.be

Bospoeper. Het Prinsenpark in Retie heeft er sinds de tv-serie Van Vlees en Bloed een attractie bij. In dit gemengde loof- en naaldbos ging ‘de bospoeper’ namelijk wandelen met zijn hond. Driehonderd jaar terug lag hier een uitgestrekt heidegebied, waarop boeren hun schapen lieten grazen. Tijdens een wandeling tref je hier en daar nog resten van de oorspronkelijke heidebegroeiing aan. www.provincieantwerpen.be

Cinema. Iedere zomer trekken de organisaties BOS+ en Gezinsbond door de bossen van Vlaanderen, voor een heuse Film in het Bos-tournee. Wanneer de vogels hun avondzang aanvatten en het woud zich in duisternis hult, kun je met het hele gezin onder een dekentje komen kijken naar een vrolijke film in openlucht. De kalender voor 2017 staat vanaf eind april online op www.bosplus.be.

Domeinen. 259, dat is het aantal Vlaamse natuurgebieden en domeinen beschreven op de website www.natuurenbos.be. Eén ervan, Domein Pietersheim in Lanaken, viel onlangs in de prijzen. Het gerenommeerde Deutsches Wanderinstitut bekroonde twee wandelingen van het lokale wandelroutenetwerk met het Premiumroute-kwaliteitslabel. Een primeur voor België.

Ecoduct. Vlakbij Leuven ligt het prachtige Meerdaalwoud, waar je de oudste reeënpopulatie van België vindt. Ecoduct De Warande verbindt de oost- en westzijde, zodat de reeën – en tweehonderd andere diersoorten – ongestoord van het ene naar het andere deel kunnen lopen. De campagne www.beestigebrug.be toont welke maatregelen de Vlaamse overheid neemt om bosversnippering tegen te gaan. Nog tot 16 april kan je in De Panne naar een gelijknamige tentoonstelling, die op speelse wijze toont wat een ecoduct is, waarom padden tunnels nodig hebben en hoe vissen de trap nemen. Aan de campagne is ook een Suske en Wiske-strip gewijd.

Fifi. In de meeste Vlaamse bossen moet de hond aan de leiband blijven, maar er bestaan ook verschillende gebieden met speciaal afgebakende hondenlosloopzones. Vijf van de leukste bossen voor honden en hun baasjes: het West-Vlaamse Ryckevelde, het Gewestbos van Ravels, het Meerdaalwoud bij Leuven, het Zoniënwoud en het woud van Anlier.

Grenshoppen. Grenspark Kempen-Broek strekt zich uit over zowel Belgisch- als Nederlands-Limburg. In vervlogen tijden verscholen bokkenrijders en smokkelaars zich in dit gebied. Vandaag kan je er genieten van bossen, moerassen, heides, beekvalleien en duinen. www.kempenbroek.eu

Hyacinten. Het Hallerbos stamt af van het Kolenwoud, een gigantisch oerbos dat zich vóór de Romeinse inval uitstrekte van de oevers van de Rijn en Moezel tot aan de Noordzee. Midden april kleurt het bos helemaal blauw met wilde hyacinten, wat telkens een stormloop aan toeristen teweegbrengt. www.hallerbos.be

Imkers. Het gaat niet goed met onze bijenpopulatie, maar daar wil ‘bij-zondere stad’ Aalst iets aan doen. Vorig jaar plantte Aalst een bijenbos aan in het Heuvelpark, bestaande uit bomen en struiken met hoge nectar- en stuifmeelwaarde. Ook op de terreinen van het Stedelijk Ziekenhuis komt een bijenvriendelijk klimaatbos en er zijn concrete plannen om het kerkhof om te vormen tot natuurbegraafplaats, waar ook bijenkorven zullen worden geplaatst.

Jachtseizoen. Zin in een herfstwandeling binnenkort? Wees je ervan bewust dat het jachtseizoen loopt van begin oktober tot eind december. Check de websites van de gemeentes waar je een bezoekje plant voor de exacte data, om te voorkomen dat je hagel in je achterwerk krijgt. Een theoretisch en praktisch jachtexamen leg je af bij het Agentschap Natuur en Bos. Wie slaagt, kan jachtverlof of een jachtvergunning aanvragen bij het e-loket Fauna en Flora.

Kunst. Natuur en kunst blijkt vaak een geslaagde combinatie. Zo ook in Halenfeld (Luik), waar het 2,6 km lange didactisch bos- en kunstpad van de Amblève ligt. Kinderen maken er spelenderwijze kennis met het bos en de dieren die er leven. Langs het parcours staan vijftien kunstwerken gelinkt aan het bos, allemaal gemaakt door kunstenaars uit de streek. www.belgie-toerisme.be

Limburg. Het nieuwe paradepaardje van de provincie is Bosland, met 6000 hectare het grootste aaneengesloten bosgebied annex avonturenbos van Vlaanderen. Op het menu staan schatzoektochten, paardrijroutes, mountainbikepaden en massa’s meer buitenplezier. www.bosland.be

Mobiliteit. Voor de M in het ABC van de Belgische bossen denken we aan personen die minder mobiel zijn. Ook zij kunnen volop genieten van wat onze bossen te bieden hebben. Het Agentschap voor Natuur en Bos maakte voor hen een overzicht van gebieden met rolstoel- en buggyvriendelijke paden. www.natuurenbos.be/recreatietypes/minder-mobiel

Natuurwetenschappen. De biologische diversiteit van het Waals-Brabantse Bois de Lauzelle is zo groot, dat wetenschappers van de nabijgelegen universiteit van Louvain-la-Neuve zich er vaak terugtrekken voor onderzoek. In dit natuurlijk laboratorium werden drie bewegwijzerde routes voor wandelaars uitgewerkt, voorzien van didactische borden. www.uclouvain.be/bois-de-lauzelle

Oriëntatieloop. Een fijne en snelle manier om een bos te leren kennen, is via een oriëntatieloop. Bij deze sport moet je – al dan niet in wedstrijdverband – zo snel mogelijk met kaart en kompas op verschillende checkpoints zien te geraken.

Pokémon. Wil je aan scherm gebonden tieners de natuur in krijgen, dan lukt het misschien wel met het smartphonespel Pokémon GO! Op www.natuurenbos.be/pokemon vind je een lijst met bossen en natuurgebieden waar je kroost Weedles, Pidgeys en Schellders kan vangen.

QR-code. Smartphones vinden steeds meer hun weg naar het bos: als wandel-gps, om didactische informatie over een gebied te lezen of om foto’s van plaatselijke insecten te maken. Onder andere op www.wandelroutes.org/boswandelingen kan je kant-en-klare wandelroutes downloaden door een QR-code (een soort van barcode voor smartphones) in te scannen.

Routepaden. Al decennia een vaste waarde voor wandelaars: de rood-wit-markeringen van Grote Routepaden, die ons langs de mooiste paadjes door bos en veld loodsen. Op onze bucket list staat de GR 151 Tour du Luxembourg Belge, een 232 kilometer lang traject dat je de uitgestrekte wouden in het uiterste zuiden van ons land laat verkennen. In 1914 leverden Franse en Duitse troepen zwaar strijd in de loofbossen tussen Marbehan en Rossignol. www.groteroutepaden.be

Speelzones. Volgens de wet zijn bossen en natuurreservaten enkel toegankelijk op de paden, dit om dieren te beschermen en vertrappeling van jonge planten te voorkomen. Speelzones zijn afgebakende stukken bos of natuurreservaat waar kinderen, jongeren en hun begeleiders wél vrij mogen spelen. Vlaanderen telt 783 speelzones, met een totale oppervlakte van ruim 7000 voetbalvelden.

Toekomst. De Vlaamse Bos Index – het aandeel bos ten opzichte van de totale oppervlakte van Vlaanderen – is een van de laagste van Europa. Natuurpunt wil niet wachten tot de regering dit probleem aanpakt en lanceerde alvast de campagne www.bosvooriedereen.be. Dankzij giften koopt Natuurpunt gronden op, waarop vervolgens volwaardige bossen groeien. Voor 40 euro kan men 10 vierkante meter nieuw bos aanleggen. Daardoor geniet iedereen mee van onze Belgische bossen.

Urnenbos. Steeds meer gemeenten staan open voor begraafbossen, stukken bos waar mensen een urne kunnen begraven of de as van hun overleden familielid mogen uitstrooien. Voor veel nabestaanden maakt de natuurlijke omgeving het minder hard om een sterfgeval te verwerken. Bij begrafenisondernemers kom je nu dus ook biologisch afbreekbare urnes tegen, bijvoorbeeld uit leem of lichte houtmaterialen, die oplossen in de bodem

Vrijwilligerswerk. Heb je enkele uurtjes vrij en wil je die zinvol invullen in de natuur? Misschien is vrijwilligerswerk bij het Agentschap voor Natuur en Bos dan iets voor jou. Een greep uit het aanbod vrijwilligersvacatures: brandtorenwachter in de Kalmthoutse Heide of maaier in Park Vordenstein. Voor elk uur vrijwilligerswerk krijg je punten, die je kunt opsparen voor een natuuropleiding bij www.inverde.be.

Wasbeer. Wasberen zijn van oorsprong Noord-Amerikaans, maar worden al een tijd gespot in Wallonië. Er bestaan aanwijzingen dat de dieren zich nu ook in Vlaanderen voortplanten in het wild. Hoewel ze er schattig uitzien, richten ze als invasieve diersoort zonder natuurlijke vijanden heel wat schade aan in de natuur. Het grootste deel van de Belgische wasberen stamt af van populaties die vlak voor de Tweede Wereldoorlog in Duitsland werden uitgezet voor de pelsjacht. Als je in ons land een wasbeer tegenkomt, gelieve dit dan te melden bij www.waarnemingen.be.

Xavier. De X in het ABC van de Belgische bossen was geen simpele. Maar langs de Schelde in Kruibeke, op een boogscheut van Antwerpen, ligt het grootste overstromingsgebied van Vlaanderen. En de Polders van Kruibeke hebben met Xavier de Ree een bijzondere gids doorheen het gebied. In natuurpark Het Kortbroek geeft de mascotte uitleg over de lokale fauna en flora. Scan de zuiltjes bij de rustpunten met je smartphone en Xavier verschijnt om je wegwijs te maken.

Yoga. Echt even helemaal tot rust komen in de Belgische bossen? Dan is yoga de uitgelezen manier. Terwijl de ochtendzon tussen de bomen schijnt, kun jij met een ontspannen lichaam en een heldere geest waarnemen wat er in jezelf gebeurt. Balans zoeken kan op een boomstronk; twee bomen over elkaar zijn ideaal om de krijgerhouding te oefenen.

Zoniënwoud. Ten zuidoosten van Brussel, flirtend met de taalgrens, ligt met 4000 hectare het grootste loofbos van België. Ook dit beukenbos is een restant van het prehistorische Kolenwoud en wordt jaarlijks door zo’n 1,5 miljoen natuurliefhebbers bezocht. De slachtoffers van de terreuraanslagen op van 22 maart 2016 krijgen een herdenkingsmonument in het Zoniënwoud. Er zullen tweeëndertig bomen geplant worden, een voor elk dodelijk slachtoffer.

Na het ABC van de Belgische bossen, zijn dit de favoriete bossen van ons redactieteam.

De favoriete Belgische bossen van ons redactieteam

Als het op de Belgische bossen aankomt, heeft iedereen zo zijn voorkeur. Dit zijn de favoriete Belgische bossen van ons redactieteam.

Onze favoriete Belgische bossen

Heverleebos en Meerdaalwoud

Eindredactrice Sandra: “Mijn absolute favoriet, en dat op minder dan drie kilometer van de drukke Grote Markt in Leuven. Tijdens de twaalf jaar dat ik in Leuven woonde, was het Meerdaalwoud een welkome plek om op adem te komen, tijdens een wandeling, trailrun- of mountainbiketochtje. Elke route zag er anders uit. Met mijn mountainbike ben ik in de vroege uurtjes een paar keer bijna over een hert en ander loslopend wild getuimeld.”

Polderbos

Uitgever Anton: “Dit natuurgebied in Hoboken, vlakbij de stad Antwerpen, heeft alles waaraan ik nood heb wanneer ik mijn hoofd eens wil vrijmaken: water, Schelde, wandelpaden, vogelkijkhutten en een afgebakend stuk met wilde paarden en runderen. Op het einde van de lente zie je er zelfs orchideeën.”

Schiplakenbos en Steentjesbos

Hoofdredactrice An: “Mijn ouders woonden letterlijk aan de rand van dit pareltje, dus ik heb er als tiener kilometers in afgemaald op mijn wandel- en loopschoenen. In 1914 vond vlak over onze voordeur een bloedige veldslag tegen de Duitsers plaats en ergens tussen de bomen staat ook nog een ijskelder uit de achttiende eeuw. Dat het bos grotendeels privaat terrein is van het Kasteel van Schiplaken heb ik me nooit aangetrokken, wat maakt dat ik bijna altijd alleen was met de fazanten en andere dieren die werden uitgezet voor de jacht.”

De bossen van Viroinval

Redacteur Jurgen: “Toegegeven, het is vanuit Vlaanderen een eind rijden naar Viroinval, dat op de grens met Frankrijk en de Franse Ardennen ligt. In ruil krijg je wel een heerlijk rustig soort niemandsland met uitgestrekte bossen, waar je hele dagen kan rondlopen zonder iemand tegen te komen. Dorpjes als Olloy-sur-Viroin en Oignies-en-Thiérache zijn authentiek en charmant.”

En op onze koffietafel ligt: De bossen in België

In het koffietafelboek De Bossen van België gidst bio-ingenieur en bosdeskundige Olivier Baudry ons door de grote bosvragen. Hij vertelt meer over de cycli van de bomen, over de stand van zaken van onze Belgische bossen, duurzaam bosbeheer, sporen uit het verleden en nog veel meer. Frédéric Demeuse, in 2010 bekroond met een award van de BBC Wildlife Photographer of the Year, voorzag het boek van prachtige plaatjes.
De bossen in België, Olivier Baudry en Frédéric Demeuse. Uitgeverij Lannoo, 191 pagina’s. EAN: 9782873869151

Lees het ABC van de Belgische bossen.

Last boom standing: de staat van het Belgisch bos

Bijna 23% van het Belgische grondgebied wordt ingepalmd door bos. Niet mis, al wordt dat gemiddelde stevig opgekrikt door Wallonië. Vlaanderen alleen daarentegen is een van de minst beboste gebieden van Europa. Tijd om aan de alarmbel te trekken? Of valt het allemaal nog mee met het natuurbehoud in België en de staat van het Belgisch bos?

We vragen aan Xavier Coppens, regiobeheerder bij het Agentschap voor Natuur en Bos (ANB), hoe het is gesteld met de staat van het Belgisch bos. “Tegen onze intuïtie in is er de laatste honderdvijftig jaar best veel bos bijgekomen in België”, steekt Coppens van wal. “En gelukkig maar, want bossen zijn belangrijk. De meeste mensen weten ondertussen dat bossen CO² vangen en op die manier de klimaatsverandering onder controle houden, maar ze spelen ook een belangrijke rol bij, bijvoorbeeld, de stikstof- en koolstofcyclus of onze grondwaterhuishouding. Om nog maar te zwijgen van de economische en sociale factoren.”

Het Belgisch bos door de eeuwen heen

Ons bosbestand ligt dan misschien niet op intensieve zorgen, het heeft er ooit wel beter uitgezien. Wil je terug naar een tijd waarin grote delen van België bedekt waren met bomen? Dan moet je de klok een dikke duizend jaar terugdraaien. In die tijd kon je zelfs in Oost- en West-Vlaanderen door uitgestrekte wouden dwalen. Rond de zesde en zevende eeuw veranderde er iets: Germanen trokken onze contreien binnen en begonnen met de eerste houtontginningen. Van de negende tot de elfde eeuw versnelde die boskap onder invloed van de abdijen. Hout was op dat moment dé basisgrondstof voor werkelijk alles. Mensen staken er hun vuren mee aan, timmerden er meubels en kisten mee, en bouwden hun schepen en huizen van hout. Niet onlogisch: de baksteen werd pas uitgevonden in de achttiende eeuw en van plastic was er helemaal nog geen sprake.

In de negentiende en twintigste eeuw deden we daar nog een schepje bovenop. Toen ontgonnen we in een hoog tempo hout voor zijn energiewaarde. Conclusie: sinds de negentiende eeuw gingen we met de botte bijl door ons bosbestand, waardoor veel van onze oerbossen verdwenen. “Maar er zijn er nog wel te vinden”, weet Coppens. “Het Meerdaalwoud bij Leuven bijvoorbeeld, of het Zoniënwoud bij Brussel.” Als vuistregel geldt: hoe oostelijker je gaat in Vlaanderen, hoe beter de bossen bewaard bleven. Het ontbossingstij is ondertussen ook gekeerd. De inkrimping van ons bosbestand werd tot staan gebracht en sinds 2000 bestaat er een wet die de hoeveelheid woud in ons land moet doen uitbreiden.

De staat van het Belgisch bos

Bossen hebben een economische waarde. In Wallonië vormt bosbouw nog een groot aandeel van het BNP en zelfs de Vlaamse bossen zijn nog een beetje geld waard. Zo wordt hout uit Vlaanderen onder andere geëxporteerd naar China en India. Coppens: “Ons hout is op zich niet zo speciaal, maar China en India hebben zo’n grote houthonger dat ze het over de hele wereld bij elkaar sprokkelen.” Toch is economie niet noodzakelijk het speerpunt van modern bosbeheer. Recreatie en ecologie worden steeds belangrijker en ook het ANB zet daar sterk op in. “Een bos heeft een belangrijke sociale functie. Daarom besteden we steeds meer aandacht aan bijvoorbeeld wandel-, fiets- en ruiternetwerken.” Coppens vindt dit cruciaal in een digitale omgeving waar mensen steeds meer van de natuur vervreemden. “Het is een tikkende tijdbom. Hoe meer mensen vervreemden van de bossen, hoe moeilijker het wordt om in België aan natuurbehoud te doen. Want hoe kan je om iets geven als je het nooit hebt gezien?” Het idee hierachter is: hoe vaker je een ree, een vos of een machtige boom ziet, hoe meer je openstaat voor ingrepen ten voordele van de natuur, ook als die misschien wat persoonlijk ongemak veroorzaken.

Vogels spotten en een pintje drinken

Het eerste wat je leest wanneer je naar de website van het ANB (natuurenbos.be) surft, is de zin ‘trek de natuur in’. Je krijgt er suggesties voor wat je in hun bos en natuurgebieden kan doen – van wandelen tot schaatsen – zodat je vaker en meer in de natuur komt. En toegegeven, wandelen kan overal, maar is het niet leuk als je wandeling duidelijk is aangegeven, je onderweg infoborden tegenkomt en je kan uitrusten op goed geplaatste banken en picknicktafels?

‘De natuur intrekken’ is volgens het ANB trouwens niet enkel weggelegd voor mensen die twintig kilometer willen stappen of die hards die met plezier in een trekkerstentje slapen. Vogels spotten, een pintje drinken op een terras in de natuur of kampen bouwen met je kinderen: het kan allemaal volgens Coppens. “Zolang je maar in contact komt met de natuur. Het is trouwens aangetoond dat rondlopen in de wildernis je mentale en fysieke gezondheid ten goede komt. In plaats van pillen, kunnen dokters misschien beter een uur per dag activiteiten in de frisse boslucht voorschrijven”, grapt hij.

Wildernis in België?

Tijdens ons gesprek spreekt Coppens vaak over ‘wildernis’. Een begrip dat je niet meteen op onze Belgische natuur zou kleven. “Denk bij dat woord niet enkel aan een tropisch oerwoud of de oneindige wouden in Canada”, verduidelijkt hij. “Wildernis is gewoon natuur die zijn gang mag gaan en waarop de mens zo min mogelijk ingrijpt.” Dat hoeft trouwens niet noodzakelijk te botsen met recreatiemogelijkheden. “Als er everzwijnen, otters of edelherten opduiken, is dat juist een meerwaarde voor de recreatie. Zolang mensen niet verwachten dat ze altijd over mooi aangelegde paadjes door het bos kunnen wandelen.”

De laatste honderdvijftig jaar groeide ons bosbestand misschien voorzichtig aan, maar het staat toch onder druk. Komt het wel goed met onze bossen? Coppens is een voorzichtige optimist. De komende dertig jaar ziet hij de verstedelijking alleszins nog verdergaan. “Er worden nog altijd meer industrieterreinen en woonwijken gebouwd dan bossen.” Ook de klimaatverandering zal een moeilijk in te schatten impact hebben. Bossen zien nu eenmaal af van droge periodes en overstromingen. “Maar als we de moed hebben om een continu beleid te voeren dat niet met elke regering verandert, dan kunnen bossen blijven bestaan en uitgebreid worden. Het is echt mogelijk.”

Over het Agentschap voor Natuur en Bos

Het Agentschap voor Natuur en Bos is een Vlaamse overheidsinstelling die zich inzet voor het milieu en onze Vlaamse bossen. Ze doet dat onder andere door actief bossen of natuurlandschappen aan te kopen en te onderhouden en open te stellen voor het publiek. Het ANB geeft ook advies aan steden en gemeenten en voert milieu-inspecties uit. www.natuurenbos.be

Tekst: Toon Verlinden

Duurzaamheid in de outdoorsector: 5 trends

In Far Out en op Farout.be lees je geregeld wat de outdoorsector onderneemt om zijn impact op mens en milieu te verkleinen. Goed nieuws: steeds meer merken springen op de kar. Waar sommige zweren voor natuurlijke grondstoffen, focussen andere op recyclage of de arbeidsomstandigheden waaronder hun outdoorspullen worden gemaakt. Enkele schoolvoorbeelden van duurzaamheid in de outdoorsector.

Duurzaamheid in de outdoorsector

  1. Repareer je kapotte spullen

Patagonia is – zoals je in deze In de Kijker kan lezen – al jaar en dag een voortrekker in het outdoor-duurzaamheidsverhaal. Het merk zet steeds meer in op hergebruik en reparatie van materiaal. Op hun site vind je tips om zelf je spullen te repareren.

  1. Regenjas van gerecycleerde petflessen

Met OutDry Extreme ECO lanceert Columbia een nieuwe productiemethode voor regenjassen, waarbij PFC’s volledig gebannen worden. Macklemore – die met zijn megahit Thrift Store al de lof van tweedehandskleren bezong – testte Columbia’s nieuwste regenjas, gemaakt van 21 gerecycleerde petflessen. Wat de rapper ervan vindt, zie je in een filmpje op blog.columbia.com.

  1. Natuurlijke verzorgingsproducten

Care Plus speelt met haar anti-insectproducten in op de stijgende epidemie van teken en het Zikavirus. Naast producten waarin het chemische deet verwerkt zit, heeft CarePlus ook een lijn met enkel natuurlijke grondstoffen, zoals citroen en eucalyptus. www.careplus.eu

  1. Aandacht voor fabrieksarbeiders

Prana maakt sportieve, modieuze vrijetijdskleding en zweert daarvoor bij de groene regel van drie: 1: het gebruik van ecologische materialen zoals biologisch katoen, gerecycleerd polyester, hennep en gerecycleerde wol. 2: goede werkomstandigheden en een eerlijk loon voor de arbeiders die de spullen maken. 3: duurzame maatregelen tijdens de productie zelf. www.prana.com/sustainability geeft een mooi overzicht van al hun initiatieven.

  1. PVC-vrije reistassen

Vaude – bekroond tot groenste outdoormerk van Duitsland en een grote voortrekker op vlak van duurzaamheid – wil PVC volledig weren uit haar productieproces, en bracht alvast een PVC-vrije reistassencollectie uit. csr-report.vaude.com toont ook de andere inspanningen van het merk.

De groene stem

Het onafhankelijke GreenroomVoice (www.greenroomvoice.com) informeert particulieren over duurzaamheid binnen de outdoorsector. Erg leuk is hun Instagram-account waar ze geregeld merken onder de loep houden.