Home Blog Pagina 255

Wandelen op Kaapverdië, een onontdekt wandelparadijs

Ongeveer 500 kilometer ten westen van de Afrikaanse kust, ter hoogte van Senegal, ligt een eilandengroep van negen bewoonde en nog eens zoveel onbewoonde eilanden: Kaapverdië, de Groene Kaap. Alleen is er bijna geen groen meer over. Zelfs de namen van sommige eilanden, zoals Sal (zout), Fogo (vuur) en Brava (woest), beloven niet veel goeds. Maar vergis je niet: de ruige heuvels en dorre vlakten verbergen heel wat onontdekte pareltjes voor wie wil wandelen op Kaapverdië.

Aan één ding ontsnapt vrijwel geen enkele bezoeker met een vlucht vanuit België: Sal. Dé toeristische trekpleister van de Kaapverdische eilanden. Zijn troeven? Een acht kilometer lang wit zandstrand en een laidback dorpje genaamd Santa Maria. De rest van het eiland is in miljoenen jaren kaalgevreten door een genadeloze oceaanwind: meer dan zoutvlaktes, droge steppe en een enkele palmboomoase vind je er niet. Maar in afwachting van een transfer kun je je prima een dagje op z’n outdoors vermaken. Wij huurden een mountainbike om het dorre eiland te verkennen. Goed voor vreemde beelden; of wat dacht je van een kerkhof vol schildpadskeletten, verlaten huizen en doorgeroeste auto’s, rood gezouten aarde en kilometers fietsen over ‘niets’? Toen we daar genoeg van hadden, trokken we richting strand om de kitesurfers te bewonderen. Eens wat anders dan wandelen op Kaapverdië.

Het Marsachtig gebied van Santo Antão

Dag twee vliegen we door naar São Vicente en na een nachtje slapen varen we met de ferry naar Santo Antão, onze wandelbestemming. Op zee staat er een behoorlijke wind; de bemanning deelt dan ook gretig kleine zwarte zakjes uit. ‘Zwart’ indeed, wegens ‘niet doorzichtig’ en daar ben ik dankbaar voor als ik de helft van de passagiers dubbel zie slaan.

Aangekomen in de havenstad Porto Novo zitten we meteen op een alluguer (een plaatselijk openbaar minibusje) naar de wandelvallei Figueiral de Paúl, onze uitvalsbasis. Al snel krijgen we een glimp te zien van het onvoorstelbare landschap dat ons te wachten staan. Eerst een woest, Marsachtig gebied van kale bergen met kleurschakeringen van roestrood tot donkerbruin. En dan, na een paar haarspeldbochten, een veel vriendelijkere wereld met dennen- en wat lager palmbossen, en kleine boerendorpen. Iedereen in de alluguer plakt met zijn neus tegen het raam. Ook de Kaapverdianen.

Onze eerste wandeldag organiseren we vlak bij ons ‘huis’, Casa das Ilhas, gerund door de Belgische Katelijne. Via de wandelweg 101 hiken we langs de rivierbedding naar boven. Bananen-, mango- en papayaplantages zijn onderweg ons deel. Iedereen lacht vriendelijk bom dia (goedendag) en schattige kindjes rennen ons achterna: ‘foto’, ‘snoepje’, ‘bic’.

In het dorp lopen we op een of andere manier verkeerd. Op aanwijzingen van een local nemen we daarom een pad dat ons moet leiden naar de Cova de Paúl, een vruchtbare vulkaankrater. Even later wordt de weg heel steil en moet ik moeite doen om mijn wandelmaatje bij te benen. We beginnen toch te twijfelen over het gekozen pad. Wandelkaart en gps erbij gehaald en wat blijkt: we zitten op een naamloze weg naar de Pico da Cruz, een bergtop van 1814 meter op zo’n zes kilometer van ‘onze’ vulkaan. “Geen probleem”, zegt Simon. “Want via de 104a komen we toch nog tot bij de krater en dan kunnen we via de 101 weer terug.” Hij heeft het allemaal al uitgedokterd.

Krater uit de sprookjes

Van de gemaakte vergissing hebben we geen spijt. Er is hier geen mens te bekennen en de natuur is ongelooflijk mooi; we genieten dan ook enorm. Ongemerkt maken de plantages en de fotogenieke pluimen van het suikerriet plaats voor een aangelegd dennenbos en hellingen met stug gras. De laatste klim is zwaar, maar wordt beloond: plots schieten we boven het wolkendek uit en zien we heel in de verte de zee. Het wandelpad zelf is afgeboord met tropische agaven, die na die naaldbomen heel bizar ogen. Op de top van de Pico da Cruz houden we halt om te lunchen – en om van het uitzicht te genieten, uiteraard.

Daarna is het makkelijk wandelen over een verharde weg naar de Cova de Paùl, een sprookjesachtig mooie krater waarin de tijd lijkt stil te staan. Een wolkenvlaag baant zich een weg over de kraterrand en verspreidt zich gulzig over de vlakte. Zulke cadeautjes krijg je niet vaak. Tussen enkele huizen en velden door wandelen we vervolgens naar de andere kant van de krater. Het juiste pad eruit vinden we niet, dus vragen we twee jongens of ze ons kunnen helpen. Hulpvaardig gaan ze ons voor, zij het dan via ‘de korte route’: absurd steil en loodrecht naar boven. Simon en ik hebben best een goede conditie, maar hun tempo ligt twee maal zo hoog. Bijna verontschuldigend staan de twee Kaapverdianen ons na enkele bochten op te wachten. Dan gaat het terug steil naar beneden over een kronkelend ezelspad. Mensen worden er een beetje draaierig van.

Dramatische kustwandeling

Dag twee voert ons naar Cruzinha, een onbeduidend dorpje aan zee, zo’n 20 kilometer verderop. De rit duurt bijna een uur, maar we kijken onze ogen uit. Eerst naar de mensen, dan naar de natuur. Eenmaal op onze bestemming aangekomen, gaan we te voet verder via de 12 kilometer lange 212 van Cruzinha naar Ponto do Sol (reken circa vier uur). Deze kustwandeling is van begin tot einde een aanrader. Sommige mensen vinden de trek na het mooie begin langs duinen, strand en kliffen ‘wat eentonig worden’, maar hen verklaar ik voor gek. Achter elke bocht en elke heuvel (en dat zijn er heel veel) ligt een ander (verlaten) landschap, een andere spectaculaire klif en een andere mysterieuze zee-inham. Wat wil een mens nog meer?

Onderweg komen we behalve vogels en een eenzame hond slechts enkele toeristen tegen. Zelfs deze makkelijk begaanbare route is nog niet echt door wandelaars ontdekt. Snel op verkenning zou ik zeggen, maar wees gewaarschuwd: het venijn van de trek zit ‘m in de staart. De weg naar het bergdorpje Fontainhas kronkelt eindeloos en het meest bizarre zijn al die perfecte kinderkopjes en nette muurtjes. Of dat staaltjes zijn van Kaapverdische handarbeid, of nog overblijfselen zijn uit de tijd van de slavernij, is me niet helemaal duidelijk.

Fontainhas zelf is op spectaculaire wijze gebouwd: over, door en rond alle rotsen heen. Er is maar één weg door het dorp en die ‘valt’ zo’n 350 meter naar beneden en gaat dan weer steil omhoog. Geen ontkomen aan. Mensen met wat een wat mindere conditie hebben het hier zwaar, getuige enkele rood aanlopende Britse toeristen. Maar geen nood: in het kuststadje Ponta do Sol wachten gezellige terrasjes waar je onder het genot van een fris pintje kunt uitblazen met zicht op zee.

Een stap in het onbekende

Enkele dagen en korte wandelingen later besluiten we een vrij onbekende trail te verkennen: de 208 van Boca das Ambas naar Espongeiro. Een feest voor het oog volgens onze wandelgids, maar noch collega-reizigers, noch onze gastvrouwen hebben er al van gehoord. Op zoek naar een alluguer dus. Die voert ons tot Ribeira Grande, waar we overstappen richting Boca das Ambas. Gewapend met windstopper, twee camelbaks vol water, wandel-gps en -kaart vangen we daar onze trek aan.

De eerste berghellingen links en rechts zijn bezaaid met terrassen waar landbouwers tussen de rotsen en bomen groenten, bananen en suikerriet verbouwen. Een halfuur later, in Chã de Lobinhos, houdt de weg plots op en trekken we via smalle paadjes de bergen in. De track gaat steil omhoog en het uitzicht is al snel overweldigend: voor je niets anders dan een eindeloze, geplaveide trail, die speels tussen de rotsen opduikt, en achter je een immense vallei.

Eenmaal op de bergkam kijk je naar een aaneenschakeling van pieken; dit massief gaat eindeloos door. Vervolgens daalt het pad lichtjes en baant het zich tussen de rotsen een weg naar de volgende vallei. Het landschap is dor en droog, maar spectaculair. Nooit geweten dat er zoveel tinten rood en bruin bestaan.

Anderhalf uur na Chã de Lobinhos (herkenningspunten hebben hier geen namen meer) kom je op een T-splitsing waar je een panoramisch zicht hebt op het massief Chã de Pedra en de valleien rondom. Nog een klim later passeer je eerst een verlaten, stenen huis en dan uitgestorven velden. Het gebrek aan water heeft de boeren op deze vlakte verdreven. Wat rest is een spookachtig plaatje. Heel bizar.

Langs nog meer stenen paadjes en gekleurde ravijnen banen we ons tot slot een weg naar beneden. Langzaam keren de bomen terug, eerst nog halfdorre dennen, dan weer lustig groen.

Ons plan om te liften van Lagoinha naar Espongeiro mislukt: tijdens de anderhalf uur durende wandeling komt er geen auto voorbij. En zelfs na Espongeiro, op de hoofdweg van Porto Novo naar Ribeira Grande, zien we een uur lang simpelweg niets. Tot het verkeer weer op gang komt na aankomst van de ferry. Gelukkig maar.

Afrika tout court

Na Santo Antão varen we weer naar São Vicente. Daar krijgen we een verpletterende blik op wat gebrek aan zoet water met een eiland doet. São Vicente is met zijn 227 vierkante kilometer een van de kleinste, maar meest verstedelijkte eilanden. Er wonen zo’n 70.000 mensen. In de negentiende eeuw floreerde het eiland enorm, maar rond 1885 daalde het scheepverkeer en was de teloorgang ingezet. Koppel dat aan te veel mensen, weinig inkomsten en weinig water en de miserie is compleet, inclusief jaren hongersnood waar duizenden Kaapverdianen aan tenonder zijn gegaan.

Vanwege het dorre klimaat heeft landbouw nu alleen nog betekenis voor het eigen levensonderhoud van de bevolking. Wat rest als enige andere bron van inkomsten is de visserij en het toerisme.

Een dagje doorbrengen in de hoofdstad Mindelo is geen straf. De stad leeft, heeft een bedrijvige vismarkt en leuke cafés, waar we in een Braziliaans aandoend sfeertje wat eten en drinken. Een wandeling over het platteland leert wat we al wisten: er groeit hier vrijwel niets.

Het laatste eiland dat we aandoen voor we via een tussenstop op Sal terugvliegen, is Santiago, het meest Afrikaanse eiland van de archipel. Santiago was vroeger dé lucratieve doorvoerhaven voor slaven. Wil je je daarin verdiepen, dan is hoofdstad Praia the place to be. Wij trekken van de luchthaven naar de Sucupira, de plaatselijke markt, om daar een alluguer te nemen naar het noordelijkste puntje van het eiland. De 85 km lange rit via São Domingos, de marktplaats Assomada en een bergketen met bochtige wegen is adembenemend: schitterende vergezichten, rotsmassa’s geflankeerd door palmbossen, geiten die je plots de weg versperren, kleurrijke mensen die langs de weg wachten op een minibus met een vrij plaatsje, de chauffeur die plotseling stopt omdat hij een praatje wil maken met een onbekende of geen wisselgeld heeft… ook dit is Afrika.

Op wandelgebied is er op Santiago veel te doen. In de bergketens Serro do Pico do António (1392 m) en Serra da Malagueta kun je je uren vermaken. Opnieuw mits een goede gids of wandelkaart en -gps, want wegwijzers zijn onbestaande. Wij houden het dit keer bij een bezoekje aan Santiago’s honderden jaren oude kapok tree en een blitsbezoek aan de schitterende westkust. Na nog drie dagen duiken in Tarrafal – voor de liefhebbers eveneens een aanrader! – keren we met pijn in het hart terug.

Zin gekregen? Lees dan zeker onze praktische tips.

Wandelvakantie Kaapverdië praktisch

Ons wandelverslag over Kaapverdie gelezen? Dan geven je hier graag wat achtergrond en praktische tips mee. De naam Cabo Verde komt uit het Portugees en betekent ‘Groene Kaap’. In twee aparte woorden dus, vandaar Kaap Verdië, in het Nederlands verbasterd tot Kaapverdië. De archipel ligt 500 kilometer uit de kust van West-Afrika, middenin de oceaan. De Kaapverdische eilanden liggen ver van elkaar verwijderd (tot zo’n 350 kilometer) en worden onderverdeeld in de bovenwindse en de onderwindse eilanden.

De eilandengroep werd ontdekt in 1455 en van 1462 tot 1975 was Kaapverdië een Portugese kolonie. De slavenhandel duurde er tot 1876. Tot laat in de jaren 80 was Kaapverdië er economisch slecht aan toe. Vandaar dat toerisme – nu een steeds belangrijkere bron van inkomsten – nog in de kinderschoenen staat. Bij sommige Belgen staat Kaapverdië bekend om de ‘coladeira’, een lambada-achtig ritme, of de ‘morna’, een weemoedige muzieksoort, waarvan Cesaria Evora de bekendste vertolkster is.

Wandelvakantie Kaapverdië praktisch

  • Klimaat: het hele jaar door tussen 22° en 27°, koeler en soms koud op de bergtoppen. In december en januari is het harmattanseizoen. Een droge oostenwind blaast dan stof uit de Sahara over de eilanden, wat het uitzicht – en je foto’s – kan verpesten.
  • Visum: koop je ter plekke bij de douane (lange rij!) of regel je vooraf via ambassade of reisagent.
  • Vliegen: net geen zes uur vliegen en twee uur tijdverschil (prima winterbestemming!) met TACV Cabo Verde Airlines (het goedkoopst, maar met vaak met ‘Afrikaanse’ vertraging) of met TAP Air Portugal. Het goedkoopste is een reisformule met een touroperator die je maximale vrijheid geeft. Met cabo.nu waren we inclusief binnenvluchten naar in totaal vier eilanden, transfers, accommodatie, ontbijt en soms ook lunch 1450 euro kwijt voor 16 dagen.
  • Geld: voor één euro krijg je ongeveer 110 Escudo’s. Het prijsniveau is voor een Afrikaans land verrassend hoog, maar in vergelijking met België zeer betaalbaar.
  • Taal: Portugees, verschillende dialecten Creools en hier en daar ook Engels of Frans.
  • Veiligheid: criminaliteit komt nauwelijks voor, behoudens in de hoofdstad Praia op Santiago, in Mindelo op Sao Vicente en op sommige doodverlaten stranden. Ask around.
  • Eten: goed (met name dagverse vis), maar de keuze is beperkt. Verse groenten en fruit zijn op alle eilanden behalve Sal en Santiago moeilijker te krijgen. Wees zuinig met water: waterwinning is in Kaapverdië een probleem.
  • Reisgids: Cape Verde Islands van Bradt (Engels), de West-Afrika editie van Lonely Planet of The Rough Guide (Engels, zeer beknopte sectie over Kaapverdië), Reise Know How Kapverdische Inseln (de beste keuze, maar wel in het Duits) of Le Petit Futé Cap-Vert (Frans).

Wandelhighlights op Kaapverdië

  • Santo Antão: bekend voor zijn variatie aan landschappen. De zuidkant is droog en woestijnachtig. Kleurrijke bergen doorkruisen er het gebied. Het noorden oogt veel dramatischer, met steile kliffen, berghellingen en -pieken, diepe valleien en veel groen. De paden zijn goed onderhouden en relatief makkelijk te bewandelen, al heb je voor veel wandelingen een goede conditie nodig. Het enige probleem is het gebrek aan water. Zorg dat je altijd voldoende bij je hebt voor je trip of dat je weet waar je water kunt bijvullen.
  • Boavista: een eiland van witte duinen en verborgen lagunes, omringd door een turkooisblauwe zee vol verraderlijke rotsen. Niet voor niets kreeg dit eiland de bijnaam ‘de Sirene’: het aantal wrakken is niet te tellen.
  • Fogo: een eiland met een vulkaan van 2829 meter, bevolkt door aparte inwoners met een donkere huid, blond kroeshaar en blauwe ogen, die niet van wijken willen weten. Ook al dateert de laatste uitbarsting van 1995.

Nodig: gids of wandelkaart en -gps!

Zonder wandel-gps en/of gedetailleerde kaart – of een lokale gids – kun je op Santo Antão niet veel beginnen. Een aantal uitgestippelde wandelingen zijn vrij makkelijk te volgen, bijvoorbeeld de 212 langs de kust van Cruzinha naar Ponta do Sol. Maar andere routes, zoals de spectaculaire 208 van Boca de Ambas naar Lagoinha, vragen om gevorderde navigatieskills. Golfdstadt heeft een Duitstalige, 220 pagina tellende wandelgids én een gedetailleerde wandelkaart van Santo Antão, waar wij in combinatie met een wandel-gps van Garmin dankbaar gebruik van hebben gemaakt.

 

4 ideeën voor een avontuurlijke eilandbestemming

Helemaal enthousiast na het lezen van ons artikel over actieve vakanties op een eiland, maar nog niet gevonden wat je zocht? Er valt nog veel meer eilandavontuur te beleven in Europ. 4 extra ideeën voor een avontuurlijke eilandbestemming.

  • Inis Mór. Met slechts 31 km2 toch het grootste van de drie Araneilanden voor de kust van Ierland. Fietsen is hier veruit de populairste buitensport, maar ook wandelaars, klimmers, klifduikers en zelfs surfers zullen dit een onontdekte parel vinden. aranislands.ie
  • Menorca. Gelegen in de Middellandse zee en onderdeel van de Balearen. Leent zich uitstekend voor ruige wandelingen, meerdaagse paardrijdtochten en een scala aan watersporten. Door Unesco uitgeroepen tot biosfeerreservaat. menorca.es
  • La Réunion. Op dit rustige Europese eiland (een kolonie van Frankrijk) in de Indische Oceaan ontdek je de elementen vuur, water en aarde op zijn spectaculairst. Stranden, vulkanen, watervallen en bossen… Aan natuurlijke variatie en buitensportmogelijkheden geen gebrek. lareunion.be
  • IJsland. Het eiland van ijs en vuur, gletsjers en vulkanen waar we in Far Out al vaker over schreven. Uniek voor tochten met de rugzak, de mountainbike of te paard, expedities met bagagevervoer, vulkaan- en sneeuwschoenwandelingen, en meer. www.iceland.is

Leestip: lees het avontuur ‘Naar de top van IJsland klimmen in een dag‘ van redactrice An Kokken

 

Naar de top van IJsland klimmen in een dag

We zijn altijd te vinden voor een uitdaging. Zoals: op één dag naar de top van IJsland klimmen (2120 meter) en weer afdalen. Vanaf zeeniveau. IJsbijl in de hand, crampons onder de schoenen en we zijn vertrokken voor een partijtje gletsjerklimmen van vijftien uur naar het dak van de Hvannadalshnúkur.

Onlangs zag ik op televisie beelden van onze 4 x 400 meter mannenestafetteploeg op teambuilding in IJsland. Jonathan en Kevin Borlée helemaal vooraan – de gidsen konden hen niet volgen – hun slee meesleurend door een eindeloos sneeuwlandschap. “Ik denk niet dat ik ooit dieper ben gegaan”, bekende Kevin Borlée in de reportage. Mijn respect steeg bij elke stap van de jongens door het desolate gebied, mijlenver van de bewoonde wereld. Ineens drong tot me door dat ik een paar maanden eerder zélf door de IJslandse sneeuw liep te ploeteren, met diezelfde blik op oneindig.

Jake Gyllenhaal achterna

Men zegt wel eens ‘Coming to Iceland, is like coming to the moon’, en dat blijkt niet overdreven wanneer ons vliegtuig na een vlucht van vier uur de landing inzet. De troosteloze, moerasachtige hoop bruine aarde onder ons nodigt niet meteen uit tot een bezoek. Zo ziet het einde van de wereld er dus uit.

Omdat de beklimming van de Hvannadalshnúkur pas overmorgen plaatsvindt, hebben we tijd om Reykjavík, ‘s werelds meest noordelijke hoofdstad, te verkennen. Samen met een paar gidsen van Bike Company (www.bikecompany.is) gooien we de vliegtuigbenen los tijdens een mountainbiketocht rond de stad. De jongens weten te vertellen dat Jake Gyllenhaal onlangs in buurt is gespot voor de opnames van de tv-reeks Man vs. Wild. Als het meevalt, rijd ik misschien wel tegen de acteur aan!

Helaas valt het niet mee. Geen Jake en de volgende dag staat een bustrip van 400 kilometer op het programma, naar de voet van de Vatnajökullgletsjer. We bollen oostwaarts over de Hringevur, de 1350 kilometer lange hoofdbaan die in één lange lus rond het eiland loopt. Het desolate maanlandschap ziet er hier een stuk frisser uit. Schapen rennen door weilanden, watervallen tuimelen van rotswanden af en basaltrotsen steken uit de aarde. Tijdens een tussenstop aan zee merkt mijn compagnon een halo op, een grote donkere kring rond de zon, gevormd door ijskristallen die in het zonlicht weerkaatsen. We zijn nog maar twee uur op baan en ik ben al getuige van een natuurfenomeen!

Behalve de asfaltweg en een dozijn huizen om de vijftig kilometer duiden weinig elementen op menselijke bewoning. Het gevoel alleen op de wereld te zijn, op een eiland ver van alles en iedereen… het heeft wel iets. Opvallend ook hoe ontzettend snel het landschap verandert. In het zuidoosten kronkelen gigantische gletsjertongen uit de bergen. Allemaal uitlopers van de Vatnajökullgletsjer, met een oppervlakte van 8100 km² de tweede grootste gletsjer van Europa, na de Austfonna op Spitsbergen. De kilometers brede joekels zijn zo imposant dat elk perspectief ontbreekt. Maar de klimaatopwarming laat wel duidelijk sporen na. Palen in de grond duiden aan tot waar de gletsjers in de loop der jaren kwamen. Tegenover vorig jaar zijn ze al enkele honderden meters teruggetrokken.

Topjubileum

Ons hotel ligt tussen enkele gletsjertongen, aan de voet van de Hvannadalshnúkur, de berg die we morgen zullen beklimmen. Wanneer ik de gordijnen van mijn kamer sluit – de zon gaat maar een paar uur onder deze tijd van het jaar – tuur ik nog even naar de witte bergtop, die 2120 meter hoger afsteekt tegen een schemerblauwe hemel. Naar de top van IJsland klimmen… wie kwam ook weer op het idee?

In hetzelfde schemerblauw verschijnen we om vijf uur ’s morgens aan de voet van het bergpad, samen met 150 kwetterende IJslanders. Omdat een vorige beklimming werd afgelast door slecht weer, wagen de deelnemers vandaag opnieuw hun kans. We zullen samen met deze bende de berg op moeten, als Hannibal die met zijn legers over de Alpen trekt.

Gelukkig worden we per niveau onderverdeeld in kleine groepjes, want niets zo frustrerend als 22 kilometer en 4000 hoogtemeters overbruggen met een groep die te traag of te snel gaat. In een lange sliert bestijgen we de berg over een rotsig zigzagpad, maar eens in de sneeuw ontstaat al snel een kloof tussen de snellere en tragere teams. Daar krijgen we ook allemaal een harnas om de heupen en worden we met een touw aan elkaar vastgebonden. Moest iemand onverwacht in een gletsjerspleet glijden, dan hangt hij tenminste aan de rest. Al doet niets vermoeden dat we over een gletsjer lopen. Het lijkt eerder een gigantische, rechte skipiste.

Ongeveer driekwart van de 2000 hoogtemeters lopen we rechtdoor en valt er weinig meer te zien dan sneeuw en de persoon voor je. In mijn geval de gids. Ze is in haar nopjes: de weersomstandigheden zijn uitstekend. Het is koud genoeg, zodat de sneeuw niet smelt onder onze voeten, en tegelijkertijd zorgen een stralende zon en een blauwe hemel voor een goede moreel.

Uren en uren gaat het gewoon rechtdoor. Er komt geen einde aan de helling en doordat we in ganzenpas achter elkaar lopen, kunnen we niet echt met elkaar praten. Er is geen boomgeruis en geen vogelgetjilp. Het enige wat ik hoor, is het gekraak van de sneeuw onder onze voeten. Deze plek is écht far out. Links en rechts van ons, zo ver je kan zien: sneeuw. Achter ons: witte, wollige wolken, als toefjes slagroom op een witte vlakte. Voor ons: de ronde top van de Hvannadalshnúkur, net een gigantische sneeuwbal middenin het landschap. We hebben hem al een hele tijd in het vizier, maar na acht uur is de top echt binnen handbereik.

Het laatste stuk binden we de crampons aan en nemen we een ijsbijl ter hand om op te steunen in de diepsneeuw. De teams voor ons hebben met hun voetstappen een natuurlijke trap gecreëerd, waardoor we relatief gemakkelijk naar boven geraken. Daar wacht ons een panorama van…. grijze mist. De hele dag was er geen wolkje aan de hemel, maar een uur geleden begon de lucht te betrekken. Het kan de pret niet bederven: we zijn al meer dan blij dat we zonder problemen zijn boven geraakt én we hebben iets te vieren. Het is namelijk de veertigste huwelijksverjaardag van een IJslands koppel uit de groep. Veertig jaar lief en lied delen, en dan zonder morren samen naar de top van je land klimmen. Respect!

Naar de top van IJsland klimmen en weer terug

Wat doe je als je op de hoogste top van een eiland staat? Weer naar beneden stappen. Daarheen en weer terug, zoals Bilbo Baggings het zo mooi verwoordde in The Hobbit. De weg terug verloopt jammer genoeg over hetzelfde pad en over dezelfde eindeloze sneeuwvlakte. Een gure wind snijdt in onze huid en we kunnen nog maar moeilijk zien waar de sneeuw eindigt en de wolken beginnen. De hele dag was het weer fantastisch, maar de zon heeft ook serieus op de sneeuw ingewerkt. Konden we bij het stijgen nog perfect over een harde sneeuwlaag wandelen, zakken we er nu bij elke stap doorheen. Maar in tegenstelling tot de heenweg, hebben we nu wel een uitzicht. En wat voor één. Waar de sneeuwlijn eindigt, kijk je uit tot aan de oceaan, met daartussen een schilderachtig pallet van blauw, groen, grijs en bruin, doorkliefd door meanderende gletsjerriviertjes. Alsof je de aarde van hoog uit de hemel bekijkt. Het is adembenemend.

Ook de grassen langs het rotspad zien er nu helemaal anders uit. Ze vormen een goudachtig, fluogroen deken tussen het vulkanische gesteente. Ik verwacht dat er elk moment een kikker uit een van de bergbeekjes springt, maar die kans is onbestaande. In IJsland leven namelijk geen kikkers. En ook geen reptielen of inheemse zoogdieren, zo blijkt. De gids wandelt naast me en vertelt honderduit over de fauna en flora van zijn land, de geologie en de mensen. Of ik wist dat het eiland ooit de grootste bananenexporteur van Europa was? Dat er nauwelijks bomen groeien? Dat veel IJslanders wegtrekken om in wereldsteden te gaan werken, maar bijna altijd terugkeren naar hun roots in de ongerepte natuur? Voor ik er erg in heb, staan we weer onderaan het pad.

Met een gezonde blos kruipen we ’s avonds de bar in, benen omhoog voor hét kitschfestival van het jaar: het Eurovisie Songfestival. Voor IJsland is dit een speciale editie. Tijdens de nationale voorronde stierf een van de geselecteerde zangers. Het nummer waarmee hij aan de preselectie zou deelnemen, wordt vanavond voor heel Europa vertolkt door een groep bevriende zangers. Benieuwd hoe hoog IJsland zal scoren met deze emotionele ballade.

Van mij krijgen ze: douze points!

Icelandic Mountain Guides en 66°North

Samen naar de top van IJsland klimmen

De enthousiaste gidsen van Icelandic Mountain Guides bieden gletsjertochten en andere wandelingen aan vanuit hun hoofdzetel in Reykjavik (het hele jaar door) en hun basiskamp aan de voet van de Vatnajökullgletsjer (van mei tot september). Sinds 2008 werken de gidsen samen met buitensportmerk 66°North voor het project Reach the Top, dat iedereen de kans wil bieden om de hoogste top van IJsland (2110 m) te beklimmen. Deelnemers kunnen een voorafgaand trainingsschema volgen, waarin zowel fysieke oefeningen als theorie rond bergwandelen en gletsjers aan bod komen.

66°North is de outdoortrots van IJsland. Het merk ontstond in 1926 in een stadje op de 66ste breedtegraad. Oorspronkelijk maakte 66°North werkkledij voor vissers en werklieden. Dat doet het vandaag nog steeds, maar het gamma is uitgebreid met algemene buitensportkledij. “IJsland is het ideale laboratorium om kleren te testen”, aldus CEO Runar Oskarsson. “Het weer is wisselvallig en de regen gaat hier soms horizontaal.”

Tekst: An Kokken

Meer info: www.mountainguides.is, www.66north.com/hvannadalshnjukur

 

Actieve vakantie op Kaapverdië, Santo Antão

Ongeveer 500 kilometer ten westen van de Afrikaanse kust, ter hoogte van Senegal, ligt niet alleen Santo Antão, maar nog acht andere bewoonde en enkele onbewoonde eilanden. Samen vormen ze de Groene Kaap. Alleen is er bijna geen begroeiing meer over. Maar vergis je niet: droogte kent veel variaties en de noordzijde van een aantal eilanden is verrassend groen. Wat je zeker zal ervaren tijdens een actieve vakantie op Kaapverdië.

Santo Antão is het tweede grootste – en armste – eiland van Kaapverdië. Het staat bekend voor zijn variatie aan landschappen. De zuidkant is droog en woestijnachtig. Kleurrijke bergen doorkruisen er het gebied. Het noorden oogt veel dramatischer, met steile kliffen, berghellingen en -pieken, diepe valleien, plantages en ander groen. De paden zijn goed onderhouden en relatief makkelijk te bewandelen, al heb je voor veel wandelingen een goede conditie nodig en is de bewegwijzering ondermaats. Zonder wandel-gps en/of gedetailleerde kaart – of een lokale gids – kun je tijdens een actieve vakantie op Kaapverdië niet veel beginnen. Een aantal uitgestippelde wandelingen zijn vrij makkelijk te volgen, bijvoorbeeld de 212 langs de kust van Cruzinha naar Ponta do Sol. Maar andere routes, zoals de spectaculaire 208 van Boca de Ambas naar Lagoinha, vragen om gevorderde navigatievaardigheden. Goldstadt heeft een Duitstalige, 220 pagina tellende wandelgids én een gedetailleerde wandelkaart van Santo Antão, waar wij een paar jaar terug in combinatie met een wandel-gps dankbaar gebruik van hebben gemaakt. Opgelet: Santo Antão is erg droog en er is alom gebrek aan water. Zorg dat je altijd voldoende bij je hebt en je weet waar je kan bijvullen.

Actieve vakantie op Kaapverdië praktisch

  • Wat kan ik er doen? Wandelen – hiken – mountainbiken
  • Taal: Portugees
  • Beste reistijd: oktober t.e.m. half december en april t.e.m. juni
  • www.capeverde.com

Op zoek naar een andere eilandbestemming?

Actieve vakantie op Corsica

Dit 8722 km² groot eldorado voor buitensporters en outdooravonturiers kent veel verschillende gezichten. Van de badplaatsen aan de kust tot de kleine dorpjes in het hart van het eiland, van het aangename zeewater tot woeste rivieren, en van groene vlakten tot de meer dan honderd tweeduizenders en de 43 bergmeren die het eiland rijk is. Een actieve vakantie op Corsica is er een die je altijd zal bijblijven.

Zodra de sneeuw hoog in de bergen begint te smelten, verandert Corsica in een buitensportparadijs. Niet voor niets is de langeafstandswandeling GR20 die het eiland van noord naar zuid doorkruist er een van wereldformaat. Deze route meet meer dan 170 km en leg je af in ongeveer twee weken. Een uitstekende conditie, dito voorbereiding en de nodige ervaring zijn vereist om het ruwe terrein heelhuids te doorstaan. Onderschat de condities tijdens een actieve vakantie op Corsica niet. In gelijk welk seizoen kan het weer in de bergen zomaar omslaan en ook in de zomers krijg je hogerop mogelijk te maken met ijs en sneeuw. Andere populaire sporten in het ruige binnenland zijn mountainbiken, paardrijden, canyoning en abseilen. Er zijn verschillende organisaties die materiaal verhuren en tochten organiseren. Van 2 tot 7 juni vindt het Corsica Raid Adventure plaats. Dit extreem buitensportevent wordt al sinds 1994 georganiseerd en is ondertussen uitgegroeid tot een ongelooflijk veelzijdige wedstrijd die verschillende – en jaarlijks wisselende – disciplines met elkaar combineert. Meedoen (in teams van 2 of 4, plus 1 persoon ondersteuning) kan nog steeds, kijken mag ook.

Actieve vakantie op Corsica praktisch

  • Wat kan ik er doen? Wandelen – hiken – mountainbiken – klimmen – abseilen – kajakken – paardrijden – parapenten – duiken (en meer)
  • Taal: Corsicaans en Frans
  • Beste reistijd: april tot september
  • www.visit-corsica.com

Op zoek naar een andere eilandbestemming?

Actieve vakantie op Isle of Skye

Bergpassen, iconische landschappen, een spectaculaire kustlijn en een indrukwekkende geschiedenis zijn op dit magische Schotse eiland de ingrediënten van een onvergetelijke actieve vakantie op Isle of Skye. De naam komt van het oud-Noorse sky-a, wat mist betekent, naar de manier hoe de Vikingen naar het eiland refereerden.

Neem maar een extra batterij mee voor je camera. Ten eerste is Skye zo ontzettend gevarieerd dat je na elke bocht wel een foto wil nemen, ten tweede kom je op een lange tocht niet snel ‘moderne’ accommodatie (lees: een stopcontact) tegen. Dé aanrader voor doorwinterde hikers is de Skyetrail, een 128 km lange wandeling waar je ongeveer een week voor moet uittrekken. Mentaal en fysiek zwaar, maar je inspanningen worden ruimschoots beloond door prachtige (wild)kampeerplaatsen, uitzichten als uit een film gegrepen en een oneindige sterrenhemel. Heb je genoeg van de midges (kleine bijtende vliegjes), wees dan gul met DEET, steek op tijd een kampvuurtje aan, of overnacht een keer in een van de trekkershutten (bothy’s). Opgelet: de trail is niet overal gemarkeerd, kaart-en-kompas zijn een must. Hier niet zo ervaren mee of gewoon zin in een kortere tocht? Probeer dan tijdens een kustwandeling Europese otters en zeehonden te spotten. Of zet Quiraing op de agenda, een uitdagende luswandeling van ongeveer twee uur. In dit Jurassic Parc-achtige terrein zijn steile kliffen, spectaculaire rotsformaties en schilderachtige plateaus je deel. Excuses te over om langere rustpauzes in te lassen tijdens een actieve vakantie op Isle of Skye.

Actieve vakantie op Isle of Skye praktisch

  • Wat kan ik er doen? Wandelen – hiken – fietsen – klimmen
  • Taal: Schots en Engels
  • Beste reistijd: einde mei tot september
  • www.visitscotland.com

Op zoek naar een andere eilandbestemming?

Actieve vakantie op Gran Canaria

Op het eerste gezicht lelijk en vergeven van toeristen, maar deze populaire vakantiebestemming heeft veel meer te bieden dan stranden, zee en zon. Eigenlijk is het een miniatuurcontinent, met een variatie aan microklimaten, en door Unesco erkend als biosfeerreservaat. Je wandelt er van woestijnlandschap tot bergen en tussen zowel palmbomen als in dennenbossen. Ingrediënten te over voor een actieve vakantie op Gran Canaria.

Gelukkig komt de overgrote meerderheid van de toeristen niet veel verder dan een paar kilometer van zijn vakantieverblijf, wat wil zeggen dat je – zeker buiten de piekperiodes – zonder moeite een heel andere actieve vakantie op Gran Canaria ontdekt. Op de mountainbike raden we het berggebied van Inagua aan. De zuidwestroute meet 70 km en bijna 3000 hoogtemeters (waarvan 1770 in dalende lijn). Trailrunners kennen het eiland waarschijnlijk van de TransGranCanaria, die jaarlijks rond einde februari plaatsvindt. Er zijn verschillende versies, van een familierun van 17 tot de ultieme wedstrijd voor ultrarunners die gul 265 km meet. Een mooi glooiende route is de 3-damstrail (Las 3 Presas) in het centrum van het eiland. In 24 km loop je langs drie dammen en doe je evenveel stijgende als dalende hoogtemeters aan (2800 in totaal). Andere mogelijke avontuurlijke activiteiten zijn onder andere klimmen, paragliden, canyoning, ziplinen, benjispringen en kamelentochten.

Actieve vakantie op Gran Canaria praktisch

  • Wat kan je er doen? Wandelen – hiken – fietsen – mountainbiken – klimmen – canyoning – ziplinen – paragliden – duiken (en meer)
  • Taal: Spaans
  • Beste reistijd: september tot juni
  • www.hallocanarischeeilanden.com

Op zoek naar een andere eilandbestemming?

Via PanAm marathonrecord: de meeste marathons tussen Alaska en Ushuaia

“Er is geen ander plan dan die 25 000 kilometer uitlopen”

Elke dag een marathon, voor het avontuur en ten voordele van de organisatie To Walk Again. Van de 25 000 kilometer tussen Alaska en Ushuaia, liepen Weking Van Reeth en Seba Vandermolen er – onder de vleugels van hun project Via PanAm – ondertussen al bijna de helft. Goed op weg naar een marathonrecord en de meeste marathons die ze ooit na elkaar liepen.

Weking en Seba zijn niet aan hun proefstuk toe: beide zijn ultralopers die graag reizen en avonturieren. Weking legde de weg van Alaska naar Ushuaia over de over de Pan-Amerikaanse Snelweg trouwens tien jaar geleden al eens af, als huwelijksreis met zijn vrouw Liesbeth: “Maar dat gebeurde op de motorfiets en in slechts zes maanden.” In de lente van 2016 namen Weking, zijn loopmaatje Seba en hun beider echtgenotes het vliegtuig naar Halifax, in april 2018 zou het gezelschap in het Zuidelijkste puntje van Argentinië moeten aankomen. Seba en Weking lopen samen elke dag een marathon, elk een om de andere dag. Een bijzonder marathonrecord. De dames nemen alle ondersteuning op zich (ook medisch en voedingtechnisch) en volgen in de Via PanAm-camper. Tijd voor een tussenstand.

Om met het begin te beginnen: hoe geraakten jullie door het loopvirus besmet?

Seba Vandermolen: “Vijf jaar geleden zijn we beiden begonnen met lopen. We zochten een leuke actieve sport die we konden combineren met een druk werkleven. Na de eerste 10 Miles in Antwerpen werden we beide besmet met het loopvirus. Een eerste marathon volgde, daarna volgden verschillende ultratrails in binnen- en buitenland, de Marathon Des Sables (een 250 km lange stagerun door de Marokkaanse woestijn)… Eens je over die magische grens van 50 kilometer heen geraakt, ben je vertrokken. We hunkerden steeds meer naar langere looptochten, grotere uitdagingen. En nu staan we hier, met sinds juni vorig jaar al duizenden kilometer in de benen.”

Wilde dieren op het pad naar de meeste marathons

Wat waren tot nu toe het absolute hoogte- en dieptepunt van jullie looptrip?

Weking Van Reeth: “Het Olympic National Park vlakbij Seattle doorkruisen was een ultiem hoogtepunt. Die dag liepen we in één ruk door het park, ongeveer 95 kilometer met twee moeilijk verteerbare bergpassen. Als dwaashoofden vertrokken we bij zonsopgang, zonder te weten wat ons precies te wachten stond. We hadden wel een kaart en wisten dat we de route steeds zuidwaarts moesten volgen. Maar onderweg kwamen we verschillende wandelaars tegen die ons voor gek verklaarden. De tocht die wij op minder dan een dag wilden lopen, daar deden zij drie dagen over. Uiteindelijk liepen we lang in het donker. Wetende dat wilde dieren bij zonsondergang naar de paden komen, was dat achteraf gezien misschien toch niet zo slim. We waren maar al te blij toen we onze echtgenotes zagen aan de andere kant van het park.”

Seba: “Maanden later gooide een ongeval net voor La Paz (Bolivië) ons schema helemaal overhoop. Vanaf de Mexicaanse stad Mazatlan wilden we in minder dan twee weken een week achterstand inhalen. Concreet betekende dit dat we met z’n twee meer dan 800 kilometer moesten lopen. Het is ons uiteindelijk gelukt, maar niet zonder slag of stoot. Beiden kregen we verschillende loopkwaaltjes, die met de dag erger werden. Ook mentaal was het zwaar om onszelf elke dag opnieuw op te peppen. De Mexicaanse hitte kreeg ons bijna klein en we wilden zelfs even de handdoek in de ring gooien. Gelukkig overwon de rede. Het was nog veel te vroeg om naar huis te gaan. We moesten nog in Ushuaia geraken!”

Aaneenrijging van hoogtepunten

Welke plek of belevenis stond vóór jullie vertrek bovenaan op het verlanglijstje?

Weeking: “Onze trip is een aaneenrijging van hoogtepunten. We hebben niet echt lijst met must do’s en laten liever alles op ons afkomen. Als je aan de Noordelijke IJszee staat, ergens in de Yukon een douche neemt onder een goed verborgen waterval, of eenzaam en alleen in de Mexicaanse woestijn overnacht, dan voel je je sowieso gezegend. Het zijn een voor een unieke momenten, die we de rest van ons leven zullen meedragen. En er ligt nog zoveel vóór ons: Machu Picchu, Salar de Uyuni, de Andes tussen Chile en Argentinië… Stuk voor stuk grote uitdagingen die alle een overwinning op zich zijn. De grootste belevenis zal uiteindelijk de finish in Ushuaia zijn. Daar stopt in april 2018 onze weg, letterlijk en figuurlijk. Op dat moment zullen we het hele Amerikaanse continent van noord naar zuid doorkruist hebben. De meeste marathons die we ooit aaneenregen.”

Geniet je nog van de uitzichten, na zoveel kilometer onder toch wel aanzienlijke fysieke stress?

Seba: “Ik zal niet zeggen dat alles altijd even tof was. De start aan de Noordelijke IJszee bleek al meteen een uitdaging. Het was soms moeilijk wakker worden bij tientallen graden onder nul. Er was niks te zien – behalve wolken – het was heel de dag steenkoud en op de Delton Highway werden we gepasseerd door de ene na de andere grote truck. Dan vraag je jezelf al snel af waar je in hemelsnaam mee bezig bent. Ook de hitte en het stof in de Mexicaanse woestijn waren niet van de poes. Daar loop je dan, tussen uit woestijnzand opgetrokken heuvelruggen bezaaid met cactussen. Het leek wel het decor van een western met op elke heuvel Clint Eastwood en zijn Mexicaanse handlanger op de uitkijk. Klaar om een duel aan te gaan. Enkel de bezwerende soundtrack van Ennio Morricone ontbrak.”

Waar zagen jullie de mooiste natuur?

Weeking: “In Ontario, Canada, kregen we van een local de tip dat we die avond het noorderlicht zouden kunnen zien. We zochten een goede kampeerplek met open zicht op het noorden, niet wetende wat ons te wachten stond. Tot het licht rond middernacht begon te dansen. Dat was zo fantastisch. Toen hebben we enkele uren sprakeloos staan kijken naar een natuurfenomeen dat met geen pen te beschrijven is.”

Seba: “Onderweg naar het startpunt reden we de grens van Canada met Alaska over via de Top Of The World Highway, de hoogste grensovergang met Alaska. De rit ernaartoe is prachting. Via Dawson City steek je de Yukon over en dan kronkel je naar boven tot aan de grens. Onderweg passeer je enkel postkaartzichten. We zijn toen af en toe gestopt om alles rondom ons goed in ons op te nemen. Als Belg ken je die weidsheid niet. Je voelt je toch een beetje nietig bij het zien van al die natuurpracht.”

Gouden tips van de lokale bevolking

Wat is jullie geheim om de energievoorraad tijdens zo’n marathonrecord zowel fysiek als mentaal op pijl te houden?

Weking: “We proberen zo gezond mogelijk te leven. Onderweg koken we zelf, veelal vegetarische pasta- en rijstgerechten. Tijdens het lopen gebruiken we geen energiegels, maar eten we veel groenten en fruit, en maken we onze eigen sportdrankjes met limoen, chiazaadjes en een lepeltje rietsuiker. Op een rustdag eten we wel eens vettige pizza en drinken we een pintje. De boog kan niet altijd gespannen staan. We praten veel met elkaar om steeds met z’n vieren op één lijn te blijven en problemen vroeg te tackelen. Al bij al lukt het ons aardig. Als het lichaam begint te kreunen onder de vele kilometers volgt het brein even snel. Dan is het een kwestie van een mentaal kantelpunt te vinden en terug met een positieve ingesteldheid aan de bak te gaan. We zoeken een gezonde balans tussen lopen en ontspanning, maar we kunnen niet blijven stilstaan. Er is een strak schema waaraan we ons moeten houden.”

Een land met reisadvies code geel of zelfs rood doorkruisen, hoe ga je daarmee om?

Seba: “We proberen zoveel mogelijk te praten met de lokale bevolking. Zij geven ons de beste tips over waar we al dan niet of beter naartoe kunnen gaan. Maar we laten ons niet opjutten. In de VS waarschuwden ze ons voor Mexico, in Mexico maken ze ons bang voor Guatemala en ga zo maar door. Je moet natuurlijk je gezond verstand gebruiken en het gevaar niet nodeloos opzoeken. Onze campers zijn heel zichtbaar. Mensen weten direct waarmee we bezig zijn en dat helpt. Weking is in Argentinië opgegroeid. Hij spreekt Spaans en daarmee breek je het ijs hier heel snel. We zijn dan eerder een van hen in plaats van domme gringo’s. Een noodplan hebben we niet. Er is maar één plan en dat is lopen tot en met Ushuaia. We proberen steeds de situatie onderweg helder in te schatten, maar mocht het nodig zijn, dan zullen we maatregelen treffen.”

To Walk Again

Hoe ver staat het met de geldinzameling voor jullie goede doel, To Walk Again? Leveren die meeste marathons wat op?

Weking: “Geld inzamelen blijkt niet evident. Enkele sponsors hebben ons op weg gezet, het overgrote deel van de tocht betalen we van onze eigen spaarcenten. Ondertussen konden we al een klein bedrag inzamelen voor To Walk Again, maar er moet nog heel wat bij. Veel vrienden en collega-lopers zetten dit jaar een actie op en zullen hun winst aan ons project doneren. Daarnaast organiseren we jaarlijks onze Via PanAm Natuurloop en zullen we in het najaar nog heel wat acties op poten zetten om de teller sneller te doen stijgen. We zullen tot en met de Night To Walk Again in december 2018 onze uiterste best doen om zoveel mogelijk geld in te zamelen. Omdat het moeilijk is om mensen in een paar zinnen te overtuigen van ons project, nemen we hen mee in ons avontuur. Als ze zich verbonden voelen, volgt de rest wel.”

Over de route Via PanAm

De legendarische Pan-American Highway is een weg, of beter gezegd een netwerk van wegen, die de uiteinden van Noord- en Zuid-Amerika met elkaar verbindt. De weg loopt van Prudhoe Bay in Alaska tot Ushuaia in Argentinië. Over de totale lengte lopen de schattingen uiteen, van 25 000 tot 50 000 kilometer. Seba en Weeking nemen ‘de korste versie’; hun traject telt er 25 000 en loopt langs tal van spectaculaire highlights. Zo staan onder andere de Machu Picchu en Salar de Uyuni nog op het programma. Een besproken stukje is de Darién Gap, een onherbergzaam stuk tropisch regenwoud en moeras van 100 à 150 kilometer (afhankelijk van hoe je er doorheen geraakt) op de grens van Panama en Columbia, waar er helemaal geen weg is. De ‘missing link’ van de Pan-American Highway…

Meer hardloopverhalen?

Fotogalerij Via PanAm: in 590 marathons over de PanAmerican Highway

Elke dag een marathon voor de organisatie To Walk Again. Van de 25 000 kilometer tussen Alaska en Ushuaia, liepen Weking en Seba er – onder de vleugels van hun project Via PanAm – al bijna de helft. We verzamelden de leukste en meest sprekende foto’s in onderstaande fotogalerij Via PanAm.

Along-came-a-spider

Afbeelding 1 van 74