Home Blog Pagina 95

Eropuit in Luxemburg – zoveel verborgen parels

Klein, maar fijn. Wie de moeite neemt om door Luxemburg te trekken, ontdekt zoveel verborgen parels.

Bospadpad van Ettelbruck

In Ettelbruck werd het eerste Bosbadpad van Luxemburg geopend. De traditie van bosbaden (Shinrin-yoku) komt oorspronkelijk uit Japan. Daar is sylvotherapie een erkende behandeling voor ziekten veroorzaakt door een hectische levensstijl.

Vertrekkende vanaf de camping van Ettelbruck maak je een wandeling van 2,5 km met in totaal zes stations waar je met behulp van elk van je zintuigen het bos beleeft en het liefst vertraagt. www.visit-eislek.lu en https://ettelbruck.lu

Mysterieus Klein-Zwitserland

Zo bekend en zo bemind! Luxemburgs Klein Zwitserland is dan ook niet te versmaden. Talrijke grotten en kloven, met mos bedekte bossen, intieme watervalletjes en imposante kastelen wachten er op ontdekking.

De bekendste hikingtrail is ongetwijfeld de Mullerthal Trail. Met een totale lengte van 112 kilometer is dit er eentje voor op de bucketlist van langeafstandswandelaars. Maar je kan gerust ook secties wandelen van goed 5 tot pakweg 20 km. Trailrunners zetten 11 september op hun agenda voor de Mullerthal Ultratrail, met afstanden van 15 tot, waarom niet, de volledige 112 km. www.mullerthal-trail.lu en www.utml.lu

MTB door een voormalige ijzerertsmijn

Wroeten in de rode aarde kan op de Haard-Red route van de Red Rock Mountainbike Trails. Op slechts enkele minuten van de stadscentra van Esch-sur-Alzette, Dudelange, Tétange en Rumelange vind je een netwerk aan trails doorheen een voormalige, open ijzerertsmijn. Na het sluiten van de mijn werd de natuur ‘aan zijn lot overgelaten’.

Sinds 1994 is het ook officieel natuurgebied. De Haard-Red route meet 24,5 km aan voornamelijk singletrails, telt 630 hoogtemeters en is pittig. In oktober kan je – als corona het toelaat – ook meedoen aan de Red Rock Challenge (trailrun, duatlon en MTB). www.visitluxembourg.com en http://rr-challenge.lu

Hoog in de bomen

Klauteren in de bomen kan als het goed is binnenkort weer in het Tree Climber Adventure Park in Vianden. De zipline van 375 meter is trouwens het einde. Als je die over en over wil doen, kan je een stoeltjeslift nemen naar de top en 150 meter weer naar beneden wandelen.

Als het park niet open is, raden we een bezoek aan het historische stadje Vianden aan. De Ourrivier splitst het stadje in twee. Het glooiende landschap van donkergroene heuvels is in elk seizoen een plaatje. www.visit-vianden.lu

 

Eropuit in Frankrijk – Een en al (bevroren) water

Water kent in Frankrijk vele gezichten. Van zee tot rivier en gletsjermeer. Al zwemmend, wandelend, fietsen en mountainbikend geniet je er volop van.

Waterpret op het Lac des Vieilles Forges

Dit stuwmeer in het Franse departement Ardennes is een volwaardig alternatief voor wie het te druk vindt aan de populaire Lacs de l’Eau d’Heure in het zuiden van België.

Het Lac des Vieilles Forges heeft een oppervlakte van 150 hectare en je kunt er suppen, kajakken en tal van andere watersporten beoefenen. In een gedeelte van het meer is het in de zomermaanden toegestaan om te zwemmen. De organisatie Cap Ardennes staat in voor de verhuur van materialen en diverse opleidingen. www.cap-ardennes-events.fr

La Vélomaritime

Dit langeafstandsfietspad tussen de Frans-Belgische grens en Bretagne bestaat al enkele jaren maar is pas vanaf dit jaar volledig bewegwijzerd.

Wie de 1500 km lange Vélomaritime helemaal wil affietsen, mag zich opmaken voor een best ambitieuze trip met onderweg iconische sites als de Mont-Saint-Michel, de stranden van D-Day en de kliffen van Étretat. Maar zelfs als je je beperkt tot enkele etappes aan de Côte des dunes de Flandres en de Côte d’Opale, het meest noordelijke gedeelte van de Vélomaritime, geniet je al van weidse uitzichten op haast lege stranden in de omgeving van de Grand Site de France des Deux Caps. www.lavelomaritime.fr

Mountainbiken in de sneeuw

In Les Deux Alpes bevindt zich een van de grootste Europese gletsjers, waar je gedurende het hele jaar kan skiën. En reken maar dat er veel skiërs er de komende maanden hun gemiste wintervakantie op ski’s willen compenseren.

Daarnaast is Les Deux Alpes in de zomermaanden een groot bike park. Liften brengen mountainbikers tot boven de 3000 meter hoogte, waar er keuze is uit meer dan 20 goed onderhouden pistes om af te dalen. Een topevenement om naar uit te kijken, is de jaarlijkse Mountain of Hell. Tijdens deze race dalen honderden mountainbikers aan extreemhoge snelheid de besneeuwde gletsjer af. Spektakel verzekerd! www.les2alpes.com

Eropuit in Duitsland – fietsen, wandelen, slapen

Na inspanning komt ontspanning. Dus zochten we behalve twee topactiviteiten ook een fantastische slaapplek in Duitsland voor je uit.

De populairste fietsroutes van Duitsland

De Elberadweg en Weser-Radweg zijn door de Duitse fietsersclub wederom verkozen tot de populairste fietsroutes van Duitsland. Beide voeren je door Nedersaksen, de op een na grootste deelstaat van Duitsland.

Het noordelijke deel van de Elberadweg kun je vanwege de overheersende windrichting het beste bij de monding in de Noordzee beginnen. Vanaf de kustplaats Cuxhaven fiets je door het uitgestrekte fruitteeltgebied Altes Land, met zijn fraaie vakwerkboerderijen, via de havenstad Hamburg richting Niedersächsische Elbtalaue. www.vakantieland-nedersaksen.nl

EifelSpuren

In 2020 opende Nordeifel Tourismus 18 nieuwe wandelroutes: de EifelSpuren. Elke route heeft een ander thema.

Zo wandel je langs indrukwekkende Romeinse overblijfselen op de route Ritter, Römer, Rüben rondom Zülpich, ooit een kruispunt van Romeinse heerwegen. En ervaar je de heilzame werking van water op de Eifelspur Kneippwanderweg in en om Bad Münstereifel. www.eifel.info/nl

Een bijzondere boomhut

Glamping tussen de bomen, dat is wat je te wachten staat in de boomhutten van Baumhausherberge Robins Nest in Witzenhausen, een stadje in de natuurrijke deelstaat Hessen in midden-Duitsland.

Elke boomhut is uniek. Zowel het interieur als het exterieur zijn helemaal handgemaakt. Vanaf het terras heb je een geweldig uitzicht. Het omliggende natuurgebied leent zich uitstekend voor mooie wandel- en fietstochten. Ook de museumstad Kassel ligt vlakbij. www.robins-nest.de

Eropuit in België – 3 bijzondere buitenavonturen voor deze zomer

Genoeg toffe ideeën om je buitenhonger in eigen land te stillen. Te water, te land of in het bos. Maak je keuzen of doe ze deze zomer gewoon alle drie.

Het wilde leven

Wie verlangt naar een natuurlijke levensstijl met minder stress zal zich zeker weten te vinden in het concept van rewilding of de herontdekking van het natuurinstinct.

Als een introductie tot rewilding organiseren Kiki Nandiz en Bert Poffé van Rewilding Drum avontuurlijke dagtochten in het Meerdaalwoud en door andere wouden van ons land. Tijdens zo een dagexpeditie komen heel diverse aspecten van een rewilding lifestyle aan bod: voeding, planten en kruiden, bushcraft en survivaltechnieken. www.rewildingdrum.be

Limburgs wandelwalhalla

Het Nationaal Park Hoge Kempen is een wandelwalhalla. Aan elk van de officiële toegangspoorten stap je een heel ander wandelgebied binnen waar lusvormige wandelingen van 3 tot 14 km zijn uitgestippeld.

Een grotere uitdaging vormt het langeafstandswandelpad dat al die verschillende toegangspoorten en wandelgebieden met elkaar verbindt. Onderweg op dit 74 km lange wandelpad wordt pas echt duidelijk hoe gevarieerd de landschappen in ons enige nationale park zijn. Het ene moment baan je je een weg door heide, terwijl je enkele uren later op de top van een terril staat. Wow! www.nationaalparkhogekempen.be/nl/wandelen

Tegen de afvalstroom in

Brussel ontdekken vanop het water van het kanaal is een surrealistisch avontuur. Maar het wordt nog straffer als je dat doet aan boord van een kajak van Canal it Up. Van 1 tot 31 juli 2021 kan je meedoen aan een Clean Up marathon!

De drijvende krachten achter deze organisatie varen wekelijks met hun kajaks het kanaal af, terwijl ze ook nog eens alle plastic en andere afval uit het water vissen. Dit kajakken om te sensibiliseren staat open voor iedereen en op geregelde tijdstippen kun je tegen de afvalstroom in meevaren. www.canalitup.org

 

 

Werkvakantie op een bergboerderij in Tirol – Aufi auf die Alm!

Als Vlaamse berggeit nam ik na veel wikken en wegen het besluit om het vlakke Vlaanderen in te ruilen voor het steile Tirol. Weliswaar onder één zelfopgelegde voorwaarde: een job vinden voor ik met mijn hebben en houwen op de nachttrein naar Innsbruck spring. Ik begon stevig te solliciteren, maar een of ander virus legde de boel letterlijk plat. Een job vinden vanuit België in Oostenrijk bleek geen sinecure en ook van al dat thuiswerken werd ik niet echt wild. Tijdens de lockdown moest ik voornamelijk denken aan alles wat zich ‘unlocked’ en ‘up’ bevond. Zo kreeg het plan voor een werkvakantie op een bergboerderij in Tirol vorm.

Tekst & foto’s: Charlotte Dewilde

Werkvakantie op een bergboerderij in Tirol

Hooggelegen en geen vleesdieren, dat waren de twee zoekcriteria voor mijn werkvakantie op een bergboerderij in Tirol. Gelukkig maakt de internationale organisatie Wwoofing, wat staat voor World Wide Opportunities on Organic Farms, het zoeken eenvoudiger. (Red.: HelpX en Workaway zijn soortgelijke organisaties.) Naast een korte intro over de boerenfamilie, vind ik snel terug wat ze verbouwen, informatie over de dagtaken en nog veel meer.

Mijn oog valt op boerderij Peer Alm, gelegen op 1663 meter boven de zeespiegel in Navis, een zijdal van het Wipptal in Tirol. Ideaal voor een werkvakantie op een bergboerderij in Tirol. Ik trek mijn stoute bergschoenen aan, schrijf in mijn beste Google Translate Duits een e-mail en wacht ongeduldig af. Een dikke twee dagen later krijg ik bevestiging van boer Peer – voor Nederlandstaligen een grappige achternaam, maar in het Duits heet de vrucht gelukkig ‘Birne’ en heeft Peer verder geen betekenis. De volgende dag sta ik al in de winkel, op zoek naar gummilaarzen en een salopette.

Zweterige nachttrein

Op vrijdag 31 juli, een snikhete zomerdag in Vlaanderen, verlaat ik gepakt en gezakt en met een mondmasker op mijn appartement in Leuven. Vanuit Leuven spoor ik naar Keulen. Daar spring ik in de zweterige nachttrein richting Innsbruck. Stipt om 9:14 kom ik aan in ‘Hauptbahnhof’ Innsbruck van waaruit ik de regionale trein naar Matrei am Brenner neem.

De trein verbindt Innsbruck, de hoofdstad van de Oostenrijkse deelstaat Tirol, met de stad Brenner, gelegen in het Italiaanse Zuid-Tirol. Eenmaal uitgestapt, wat niet vanzelfsprekend is met een trekrugzak, gewone rugzak en een valies, ga ik op zoek naar een boer… Gelukkig stapt de boer zelf op me af. Even later beginnen we aan een bergopwaartse autorit richting Peer Alm. Mijn werkvakantie op een bergboerderij in Tirol kan beginnen.

Welkom op Peer Alm

Misschien eerst een woordje uitleg over het begrip alm. Velen denken spontaan aan een groene weide. Zo een met een houten hut en rinkelende koeien, al dan niet doorsneden met een kabbelend bergriviertje, en steeds omringd door kolossale bergen. Inderdaad, zo zien de meeste almen eruit. Maar achter dit idyllisch plaatje schuilt er ook een belangrijk wettelijk criterium. De afgebakende bergweide moet namelijk gedurende minstens zestig aaneengesloten dagen worden begraasd met als doel de productie van zuivel of vlees.

Peer Alm is, zoals de naam doet vermoeden, al jaren in handen van de familie Peer. Vandaag wordt de bergboerderij in Tirol uitgebaat door de zeventigjarige alleenstaande boer Karl Peer. Een merkwaardige man op vele vlakken: zo is hij de enige ‘Senner’ (de Duitse benaming voor een herder die zelf melkproducten vervaardigt) die ook de strenge winter op de alm doorbrengt. Vanaf midden mei tot de vroege herfst wordt hij vergezeld door een twintigtal bergkoeien. Zoals de Oostenrijkse traditie het wil, zijn allemaal zijn uitgedost met een grote bel. Ook bezit hij een dertigtal almzwijnen die op een driehonderd meter lagergelegen stuk grond wroeten. Gedurende de zomer heeft de boer twee belangrijke dagtaken: de koeien melken en de rauwe melk zo snel mogelijk verwerken tot traditionele alpenkaas en smaakvolle roomboter. Hiermee ga ik de boer de volledige maand augustus helpen. Of toch proberen.

Koken naast de koeien

Half dizzy van de bewogen trein- en autorit stap ik uit op Peer Alm. Ik moet meteen naar adem happen. Niet door de hoogte, maar wel door het adembenemende uitzicht. Voor me staat een relatief kleine, maar charmante houten hut. Mijn eerste reactie? Dit kan de boerderij niet zijn, toch? De zure geur van mest en de vele vliegenzwermen bewijzen echter het tegendeel.

De woning, kaasmakerij en stal lopen eigenlijk gewoon in elkaar over. Zo sta ik de volgende dag op een dikke twee meter van de koeien te koken. Het koken zelf is ook een uitdaging van formaat, want een microgolfoven en vaatwasser kent de boer niet (of kreeg hij de berg niet op). Maar hoe primitief de keuken ook is, zo smaakvol heb ik al lang niet meer gekookt. Het water komt me nog lang daarna in de mond als ik terugdenk aan mijn verse appelstrudel met zelf opgeklopte verse room.

Heiiii-a, gemma!

Met het verdwijnen van de zon achter de bergen maak ik me klaar voor mijn eerste nacht op de alm. Vooraleer ik me naar mijn slaapkamer begeef, die ik enkel via een verwilderd padje kan bereiken, vraag ik de boer in mijn beste Duits om hoe laat ik moet opstaan.

Het alarm van mijn gsm gaat af om zes uur. Het is nog halfdonker. Ook al heb ik mijn alarm uitgeschakeld, ik hoor nog steeds gerinkel. Ik stap door het nog natte gras en zie een kudde koeien gestaag afdalen, gevolgd door de boer op een – jawel – elektrische mountainbike. Tussen het gerinkel door hoor ik de boer roepen “Heiiii-a, gemma.” Tegelijkertijd tikt hij met een boomtak op het achterste van de koeien. Met mijn blauwe overall en laarzen aan begeef ik me naar de stal. Ik doe een poging om de koeien – zeker tienmaal mijn lichaamsgewicht – vast te haken.

De boer snelt me gelukkig te hulp. Na een korte uitleg en enkele vergeefse pogingen melk ik voor het eerst in mijn leven koeien. Hoewel het melken ook bij boer Karl al een tijdje machinaal gebeurt, komt er toch nog heel wat handenarbeid bij kijken. Zo moet ik de tepels schoonmaken en de eerste melk die mogelijks onzuiverheden bevat uit de tepels halen. Een klein uurtje later geniet ik bij het ontbijt van een kop warme melk, rechtstreeks uit de uier. Van een korte keten gesproken…

Eierschwammerln sammeln

“Charlotte, wir gehen Eierschwammerln sammeln”, roept de boer me toe. Als een domme koe kijk ik hem aan en knik vriendelijk. Maar eigenlijk heb ik geen idee wat we gaan doen. In een korte short sta ik de boer op te wachten. Hij heeft een geweven zakje in de hand. Al zwaaiend met een grote tak wijst hij een plek tussen de hooggelegen rotsen aan. Daar gaan we dus ‘Eierschwammerln’, oftewel cantharellen verzamelen, een eetbare paddenstoelsoort die erg kostbaar is.

Hoewel ik mezelf gerust erg sportief durf te noemen, heb ik de grootste moeite om de zeventigjarige boer te volgen. Hij huppelt omhoog alsof hij twintig is, in plaats van zeventig. Ook was ik zo naïef om te denken dat we een bergpad zouden volgen – vandaar die short. Tussen de brandnetels en de doornen (amai, mijn beentjes!) zoek ik onder het groene mos naar de oranje paddenstoelen. Een halfuurtje later is het zakje goed gevuld en wacht de volgende uitdaging: het bereiden van de klassieke ‘Eierschwammerlngulasch’.

Gedecoreerde boterklompen

Na mijn geslaagd stoofpotje is het tijd om de kaaskamer in te duiken. Hier komt de melk rechtstreeks vanuit de uier van de koe in een grote metalen cilinder terecht. Dit is de ‘kaasbak’, waarin we geen kaas, maar boter maken. De melk wordt verhit en een kleine pomp scheidt de room van de magere melk. Via een ondergrondse leiding loopt de magere melk naar de almzwijnen die in Tirol een geliefde, maar zeldzame delicatesse zijn.

De room draait rond in een karn en vormt uiteindelijk boter. Die kilo’s boter slaat de boer in een houten mal op artisanale wijze tot gedecoreerde boterklompen. Mijn taak? Gedurende drie uur melk overgieten, temperatuur controleren en bakpapier scheuren. Nu weet je dus waarom traditioneel geproduceerde boter zo veel duurder is als de industriële variant. Mijn eerste week werkvakantie op een bergboerderij in Tirol zit erop. Met een kop hete kruidenthee slenter ik onder de open sterrenhemel naar mijn kamertje. De volgende ochtend begroet ik de koeien opnieuw.

Lees ook: Een break in de natuur in Oostenrijk?

Het sportmedisch onderzoek – Hoe is het gesteld met jouw fysiek?

Op TV zie je het wel eens: een topsporter op een crosstrainer met een zuurstofmasker op en allerlei plakkertjes op de borst, een tiental kabels aangesloten op ingewikkelde apparatuur en een grote monitor ernaast. Dat is niks voor de recreatieve sporter, toch? Jawel hoor. Het wordt zelfs aangeraden door ziekenhuizen en sportspecialisten! En dus ondergingen we zelf een sportmedisch onderzoek. Wat het precies is, en waarom de sportexperts het aanraden, dat leggen we uit.

Tekst & foto’s: Karlien Engelen / Openingsfoto: Shutterstock

Het sportmedisch onderzoek

Wat is een sportmedisch onderzoek?

Je kunt een sportmedisch onderzoek zien als een APK voor je lichaam. Tijdens het onderzoek onderga je een preventieve screening door een arts en voer je een inspanningstest uit. Je kiest zelf: fietsen of lopen. Welke metingen er precies worden uitgevoerd, bepaal je in overleg met de arts.

Ik deed een uitgebreid onderzoek bij UZA Sports en kreeg een ECG (hartfilmpje) in rust en in actie, je maximale hartslagfrequentie, een lactaatmeting (om je verzuring te meten), een ademgasanalyse (anaerobe drempeltest om je omslagpunt te meten) en je vitale longcapaciteit (VO2max).

Voor wie?

In principe kan iedereen zich opgeven voor een sportmedisch onderzoek. Het wordt vooral aangeraden voor personen die zeer intensief (willen) sporten en ouder zijn dan 35 jaar. En voor beginnende sporters die na jaren van inactiviteit weer met sporten beginnen. Het is dan belangrijk om je lichaam te checken voordat je het serieus gaat belasten.

Ben je bijvoorbeeld een recreatieve loper en wil je zoals ik voor een marathon gaan trainen, dan kun je het onderzoek laten uitvoeren om te weten of je geen gevaarlijke hartafwijkingen hebt, om te meten waar je vandaag staat qua conditie en om advies te krijgen van de sportfysioloog over de opbouw van je trainingen. De onderzoeken zorgen ervoor dat je op een veilige en verantwoorde manier je sport beoefent. En, als je dat wil, gerichter traint.

In sommige sporten en opleidingen is een sportmedisch onderzoek verplicht. Men spreekt dan van een sportkeuring. Dit is bijvoorbeeld het geval bij boksen, motorsport, parachutespringen, sportduiken en wielrennen. Om de sport te beoefenen, moet je een periodiek (basis)onderzoek laten uitvoeren.

Mijn onderzoek

Mijn doel is om langere afstanden te gaan lopen, van mijn standaardrondje van zes kilometer naar een halve marathon en meer. Ik ben nieuwsgierig naar mijn conditie. Ben ik wel zo ‘fit’ als ik denk? Na een telefoontje naar afdeling S.P.O.R.T.S. van het UZA vul ik een vragenlijst in op sportkeuring.be. Een week later mag ik al komen.

Ietwat zenuwachtig stap ik op de fiets. Zou er iets onverwachts uit het onderzoek komen? Doet zo’n vinger- of oorlelprik eigenlijk pijn? Gaat mijn hartfilmpje er gezond uitzien? Speelt mijn oude knieblessure straks niet op tijdens de maximale inspanningstest op de loopband?

—-> Eerste halte: de sportfysioloog

Het onderzoek begint met een aantal simpele lichaamsmetingen: lengte, gewicht, oogmeting en vetmeting. Dan word ik beplakt met zuignapjes voor de rust-ECG. “In Nederland noemen ze dat vaak een hartfilmpje, maar het is helemaal geen filmpje hoor”, aldus mijn fysioloog.

—-> Tweede halte: de sportarts

De sportarts ondervraagt me over mijn persoonlijke historie: ziektes in de familie? Andere medische bijzonderheden? Blessureverleden? Sportverleden? Dan volgt een gesprek over mijn huidige sportritme en mijn doelen voor de komende tijd. Hij werpt een korte blik op het hartfilmpje-dat-geen-filmpje-is, luistert naar mijn ademhaling, neemt mijn bloeddruk, voelt aan mijn spijsverteringskanalen, lever en milt, en buigt eens een been omhoog. Geen bijzonderheden gevonden, dus op naar het volgende onderdeel.

—-> Derde halte: de loopband!

Nu komt het echte werk: de inspanningstest. Ik krijg een hartslagmeter om, de fysioloog beplakt me opnieuw met zuignapjes en hij bindt me een groot mondstuk voor om door te ademen. Hij legt uit wat er gaat gebeuren: lopen tot ik het niet meer kan volhouden. Het tempo wordt elke 3 minuten verhoogd, en steeds moet ik even op de zijkant van de band springen voor de lactaatmeting: een kleine bloedafname via mijn oorlel. Oké, daar gaan we…

—-> Vierde halte: resultaten verwerken

Aan de hand van mijn metingen ontstaan er grafieken van hartslag, lactaatgehalte, VO2 en de gelopen snelheid. Terwijl ik ga douchen verwerken de experts mijn gegevens en stellen ze een advies op.

—-> Vijfde halte: resultaten en trainingsadvies

Pfieuw, ik ben goedgekeurd! Volgens de metingen en referentiewaarden zit ik goed en er zijn geen afwijkingen gevonden. Nu richten we onze blik op de toekomst. De fysioloog geeft me een trainingsschema mee en we bespreken hoe mijn lactaatcurve zal evolueren als ik op deze manier train. Hij legt uit dat het afwisselen van verschillende trainingen goed is, zowel voor je lijf als voor het mentale aspect. “Vergeet de krachttraining niet”, zegt hij. “Door ook je bovenlijf te trainen, versterk je je spieren én de aanhechting van je spieren op je botten, dit voorkomt blessures en fracturen.” Dan bespreken we mijn vraag over voeding en hij legt uit wanneer mijn koolhydraatreserves op zijn. We sluiten af met het advies dat draait om blessurepreventie: neem gas terug en bouw voldoende rust in wanneer je merkt dat het nodig is!

Hoe is het gesteld met jouw fysiek?

Een sportmedisch onderzoek is een goed plan als:

  • Je voor het eerst intensief gaat sporten.
  • Er hart- en vaatziekten in de familie voorkomen.
  • Je een aandoening of ziekte hebt.
  • Voor wie soms klachten heeft tijdens het sporten, zoals duizeligheid of hartkloppingen.
  • Je een ongewone vermoeidheid ervaart.
  • Je langzaam herstelt na inspanning.
  • Als je je trainingszones wilt berekenen.

Ook bij blessures of pijntjes tijdens het sporten kan een sportmedisch onderzoek inzicht geven. Of gewoon uit nieuwsgierigheid, om te weten hoe je ervoor staat, zoals ik!

Woordje uitleg over energiesystemen

Om het advies van de sportfysioloog goed te kunnen volgen krijg ik eerst wat uitleg over de verschillende energiesystemen.

Anaëroob alactisch

  • Korte krachtexplosie van maximaal 6 seconden.
  • Snelkracht, bijvoorbeeld powerlifting, hoogspringen en snelheid, bijvoorbeeld 50 tot 80 meter sprint.
  • Afbraak van energie in de spier (anaeroob = zonder zuurstof en alactisch = zonder lactaat).

Anaëroob lactisch

  • Maximale inspanningen tot 1 minuut.
  • Vermogen en uithouding, bijvoorbeeld 200 – 400 meter lopen.
  • De energielevering blijft zonder zuurstof, de spieren verzuren sterk en dit zorgt voor aanmaak van melkzuur (lactaat).

Aëroob

  • Inspanning van iets lagere intensiteit die je langer dan 1 minuut moet volhouden.
  • Uithouding, bijvoorbeeld meer dan 800 meter lopen.
  • De energielevering gebeurt meer en meer met tussenkomst van zuurstof, op basis van koolhydraten en vetten.

Type looptrainingen

Zoals gezegd is variatie belangrijk. En variatie is mogelijk. al deze trainingsvormen leggen een andere nadruk en dienen een ander doel. Snelheidstraining, weerstandstraining, intensieve duurtraining, extensieve duurtraining, fartlek, tempotraining, lange duurtraining, recuperatietraining, vetloop en intervaltraining… Kies jij maar.

Lees ook: het belang van training volgens een pro.

Overleven in de Ardennen – bushcraft voor beginners

Heb je je ooit al eens afgevraagd hoe jij het zou aanpakken, moest je verdwaald geraken en de nacht buiten moet doorbrengen? Jaarlijks overkomt het wandelaars en hikers over de hele wereld – zelfs in onze Belgische Ardennen. Jammer genoeg loopt het niet altijd goed af. Met de juiste vaardigheden hoeft het echter geen drama te zijn, en laat dat nu net de specialiteit zijn van buitenmens Dave Scherphof. Wij trokken twee dagen met hem op pad – bushcraft voor beginners.

Tekst & foto’s: Kurt Aerts, tenzij anders vermeld

Voor Dave begon het allemaal tijdens zijn militaire carrière: “Omdat ik door mijn functie achter vijandelijke linies terecht kon komen, was survival een essentieel deel van mijn opleiding. Het werd een passie die ik verder wou vervolmaken, maar zonder het militaire aspect.

Tijdens mijn driejarige opleiding heb ik me in de Canadese Rocky Mountains verder gespecialiseerd tot Nature & Wildlife Guide en IGA Interpretive Guide. Nu deel ik hier in de Ardennen mijn passie en kennis met anderen.”

Bushcraft voor beginners

In de buurt van Bertogne heeft Dave zijn uitvalsbasis, van waar we op oriëntatietocht trekken. Gewapend met kaart en kompas doorkruisen we de Ardense bossen, terwijl Dave me de basisprincipes van survival meegeeft: “Ken je de regel van drie? Je kan drie minuten zonder zuurstof, drie dagen zonder drinkbaar water en drie weken zonder voedsel. Weet je hoelang je zonder warmte kan? Drie uur. En een beslissing in een noodsituatie zoals een lawine, daar heb je maximum drie seconden voor. Met die regel in gedachten, weet je wat jouw prioriteiten zijn wanneer je in een hachelijke situatie terechtkomt.”

Terwijl ik me tijdens onze tocht meer zorgen maak over de aangekondigde regenbuien, speurt Dave de omgeving af. Waar ik niets bijzonders opmerk, ziet hij vooral mogelijkheden: “De natuur is één grote supermarkt, maar de mensen zien de producten niet meer.”Met zijn mes haalt hij een stuk hars van een dennenboom. “Ideaal om straks het vuur mee aan te maken. Als je dit combineert met enkele stukjes berkenschors of wat droge takjes, is het zo vertrokken.”

“De natuur is één grote supermarkt,
maar we zien het niet”

Vonken en vuur

Met onze voorraad sprokkelhout, hars en berkenbast als trofeeën trekken we terug naar het basiskamp. Eerste missie: vuur. Met een handbijltje wordt het hout gereduceerd tot steeds kleinere delen. “Met je mes kan je van een droog stuk hout heel fijne sliertjes afschrapen. Hoe dunner je die maakt, hoe makkelijker die vuur zullen vatten. Die kan je als tondel gebruiken, samen met de flinterdunne stukjes berkenbast en de hars.” Daarna verdelen we het hout in vijf categorieën: eerst de stokjes die iets dikker zijn dan een lucifer, de daaropvolgende hoopjes steeds wat dikker. “Er is niets zo vervelend als een vuur aanmaken en ontdekken dat je niet genoeg fijne stukjes hout hebt, want dan krijg je de grote stukken ook niet aan”. Of hoe een goede voorbereiding praktisch het hele werk is.

Met een Firesteel, die vonken met een temperatuur van 2500 graden op het hoopje tondel afvuurt, probeer ik een vlammetje te veroorzaken. Mijn techniek laat me in de steek: al snel schiet ik uit en vliegt het hoopje tondel een eind verder. Dave corrigeert me: “Hou je mes stil en haal de firesteel erlangs.” Enkele vonkenregens later duikt een voorzichtig vlammetje op dat ik koester en voed. Zelden keek ik met zo’n voldane blik naar een aanwakkerend vuur.

Heerlijke Ardennen

Na het vuur is het tijd voor een onderkomen. Met behulp van een zeiltje toont Dave me hoe je een primitief tentje kan opzetten. Wie een meer luxueus onderkomen wenst, kan aan de slag met boomstammetjes en plaggen mos, maar ik beperk me tot het zeiltje. En het blijkt wonderwel te lukken, want ondanks felle regenbuien blijf ik tegen mijn eigen verwachtingen in best droog in mijn primitieve shelter.

Terwijl we de volgende morgen het vuur weer aanmaken, vertel ik Dave hoe deze minisurvival heel vlotjes verlopen is. “Dat is natuurlijk de bedoeling”, antwoordt hij. “Daarom zijn de Ardennen zo’n fantastische omgeving hiervoor. Dit is een ideale manier om onder gecontroleerde omstandigheden alle vaardigheden te leren kennen die je nodig hebt. Maar je kan dit uiteraard nog veel uitdagender aanpakken, wat we in de winter vaak doen. Schrijf ik je alvast in?” Ik heb Dave even bedenktijd gevraagd, maar die kans zit er dik in!

https://loupsolitaire.be

Getest! De She-P – Plassen als een vent?

Voor veel duursporters is plassen een thema. Hoe doe je dat, als je urenlang gaat duiken met een drysuit aan, kitesurfles geeft aan de zee of graag parapent tot de zon onder gaat? Voor mannen is er een simpele oplossing: zij gebruiken een condoomkatheter met een slangetje eraan dat naar buiten ‘afwatert’. Vrouwen hebben het moeilijker: zij moeten aan de slag met luiers, of drinken weinig – met gevaar voor dehydratatie en concentratieverlies. Tot ze de She-P ontdekken!

Tekst: Karlien Engelen

Wat is het?

De She-P is een soort plastuit van heel zachte en flexibele siliconen, die je vastplakt en de hele dag kunt dragen. Aan het tuitje zit een connectiestuk dat je aansluit op de P-valve van je drysuit of rechtstreeks op een slangetje dat je ‘overboord’ kunt hangen. De She-P maak je eenvoudig schoon en is zo vaak te herbruiken als je wil.

Doet dat niet pijn?

Voor het testen van de She-P was ik nog niet 100% overtuigd. Zo’n groot ding in je broek, valt dat erg op als je rondloopt? Doet het pijn als je beweegt? Hoe plak je zo’n ding op en verwijder je het weer? Hoe doe je dat als je in een camper slaapt, bij vrienden verblijft of ’s avonds na het sporten rechtstreeks op restaurant gaat? Enne, het belangrijkste: hoe groot is de kans op lekkage? Gelukkig werden de meeste zorgen bij de eerste testsessie (veilig thuis) al weggenomen.

Gemaakt door en voor sportvrouwen

De She-P is ontworpen door Heleen, een Nederlandse duikster die urenlang onder water blijft om te fotograferen en filmen. Als ervaringsdeskundige weet ze precies wat wel en niet werkt… Het siliconen tuitje is zacht en flexibel, de lijm plakt goed en de remover doekjes doen hun werk, al prikt de alcohol wel op de huid! She-P gebruiksters wisselen tips en ervaringen uit in een besloten Facebookgroep.

In het wild

Na de thuistest is het tijd voor het echte werk. Op een voorjaarsdag reis ik met mijn parapente naar een startplaats in de Ardennen. De She-P heb ik thuis geïnstalleerd en na een lange dag wandelen en vliegen ben ik blij dat ik het voorzichtig mag losmaken. Wat een uitvinding! Het moeilijkste is nog het mentale aspect, om te plassen terwijl je je broek aan hebt. Dat vraagt concentratie en oefening.

www.she-p.com

Dolende reizigers, pelgrims en avonturiers op Fiets- en Wandelbeurs 23-24/4

0

Tal van bestemmingen passeren de revue in het lezingprogramma van de Fiets- en Wandelbeurs Online Experience. Ruim vijftig ervaren Vlaamse en Nederlandse fietsers en wandelaars nemen je vrijdag 23 en zaterdag 24 april mee op hun tochten tijdens hun presentaties.

Een greep uit de lezingen

Stadse tochten

Rutger Burgers is een ervaren wandelroutemaker, al ruim 30 jaar is hij op dat gebied actief. Samen met Rob Wolfs was hij de bedenker van de populaire Trage Tochten.

Dit keer zoomt hij in op de Stadse Tochten onder het motto: ‘wandelen door de groene gangen van de stad’. Daarbij kiest hij altijd voor paadjes en plekken die zelfs voor eigen inwoners verrassend zijn.

WeLeaf: zonder tijdslimiet op wereldreis

De Nederlands-Vlaamse combi WeLeaf, ofwel Zoë Agasi en Olivier Van Herck, trekt al jaren enthousiast de wereld over.

De twee zeilden de Atlantische Oceaan over, fietsten naar het einde van de wereld, doorkruisten heel Zuid-Amerika, wandelden de Appalachian Trail en nog veel meer. Zelf zeggen ze:
“De fiets is onze leermeester, ons kompas en onze vrijheid op deze weg.”

Voor vier maanden een pelgrim

Everdiene Geerling nam vier maanden vrij om in haar eentje de Via Francigena te lopen: de pelgrimsroute van Canterbury naar Rome. Maar waarom ga je een dergelijk avontuur aan? Wie en wat kom je tegen?

Ze vertelt op de Online Experience een persoonlijk verhaal, geïllustreerd met prachtige beelden van Engeland, Frankrijk, Zwitserland en Italië.

In het spoor van Olav

Gea van Veen ging op reis in het Hoge Noorden en volgde het spoor van het Olavspad: ruim 600 km fietsen van Oslo naar het graf van de heilige Olav in Trondheim.

Ze doorkruiste daarbij de hele ‘druppel’ van Noorwegen; ‘een land vol zuivere lucht en eindeloze natuur’. Een aanrader voor wie eens iets anders wil dan de bekende pelgrimsroutes naar Santiago of Rome.

Peter Molog: Emo’s Reis

Peter Molog vertelt over zijn fietsreis naar Rome in het spoor van de 13e-eeuwse abt Emo. De tocht begint in Noord-Groningen gaat via Noord-Frankrijk en de Franse Alpen naar Rome.

Tot aan de Alpen gaat de route nauwelijks door toeristische gebieden en zul je ook weinig andere fietsers tegenkomen. Leidraad op Mologs tocht was een boek van Dick de Boer, waarin de hele reis van Emo staat beschreven.

Peter van Rossum: Katharen-Basken-route

Ook Peter van Rossum ging op de fiets naar het zuiden. Hij volgde de Katharen-Basken-fietsroute, die van Narbonne naar Biarritz slingert in Zuid-Frankrijk.

Onderweg volgeden levendige stadjes, burchten en slaperige dorpjes die onlosmakelijk verbonden zijn met de boeiende katharenhistorie elkaar op. De steeds wisselende uitzichten op de Pyreneeëntoppen geven daarbij een extra beleving aan deze route.

Fiets- en Wandelbeurs Online Experience

Dit is maar een kleine greep uit lezingprogramma. Kijk voor meer informatie op: www.fietsenwandelbeurs/online-experience.

Op wereldzeilreis in coronatijden

De wereld rondreizen in een zeilboot. Geef maar toe, wie droomt daar stiekem niet van? Johan, Ingrid en hun twee kinderen Storm (11) en Yvan (10) trokken in de zomer van 2019 de deur van hun Haagse stulp achter zich dicht voor een pauze van een jaartje… of langer. In maart 2020 waren zij klaar om aan de Atlantische oversteek te beginnen, maar daar stak corona een stokje voor.

Tekst: Sandra Gyles
Foto’s in het artikel: Ingrid Van Bommel & Johan Spaans / Openingsfoto Shutterstock

Op wereldzeilreis in coronatijden

Ingrid, hoe groeide het idee van een wereldzeilreis?

“Vlak voor onze kinderen leerplichtig waren, reisden we met ons gezin drie maanden door Australië met een 4×4 van Perth naar Sydney, dwars door de woestijn, langs de Aboriginals. Het was een onvergetelijk avontuur en achteraf gezien veel te kort. Vrij snel na onze thuiskomst besloten we dat we ooit langer, liefst veel langer, wilden reizen. We begonnen te dromen over hoe we dat wilden invullen.

Ik heb mijn hele jeugd op een (motor)boot doorgebracht en Johan is een geboren zeeman. Daarnaast heeft Johan ervaring met zeezeilen, dus de keuze lag voor de hand: zeilend de wereld rond! De droom groeide van klein, naar groot. Eerst was het één jaar, daarna werd het twee jaar en uiteindelijk zouden we wel zien waar het schip strandt, letterlijk en figuurlijk.”

Wat was het plan?

“We hadden geen strak plan, maar de eerste verwegbestemming die in ons opkwam was de Caraïben. Dus wilden we vanuit Scheveningen via Engeland naar Frankrijk, Spanje, Portugal, Madeira en de Canarische Eilanden varen, vervolgens naar Kaapverdië om dan zo rond begin 2020 de Atlantische oversteek te maken. Vanuit de Caraïben zouden we opnieuw de vervolgroute bepalen: Amerika en via Groenland en IJsland terug óf doorvaren naar Nieuw-Zeeland.”

We zijn ondertussen bijna april 2021. De Atlantische oversteek hebben jullie nog niet gemaakt?

“Nou, nee … de reis kreeg een andere wending. Ik krijg er even een brok van in mijn keel. We waren slechts één week van de oversteek verwijderd toen Covid-19 zich wereldwijd begon te verspreiden. Land na land ging op slot, ook Kaapverdië. We mochten nergens meer heen, ook niet tussen de eilanden. De enige mazzel die we hadden, was dat we reeds waren ´ingeklaard´, zoals dat heet, want de boten die later aankwamen moesten wekenlang in quarantaine.

De maatregelen verschilden ook per eiland. Dus geluk bij een ongeluk, zaten wij op het goede eiland en konden wij (grotendeels) vrij bewegen. En ach, de Caraïben staat op de lijst voor de volgende keer, want ik geloof niet dat we de rest van ons leven in een huis gaan wonen.”

Pure plekken

Waar vond je het tot nu toe het gezelligst?

“Kaapverdië, heeft nu een plekje in mijn hart. ‘Slow travel’ heeft ook zo zijn voordelen. Je krijgt een verbinding met de bevolking zelf en met de andere boten. Wij gingen goed met de autoriteiten om, maar hoe deze met sommige andere boten omgingen, was verontrustend.

Twee charterboten, bijvoorbeeld, lieten ze gewoon zonder water zitten. Wij hebben hen toen voorzien van (drink)water omdat wij een watermaker hebben. Regelmatig ging een bijbootje vol met flessen richting onze buren. Van nature kreeg je een soort onuitgesproken ´ruilhandel´: de boten gingen voor elkaar zorgen. Dat vond ik een bijzondere ervaring. En natuurlijk niet te vergeten de feestjes met de boten, soms tot in de late uurtjes…”

Wat was de mooiste plek?

“Op een gegeven moment waren de Azoren de enige (bijna) coronavrije optie. Wederom geluk bij een ongeluk is dit voor iedere buitenliefhebber de mooiste plek die er bestaat. De archipel van negen eilanden ligt midden in de Atlantische Oceaan.

Witte stranden, warm zeewater, mooie lagunes, walvissen en dolfijnen die bezoekers verwelkomen, ongerepte natuur, op zwarte lavavelden geplante wijngaarden, bergtoppen, grotten, natuurlijke zwembaden, watervallen, vulkaanmeren… De opties zijn eindeloos. Wij varen momenteel nog steeds rond de negen eilanden, aangezien de oversteek door corona nog steeds geen optie is en dit aankomende periode niet gaat veranderen.”

Even praktisch

Hebben jullie nog technische problemen gehad?

“Jazeker. Vanaf Kaapverdië naar de Azoren. Deze route doe je alleen als het niet anders kan. We moesten twee weken tegen de golven en wind inbeuken. 300 mijl voor de kust konden we plotseling niet meer sturen. Dat is spannend, want je moet je noodstuurinrichting opbouwen en de boot handmatig aan land brengen. Dat aan het einde van een lange en zware tocht. Gelukkig was de zee op dat moment vrij rustig.

Verder heb je, zoals op iedere boot, veel onderhoud en werkzaamheden. Je leeft erop, dus alles gaat een keer kapot. Johan is regelmatig aan het klussen en de boot is zelfs twee keer uit het water geweest. We zijn ook twee keer in een storm terechtgekomen. De eerste keer ging de ankerwinch (de motor die het anker inhaalt) kapot, omdat de krachten echt te groot waren. De tweede keer geraakten we – door een losrakende andere boot – verwikkeld in elkaars anker. Midden in noodweer moesten we onszelf lossnijden. We zijn toen net niet op de stenen geknald.”

Missen jullie of de kinderen jullie oude thuis?

“Nee, eigenlijk niet. Zeker omdat wij min of meer vrij konden bewegen terwijl een groot deel van de wereld in lockdown was, met alle beperkingen van dien. De kinderen hadden toch al thuisonderwijs, dus die missen ook niets. Behalve enkele vriendjes dan misschien, maar gelukkig zijn er regelmatig boten met kinderen waar we een tijdje mee op kunnen trekken en ze hebben elkaar natuurlijk; het leeftijdsverschil is klein. Als ik vraag of ze terug willen, zeggen ze ´Waarom?’, dus gelukkig zijn onze kinderen net zo reislustig als wij. Elke dag anderhalf uur school, verder strand, bodyboarden, zwemmen en wandelen… Onze zonen gaan het nog lastig krijgen straks op school.”

Blijven jullie nog een tijdje weg of is er een terugkeerdatum?

“Dat is momenteel nog een lastige vraag. Als Canada en/of Amerika opengaat, zie ik ons in juni alsnog richting het westen vertrekken en er nog één jaar aan vastplakken, want we willen eigenlijk nog niet naar huis. Maar als de wereld op slot blijft, ziet het ernaar uit dat we deze zomer teruggaan naar Nederland. Eindeloos op de Azoren blijven hangen, wil je ook niet. Daarnaast is er natuurlijk het financiële luik, want langzaamaan raak je toch ook een beetje blut. Ik vermoed dat we wel weer een nieuw reisje zullen verzinnen voor over een jaar of vijf; we zijn verslaafd aan onze vrijheid.”

Nog tips voor wannabee wereldzeilers?

“Volg gewoon je droom en vergeet niet de woorden `Ja, maar…´ volledig uit je geheugen te verwijderen. Je hebt maar één leven. Al die herinneringen en momenten samen kan niemand ons nog afnemen.”

Lees oook ons artikel eilandhoppen voor avonturiers.